Aanscherping meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Reacties van het veld en de Tweede Kamer
artikel - 14 oktober 2016
 3970 keer gelezen

Op 12 oktober 2016 is in de Tweede Kamer het advies van Jan-Dirk Sprokkereef over het aanscherpen van de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling besproken. Dat advies is overgenomen door staatssecretaris Van Rijn van VWS. Waarom is een aanscherping nodig, wat behelst het advies en wat zijn de reacties? Tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer op 10 oktober kon het veld z’n stem laten horen. Op 12 oktober was het debat in de Kamer. Wat waren de belangrijkste issues en visies? En welke kennisvragen spelen een rol?

Bij huiselijk geweld en kindermishandeling gaat het vaak om complexe en langdurige problematiek. Er is geen systematische werkwijze die ervoor zorgt dat alle ernstige gevallen ‘op de radar’ komen en blijven, constateert Sprokkereef. Dit is wel van belang omdat eerder geweld een belangrijke voorspeller is van toekomstig geweld. De problematiek vraagt om het combineren van (ernstige) signalen over sectoren en over een langere periode heen, zodat er een goed beeld van de aard en ernst kan worden gekregen. Daar is de huidige praktijk niet op ingericht. Veilig Thuis heeft een beperkte informatiepositie. Daarnaast is het voor burgers die bellen met Veilig Thuis vaak niet duidelijk dat hun ‘melding’ als adviesgesprek wordt beschouwd, een onwenselijke verwarring.

Welke aanscherping van de Wet meldcode wordt voorgesteld?

Sprokkereef pleit ervoor de informatiepositie van Veilig Thuis te versterken en een radar- en monitorfunctie te beleggen bij Veilig Thuis. Dit betekent concreet een aanscherping van stap 2 en stap 5 van de meldcode.

1. Verplicht professionals ernstige signalen te melden bij Veilig Thuis
Op dit moment kunnen professionals bij stap 5 kiezen: zelf hulp organiseren (5a) of melden bij Veilig Thuis (5b). Sprokkereef adviseert om melden verplicht te maken bij ernstige gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling – ook als de professional ervoor kiest zelf hulp te organiseren. Hierdoor komen ernstige gevallen op de radar bij Veilig Thuis.

2. Laat professionals zelf hun veldnorm definiëren
Het voorstel is om professionals te verplichten zelf - in de eigen beroepsgroep - een veldnorm op te laten stellen. Een veldnorm die omschrijft bij welke aard en ernst van casuïstiek melden bij Veilig Thuis verplicht wordt. Doordat professionals dit binnen hun eigen beroepsgroep opstellen, wordt recht gedaan aan hun eigen specifieke expertise. Inspecties houden hierop toezicht, dit alles binnen de vastgestelde wet- en regelgeving. Sprokkereef adviseert  om ervaringsdeskundigen en Veilig Thuis te betrekken bij het opstellen van de veldnorm. En informatie erover te delen tussen beroepsgroepen zodat er een breed gedragen veldbegrip komt van wat ‘ernstige casuïstiek’ inhoudt. Beroepsgroepen die onder de wet meldcode vallen zouden per 1 januari 2018 over een dergelijke norm dienen te beschikken.

3. Versterk de adviesfunctie van Veilig Thuis
Dit heeft betrekking op stap 2 in de meldcode. Advies vragen kan nu anoniem, dus zonder bekendmaking van cliëntgegevens. Dat blijft ook mogelijk. Voor een goede weging van ernst van de signalen is het wenselijk dat Veilig Thuis een check kan uitvoeren of er al eerdere signalen bekend zijn over de persoon/het gezin waarover advies wordt gevraagd. Hier wordt dus een beroep gedaan op de ‘radarfunctie’. De beller (professional, burger) kan zelf afwegen om de naam van de persoon/het gezin bekend te maken voor een dergelijke check. Blijft het vervolgens bij een adviesgesprek, dan worden persoonsgegevens - na het doen van de check - niet vastgelegd bij Veilig Thuis. Besluit de beller om na de check toch een melding te maken, dan wordt het signaal wel op naam vastgelegd. Sprokkereef adviseert om Veilig Thuis deze bevoegdheid te geven.

4. Laat Veilig Thuis altijd de wens van een burger tot melding honoreren
Burgers kennen geen meldcode. Burgers denken vaak dat Veilig Thuis een signaal oppakt, terwijl Veilig Thuis het als adviesgesprek beschouwd. De aanscherping is dat Veilig Thuis explicieter doorvraagt bij burgers of zij willen melden - en dat dan ook honoreert - of dat het alleen gaat om advies.

5. Richt een radarfunctie in bij Veilig Thuis
Als bovenstaande aanbevelingen worden gerealiseerd, krijgt Veilig Thuis een radarfunctie van signalen van professionals en burgers. Veilig Thuis organisaties moeten hiertoe inzicht hebben in elkaars informatiesystemen en kunnen beschikken over informatie van relevante partners. Signalen kunnen zo met elkaar worden gecombineerd en de aard en ernst gewogen. Veilig Thuis krijgt hiermee een ander functie; van een ‘last resort’ krijgt het een regierol in de veiligheid. Veilig Thuis beoordeelt of de veiligheid met het al bestaande hulp- of behandelaanbod wel ofniet voldoende is geborgd. Veilig Thuis neemt niet de hulpverlening over, maar is verantwoordelijk voor de regie op de casus voor wat betreft de veiligheid. Het idee is dat Veilig Thuis zeer ernstige casussen ook over langere tijd zelf blijft volgen.

Implicaties van de aanscherping: Om dit alles te bereiken is aanpassing in wet- en regelgeving nodig, moeten veldnormen worden ontwikkeld en geïntroduceerd, moet de regie- en monitoring door Veilig Thuis verder worden uitgewerkt, een impactanalyse worden uitgevoerd en er moet voldoende tijd zijn om e.e.a. in te voeren. Ook moet de informatie-uitwisseling tussen Veilig Thuis en anderen (zie verder) worden geregeld. Sprokkereef benadrukt dat deskundigheidsbevordering een belangrijke randvoorwaarde is en pleit voor het aanstellen van en versterken van de rol van aandachtsfunctionarissen in organisaties.

Reacties van veldpartijen

Of de voorgestelde aanscherping tot de gewenste verbeteringen leidt, werd 10 oktober tijdens de hoorzitting besproken. De meeste veldpartijen delen de wens de aanpak te verbeteren. Veel partijen spreken hierbij vanuit het perspectief van kindermishandeling. Veilig Thuis benadrukt dat de aanpak gericht is op alle vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De versterking van de handelingsvaardigheid is welkom; deskundigheidsbevordering en meer aandachtsfunctionarissen kunnen op brede bijval rekenen.

De systeemaanpassingen roepen zowel bijval als kritiek op. De radarfunctie kan op bijval rekenen, vooral van organisaties die staan voor de belangen van kinderen, zoals de Kinderombudsman en Taskforce. De praktijk is kritisch en ervaart de aanscherping als een verkapte meldplicht, met alle ongewenste neveneffecten van dien. Professionals zijn met name bang dat een meldplicht ertoe kan leiden dat gezinnen zorg gaan mijden en dat de drempel voor het zoeken van hulp hoger wordt. Er wordt gevraagd om meer intersectorale samenwerking bij vaststelling van de veldnorm, meer inzet op preventie en deskundigheid(sbevordering) en meer vertrouwensartsen. Aanscherping van de meldcode is een van de maatregelen om eerder en beter te handelen bij vermoedens van ernstig geweld.

Debat op 12 oktober 2016 in de Tweede kamer

Op de agenda van de Tweede Kamer stond de voortgangsrapportage Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA), de aanscherping van de Wet meldcode is daar een onderdeel van. Tevens kwam de net bekend geworden behandelstop van de gespecialiseerde Jeugd GGZ in Almere volop aan de orde. In het debat over aanscherping van de Wet meldcode focust het grote merendeel van de volksvertegenwoordigers op kindermishandeling. De Kamer hecht daarbij belang aan de stem van het kind. Kamerlid Volp bracht in dat de aanpak de hele breedte van GIA betreft, en de staatssecretaris noemde specifiek de aanpak van ouderenmishandeling en financiële uitbuiting.

Opvallend is dat een paar partijen (PVV en VVD) pleiten voor een meldplicht, terwijl de andere partijen opgelucht zijn dat het voorstel juist geen ‘platte meldplicht’ is en pleiten voor een ‘meldnorm’. Ook in het AO wordt gevraagd om meer vertrouwensartsen, aandachtsfunctionarissen, opleiding en bijscholing. De samenhang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zou gebaat zijn met een nationaal rapporteur.

De staatssecretaris benadrukt hoe hard er in het veld gewerkt wordt aan verbetering van de aanpak. Hij is geen voorstander van een rapporteur. Hij zegt de Kamer toe in januari 2017 in een volgende voortgangsrapportage antwoord te geven op de vragen. Het zal dan gaan over de stand van zaken op tal van onderwerpen: stroomlijnen en samenhang uitvoeringsfase hele dossier, impactanalyse, veldnormen, aandachtsfunctionarissen, advies forensische expertise, kindcheck, en IGZ toezicht bij VT organisaties. De Kamer wordt in november geïnformeerd over ouderenmishandeling en financiële uitbuiting. De aanpassingen in de wet Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die nodig zijn t.b.v. de aanscherping van de Wet meldcode wordt ter informatie naar de Kamer gestuurd.

Welke kennisvragen spelen een rol?

Veld- of meldnorm?
Met het vaststellen van een veldnorm voor melden per beroepsgroep zijn we er nog niet. In het advies wordt Veilig Thuis de verkeersleider genoemd, met een radarfunctie. Daarvoor is het nodig dat allen dezélfde taal spreken. Dat zien we terug in de vraag van veldpartijen naar intersectorale normen voor het bepalen van ernst; een zogenaamde meldnorm. Liefst natuurlijk wetenschappelijk onderbouwd.

Welke kennis is beschikbaar? Er zijn grofweg drie manieren waarop er wordt beoordeeld.

  1. Triage-instrument: gebruikt door Veilig Thuis. Dit instrument kijkt met name naar de acute veiligheid en structureel ernstige onveiligheid. Hier is een onderbouwing voor aanwezig. Dit is specifiek voor Veilig Thuis, maar wordt ook door andere partners in de keten benut.
  2. Risicotaxatie: bijv. LIRIK, CARE-NL en andere. Dit zijn (in verschillende mate onderbouwde en gevalideerde) instrumenten die professionals gebruiken om met name risico’s in de toekomst in te schatten, zodat ze weten of ze hun hulpverlening moeten aanpassen of anderen in moeten schakelen. Vooral voor specialistische professionals.
  3. Beoordeling van gedrag: bijv. Vlaggensysteem (ex)partnergeweld (VeP). Gericht op het ondersteunen van professionals bij het beoordelen en bespreekbaar maken van relationeel gedrag, inclusief ernstig grensoverschrijdend gedrag. Biedt norm en handelingsperspectief en criteria wanneer melding nodig is. Vooral voor generalisten, bijvoorbeeld wijkteams, maar ook geschikt voor bijvoorbeeld Veilig Thuis. Het VeP is in ontwikkeling en beschikbaar vanaf begin 2017.

Deze drie manieren worden nog vrij los van elkaar ingezet door verschillende groepen professionals. De vraag is hoe deze instrumenten betekenisvol te verbinden, zodat professionals, met eenzelfde taal, samenwerken aan veiligheid.

Deskundigheidsbevordering
Uit de reacties van de veldpartijen en het debat in de Kamer blijkt een structurele behoefte aan bijscholing van zittende professionals en opleiding van aankomende professionals. Het plan van aanpak Leren signaleren van VWS en OCW voorzien in het laatste. De kenniscentra Movisie, Nederlands Jeugdinstituut (NJi), Rutgers en Augeo ondersteunen in dat kader mbo, hbo en wo opleidingen bij het verankeren van aandacht voor GIA in de opleidingen en de bijscholing van docenten.

Voor de professionals die onder de Wet meldcode vallen hebben VWS en OC&W aan Movisie en het NJi de opdracht gegeven deskundigheidsbevordering te ontwikkelen in het kader van de invoering van de Wet in 2013. In samenspraak met de branche- en beroepsverenigingen is een Train-de-trainer model uitgerold. Honderden trainers hebben ondertussen een licentie voor deze VWS module. Trainers staan met hun aanbod op een databank, zodat organisaties in hun eigen regio de trainer van hun keus kunnen vinden.

Er is niet alleen behoefte aan kennis over de Meldcode, maar vooral grote behoefte aan bijscholing over signaleren en bespreekbaar maken van vermoedens van geweld. De samenwerking/afstemming tussen lokale sociale (wijk)teams en Veilig Thuis vraagt nog veel aandacht. Dit betekent dat er behoefte is aan structureel leren waarbij ook aandacht is voor samenwerking en samenhang.

Samenvatting hoorzitting

Hieronder volgt een samenvatting van de hoorzitting en bij de downloads onderaan dit artikel vindt u alle position papers. 

Kennispartijen

  • De Kinderombudsman is blij met de voorgestelde radarfunctie van Veilig Thuis. Wel maakt de Kinderobudsman zich zorgen om de veldnorm van ‘bepaalde mate van ernst’ en roept op vooral ook naar kinderen zelf te luisteren.
  • De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen ondersteunt het advies van Sprokkereef en pleit voor intersectorale normen, te toetsen aan multi-causale verklaringsmodellen.
  • De Kring van Veiligheid benadrukt dat een systeemwijziging niet voldoende is. Handelingsvaardigheid en een cultuurverandering zijn nodig; samen met burgers en professionals werken aan veiligheid.  
  • Augeo’s zorg is hoe te voorkomen dat de ongewenste neveneffecten van ‘meldplicht’ toch gaan spelen. Veilig Thuis heeft voldoende informatie nodig om tot een goed advies te komen om revictimisatie te voorkomen.
  • Veilig Thuis Kennemerland wil meer intersectorale samenwerking zien, meer vertrouwensartsen en meer de Verwijsindex risicojongeren (VIR) benutten en benadrukt dat de aanpak voor 0-100 jarigen bedoeld is.
  • De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik steunt het advies, zou stap 2 -advies vragen- ook willen verplichten en vraagt om een intersectorale veldnorm.
  • Landelijke Vereniging Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling juicht het voorstel toe en pleit voor verplichting geschoolde aandachtsfunctionaris
  • Openbaar Ministerie benadrukt dat kwaliteit van handelen afhankelijk is van kwaliteit van informatie bij Veilig Thuis. Die kan verrijkt worden door aanscherping. Intersectorale veldnorm is wenselijk.

Praktijk

  • De Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen meent dat een veldnorm en meldplicht niet gaan helpen. Scholing en betere bereikbaarheid hulp (24/7) zijn nodig.
  • De Landelijke Huisartsen Vereniging stelt dat nieuwe, complexe wetgeving en verplichtingen leiden tot weerstand van de beroepsgroep en ongewenste en onnodige juridisering. Wat vrijwillig al tot stand is gebracht, is verreweg te verkiezen boven verplichten. Hoe doen we met z’n allen wat nodig is, zonder meer formaliteiten? Pleit voor checklist bij stap 2 en meldnorm bij stap 5.
  • De wijkteams/gemeenten, bij monde van wethouder Leisink uit Arnhem, meent dat deze systemische oplossing, een meldplicht, geen recht doet aan de dagelijkse praktijk. Er is meer inzet nodig t.b.v. voorkomen, preventie en handelingsvaardigheid.
  • De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst is tegen de ‘meldplicht’ of veldnorm en wil als alternatief met Augeo een checklist maken. 24/7 beschikbaarheid vertrouwensartsen Veilig Thuis nodig voor advies.
  • GGZ Nederland stelt dat aanscherping goed is voor de kinderen die ze in het vizier hebben, probleem is dat ze zoveel niet zien. Gebrek aan deskundigheid is het issue.
  • De V&VN vraagt aandacht voor voorkomen kindermishandeling, i.p.v. het stoppen van kindermishandeling. Ziet meer heil in samenwerking dan dwang om informatie te delen.
  • De VVAK onderschrijft de noodzaak om ernstige gevallen bij Veilig Thuis in beeld te laten komen, maar meldplicht is een te zwaar middel daarvoor.
  • Jongeren Taskforce Kindermishandeling staat achter wens om signalen te koppelen en benadrukt daarbij kinderen/ jongeren te horen en te betrekken.
  • Veilig Thuis meent dat een meldplicht geen recht doet aan de transitie en de transformatie. Vraagt om afspraken met de politie en verbeterslag i.v.m. hun meldingen. Van andere beroepsgroepen geen tot weinig meldingen. Goede afspraken over wanneer melden en opvolgen daarvan zijn nodig.
DownloadsTypeGrootte
position-papers-verbetering-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandelingpdf1.71 MB

Reacties

Reageer op dit artikel

9 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.