Aanpak van knellende regelgeving voor vrijwilligers

9 mei 2014

Vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke initiatieven geven aan al geruime tijd last te hebben van wet- en regelgeving. Zo lopen zij tegen allerlei bureaucratische procedures aan bij het starten van nieuwe initiatieven of het organiseren van het vrijwilligerswerk. De minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk en de staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport Martin van Rijn stuurden 6 mei een brief aan de Tweede Kamer met daarin een voorstel om de knelpunten aan te pakken.

Waar gaat het om?

Vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke initiatieven geven als belangrijkste knelpunten aan:

  • Belemmeringen in wet- en regelgeving bij opstarten van activiteiten door maatschappelijke initiatiefnemers
  • Beperkingen op WWB-uitkeringsgerechtigde vrijwilligers
  • Omslachtige aanvraagprocedures voor subsidies
  • Aanbestedingsprocedures zijn onvoldoende afgestemd op vrijwilligersorganisaties
  • Effecten van de nieuwe wet- en regelgeving voor vrijwilligers
  • Beperkingen in het genereren van eigen inkomsten vrijwilligersorganisaties
  • Kosten en aanvraagprocedure VOG
  • Ontbreken Btw-vrijstelling voor vrijwilligersorganisaties
  • Hoge OZB
  • Regels voor giftenaftrek ANBi’s en SBBI’s
  • Regels voor toekennen onkostenvergoeding aan vrijwilligers
  • Publicatieplicht ANBI’s

Bron: Maatwerkaanpak regeldruk Vrijwillige inzet

Wat is het voorstel van de minister en de staatssecretaris?

In de kamerbrief van 6 mei noemen de minister en secretaris een aantal maatregelen:

  • De geïdentificeerde knelpunten vormen de basis voor nader overleg met vakdepartementen en gemeenten over de mogelijkheden om de betreffende regels en de uitvoeringspraktijk aan te passen.
  • De mogelijkheden van een groeimodel wet- en regelgeving zullen worden verkend. De inzet hierbij is dat voor kleinere vrijwilligersorganisaties en initiatieven hinderlijke bepalingen worden versoepeld.
  • Vrijwilligers worden doelgroep van het regeldrukbeleid. Bij het bepalen van de effecten van maatregelen voor burgers zal expliciet worden gekeken naar de effecten voor vrijwilligers(organisaties) en maatschappelijke initiatieven.
  • Bij het overhevelen van verantwoordelijkheden naar gemeenten in het kader van de decentralisatie zet het kabinet in op een verminderde regeldruk.

Bron: Kamerbrief knellende regelgeving voor vrijwilligers en burgerparticipatie

Wat is de reactie van Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV)?

De belangenvereniging voor het vrijwilligerswerk geeft op haar website de volgende reactie:

'Wellicht nog belangrijker dan de aandacht voor alle knellende regels, is het voorstel om vrijwilligers binnen de regeldrukaanpak als een aparte groep aan te merken. Dat heeft als voordeel dat bij het opstellen van wet- en regelgeving expliciet gekeken zal worden wat de nieuwe regels voor gevolgen hebben voor het vrijwilligerswerk. Doordat vooraf naar de gevolgen wordt gekeken, wordt niet langer zoals nu vaak het geval is het paard achter de wagen gespannen. Bijvoorbeeld bij de invoering van de nieuwe wet Markt en Overheid in juli, waarvan een gevolg zal zijn dat vrijwilligersorganisaties voor het huren van accommodaties marktconforme prijzen moeten betalen. Dit kan leiden tot flinke contributieverhogingen. Gemeenten zelf moeten nu in de gemeenteraad bepalen dat het ter beschikkingstellen van accommodaties aan vrijwilligersorganisaties uitgezonderd worden. Door kleine initiatieven en activiteiten uit te zonderen van hinderlijke wetgeving, zoals brandveiligheidsmaatregelen, horecavergunning, evenementenvergunning en Bouwbesluit, krijgen leefbaarheidsinitiatieven vanuit de samenleving een stimulans.'

Bron: website NOV

Welke kanttekeningen/aanvullingen plaatst Movisie hierbij?

Kanttekening 1: Op dit moment is een van de meest knellende beperkingen het UWV-besluit niet betaalde werkzaamheden WW gerechtigden. Het UWV hanteert hierin de regel dat wanneer het vrijwilligerswerk ergens in Nederland betaald gedaan wordt, het verdringing van betaalde arbeid is en geen vrijwilligerswerk. Hierdoor kan iemand met een WW-uitkering geen vrijwilligerswerk doen en bijvoorbeeld gekort worden wanneer hij of zij de bejaarde buurvrouw helpt bij het schoonhouden. Veel van de goede voorbeelden voor de participatiesamenleving die door de overheid worden genoemd, zijn niet mogelijk volgens het UWV. De kamerbrief van het Ministerie van VWS en BZK vermeldt de WWB als knelpunt, maar zwijgt over de WW.

Kanttekening 2: Merkwaardig is ook dat mensen met een bijstandsuitkering (WWB) nu vaak belemmerd worden in hun vrijwillige inzet, terwijl gemeenten vanaf 2015 diezelfde mensen tot een tegenprestatie in de vorm van een maatschappelijke activiteit moeten verplichten. Movisie bepleit zorgvuldigheid en lokaal maatwerk. Iedereen die na een tegenprestatie maatschappelijk actief wil blijven als vrijwilliger, zou die mogelijkheid moeten krijgen, mits dit de re-integratie niet in de weg zit. De vraag of een activiteit betaalde arbeid verdringt is vaak afhankelijk van de lokale situatie.

Kanttekening 3: Auteursrechten zijn een ander niet genoemd pijnpunt. Hoewel vrijwilligersorganisaties private instellingen zijn die de gelden innen, gebeurt dit wel op basis van landelijke en Europese wetgeving. Wanneer muziek beluisterd wordt binnen organisatieverband, moeten er financile regelingen worden getroffen met twee organisaties (BUMA/Stemra en SENA) die ieder op eigen wijze tarieven vaststellen en kortingen en boetes geven. Wanneer vrijwilligers in de organisatie zelf zingen en gebruik maken van liedbundels, moet ook betaald worden aan Stichting Repro. Voor organisaties is het vaak volstrekt onduidelijk waarvoor en bij wie ze moeten betalen. Het komt regelmatig voor dat organisaties menen aan de wettelijke verplichtingen voldaan te hebben, maar vervolgens een boete opgelegd krijgen.

Goed voorbeeld hoogheemraadschap Rijnland

Hoe een lokaal bestuur knelpunten met de regelgeving kan verminderen laat het hoogheemraadschap Rijnland zien. Het hoogheemraadschap gaat uit van een situatie waarin geen regels zijn en zoekt vervolgens naar oplossingen voor de zaken die mislopen. Dit levert efficiëntere trajecten op in vergelijking met de gebruikelijke procedures bij vergunningsaanvragen. Een goed voorbeeld dus voor andere lokale besturen. Dit voorbeeld laat ook zien dat voorkomen beter is dan genezen. Minder belemmeringen en knelpunten in de regels zorgen voor een grotere leefbaarheid in de samenleving. De nieuwe maatregelen zoals een vrijwilligerstoets vooraf en een ontheffing voor kleine initiatieven zijn dan ook meer dan welkom.