De 3D’s en de 7 dilemma’s

artikel - 24 juni 2014
Afbeelding bij De 3D’s en de 7 dilemma’s

Met de decentralisaties op het gebied van zorg, werk en jeugd krijgen gemeenten en raadsleden meer verantwoordelijkheid. Dat betekent meer beleidsvrijheid, maar ook meer lastige keuzes. Een schets van zeven belangrijke dilemma’s, plus wenken voor hoe daarmee om te gaan.

Als de drie decentralisaties per januari 2015 wettelijk van kracht worden, krijgen gemeenten meer budget. Tegelijk krijgt het sociale domein als geheel te maken met forse bezuinigingen. Een centraal doel van de 3D’s is immers dat burgers meer uitgaan van eigen kracht en vaker hun sociale netwerk inschakelen. Zo wil de nieuwe Wmo dat kwetsbare mensen langer thuis blijven wonen en zoveel mogelijk zelfredzaam zijn. Evengoed zullen ouderen, gehandicapten en mensen met psychische problemen een beroep doen op gemeenten voor ondersteuning.

Meer maatwerk, minder bureaucratie

Onderliggend idee is een omslag van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Omdat gemeenten dichter bij burgers staan dan het Rijk kunnen zij dwarsverbanden leggen en effectiever werken. Dit is de opgave: meer maatwerk, minder bureaucratie. Huishoudens die gemeentelijke ondersteuning en begeleiding nodig hebben, krijgen in beginsel te maken met één begeleider die een plan maakt.

Dilemma 1: toegangspoort of poortwachter?

Een fundamentele vraag die speelt bij de decentralisaties: fungeert de gemeente als open toegangspoort of als strikte poortwachter? Hoe organiseer je de toewijzing van bijvoorbeeld maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo? De wet schrijft voor dat er onderzoek moet plaatsvinden, maar hoe? Dat bepalen gemeenten zelf. Elke gemeente heeft tenminste één Wmo-consulent. Veel gemeenten kennen ook sociale wijkteams die kwetsbare inwoners ondersteunen en voor wie het niet natuurlijk is om drempels op te werpen. Ten derde zijn er de specialisten, bijvoorbeeld in de ouderen- en geestelijke gezondheidszorg. Zij zijn weliswaar deskundig, maar kunnen financieel voordeel hebben bij de toewijzing van een voorziening. Wie bepaalt of er een voorziening nodig is en zo ja, welke? Een combinatie van de drie ligt voor de hand: een Wmo-consulent die aanschuift bij het wijkteam en daarbij ook een deskundige om een oordeel vraagt. 'Het beste traject kan per gemeente verschillen', zegt Anne-Marie van Bergen, senior adviseur sociale zorg van Movisie. 'Zorg in elk geval dat erover is nagedacht.'

Dilemma 2: eigen kracht centraal, en de kwetsbaren?

Een centraal idee van de decentralisaties is dat gemeenten burgers aanspreken op hun eigen kracht en de inzet van hun netwerk. 'Begrijpelijk omdat we in Nederland lange tijd misschien te snel naar de overheid hebben gekeken', zegt Marjet van Houten, senior adviseur participatie van Movisie. 'Maar we moeten ons wel realiseren dat sommigen daar niet of nauwelijks toe in staat zijn.' Raadsleden en andere vertegenwoordigers van de gemeente hebben geregeld contact met belangengroepen, bijvoorbeeld van ouderen. Maar niet iedereen wordt daarin vertegenwoordigd. De meest kwetsbaren zijn vaak niet goed in staat om aan de bel te trekken: mensen met zware psychiatrische problemen en/of verslavingen, mensen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, dreigende dak- en thuislozen. Bovendien kunnen bijvoorbeeld licht verstandelijk gehandicapten een netwerk hebben met juist een kwalijke invloed, waarvan ze juist moeten worden weggehouden. Van Houten: 'Check your facts. Door de complexiteit van de operatie kunnen de meest kwetsbare mensen uit het zicht raken.'

Dilemma 3: regionale samenwerking, maar gemeente is verantwoordelijk

Met name bij kleine en middelgrote gemeenten komen veel belangrijke besluiten op afstand tot stand, in overleg met andere gemeenten. Zeker in de jeugdzorg, met de regionale transitiearrangementen, en binnen de Participatiewet, met zijn 35 arbeidsmarktregio’s. Onderwijl spreken burgers hun gemeente aan op de consequenties. 'Het is voor gemeentevertegenwoordigers daarom van belang contact te zoeken met collega’s van andere gemeenten. Of kijk op regionaal partijpolitiek niveau wat je gezamenlijk kunt doen', zegt Marjoke Verschelling, adviseur participatie en burgerschap van Movisie. 'Een raadslid moet zich proactief opstellen', is haar advies. 'Voortdurend bij de wethouder aangeven dat je geïnformeerd wilt blijven en voeling houden met de regionale ontwikkelingen. Hou in de gaten welke doelen de gemeente heeft, welke middelen en binnen welke kaders deze bereikt moeten worden.'

Dilemma 4: cliëntenparticipatie maar geen nauwe belangenbehartiging

Gemeenten staan dichter bij burgers dan het Rijk. Het contact met burgers is cruciaal om te weten wat er speelt en om te beoordelen of de dienstverlening effectief is. Een valkuil is dat de gemeente zich laat meeslepen door de belangen van een kleine mondige groep of een organisatie met een beperkte vertegenwoordiging. 'De gemeente dient steeds voor ogen te houden hoe breed gedragen een signaal of visie van burgers is', zegt Marjoke Verschelling. 'Zorg ervoor dat je je laat voeden door cliëntenorganisaties, zoek naar goede informatiekanalen.' Zijn twintig mensen genoeg als draagvlak voor een gemeente van 40.000 inwoners? 'Dat ligt uiteraard niet vast, maar realiseer je wel dat je als gemeente een onderzoeksplicht hebt. Om hoeveel mensen gaat het? Hoe breed gedragen is het belang? En hoe zwaar weegt het signaal voor de mensen om wie het gaat?'

Dilemma 5: leren van incidenten, beoordelen op structureel beleid

De decentralisaties betekenen een grote, tijdrovende transformatie. Die zal onherroepelijk gepaard gaan met incidenten. 'Maar het algemeen belang is niet gediend als de verantwoordelijke bestuurder zomaar wordt weggestuurd', zegt senior projectleider Lou Repetur. 'Als een gemeenteraad een wethouder op één geval afrekent, komt er een nieuwe wethouder en is het probleem niet opgelost. Als een zittende wethouder leert, gaat de gemeente vooruit.' 'Een afrekencultuur maakt bestuurders angstiger en minder innovatief, terwijl innovatie juist gewenst is', aldus Repetur. Ze benadrukt dat een wethouder verantwoordelijk blijft en dus wel degelijk afrekenbaar is. 'Maar het zou goed zijn hem te beoordelen op zijn structurele beleid. Volgens welke kennis en normen handelt de wethouder? Is hij in staat te leren van incidenten en dat te vertalen naar beleid? Of excuseert hij zich en gaat hij op dezelfde manier door?'

Dilemma 6: burgerinitiatief koesteren, maar wel kaders stellen

In Amsterdam bestaan meerdere ‘stadsdorpen’ waarin oudere bewoners uit een buurt zich hebben verenigd om samen dingen te regelen: klussen, onderlinge zorg, gezamenlijk eten. In Austerlitz (Zeist) betaalt de gemeente een dorpsondersteuner en zorgcoördinator nadat bewoners zich organiseerden voor vergelijkbare onderlinge steun. De initiatieven komen vaak van deskundige burgers die gepokt en gemazeld zijn in de wereld van zorg, welzijn en ambtenarij. Heel veel zijn het er nog niet en de meeste initiatieven zijn pril als ze zich aandienen. Hoe moet de gemeente daarmee omgaan? 'De bevlogenheid koesteren', zegt Hilde van Xanten, senior adviseur van Movisie. 'Zoals in Drimmelen, waar tijdens een ‘meet and match-avond’ burgers hun gouden idee mochten presenteren.' Vaak lopen burgerinitiatieven aan tegen wet- en regelgeving en financieringsstromen die weinig ruimte bieden voor een ‘anders georganiseerd’ project. 'Natuurlijk is het van belang kaders te stellen, maar ga als gemeente een open gesprek aan. Bespreek welke inwoners het initiatief weten te bereiken en welke niet. Denk samen na over verbeteringen in plaats van dat je direct voorwaarden en restricties stelt.'

Dilemma 7: snel inkopen maar wel op kwaliteit letten

Gemeenten worden wettelijk verantwoordelijk voor de ondersteuning op de gebieden van zorg, jeugd en werk en inkomen. Hoe ze de kwaliteit waarborgen, is niet voorgeschreven. Dat moeten ze zelf bepalen. Een centrale gedachte is wel dat het zorgaanbod zoveel mogelijk uitgaat van de eigen kracht van mensen. Cliëntenorganisaties hameren ook op het belang van eigen regie en zeggenschap: wat voor soort ondersteuning, door wie en wanneer? Dat bepalen cliënten graag zelf. Voor een deel kunnen de belangen van gemeenten en cliënten hier tegengesteld zijn. Gemeenten moeten immers binnen hun budget blijven. 'Het is belangrijk al tijdens de aanbestedingstrajecten scherp oog te hebben voor de kwaliteit', zegt Saskia Keuzenkamp, manager effectiviteit van Movisie. 'Hoe waarborgen de aanbieders in hun offertes het cliëntenperspectief? Hoe maken ze inzichtelijk dat zij cliënten hun eigen invulling geven, zonder dat ze uit het budget lopen?'

Alles over de 3 D’s op een rij
Lees meer over de wijzigingen AWBZ en Wmo, de Participatiewet en WWB maatregelen en de transitie Jeugdzorg. Hoe organiseert u zorg en ondersteuning dicht bij burgers? Movisie helpt gemeenten bij het uitdenken en uitzetten van nieuw beleid in het sociale domein. Lees de brochure of neem contact met ons op

Reacties

Reageer op dit artikel

1 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.