Van advies naar actie: burgerberaden in Arnhem en Den Bosch
Hoe zorg je ervoor dat een burgerberaad meer wordt dan een inspirerende oefening in participatie? Gemeente Arnhem en Den Bosch delen hun inzichten over het vormgeven, uitvoeren en de opvolging van de adviezen van hun eerste burgerberaad en de lessen voor het vervolg.
Artikelen over nieuwe participatievormen
In hoeverre helpen nieuwe participatievormen om de stem van inwoners te horen die doorgaans niet meepraten, meebeslissen en meedoen? In diverse artikelen nemen we NPLV-allianties, burgerberaden en ervaringsraden onder de loep. In het eerste artikel staan twee NPLV-allianties met bewoners in het bestuur centraal. Het tweede artikel over burgerberaden is hier te lezen. Dit is het derde artikel uit de reeks.
Zowel de gemeente Den Bosch als Arnhem organiseerden het afgelopen jaar voor het eerst een burgerberaad. Zij grepen dit aan als instrument om inwoners een stem te geven in beleidsvorming. In Den Bosch stond het thema ‘fijn ouder worden’ centraal. In Arnhem ging het over afvalbeleid. Direct na de afronding van het burgerberaad gingen beide gemeenten aan de slag met de opvolging. Hoe zorg je dat je recht doet aan de vertaling van de adviezen van de deelnemers? En hoe houd je ze aangehaakt bij dit ambtelijke proces?
'Met een afvaardiging van het burgerberaad zien wij erop toe wat de gemeente doet met onze aanbevelingen.'
Van beraad naar beleid
‘Vanuit het burgerberaad kregen we 34 aanbevelingen’, vertelt Jean-Bernard Hunink, projectleider van het burgerberaad in Den Bosch. ‘Dat was het startpunt voor het opstellen van onze woonzorgvisie’, vult zijn collega Nick de Laat, beleidsadviseur Wonen en Zorg, aan. Deelnemers van het burgerberaad, maar ook collega’s van verschillende afdelingen van de gemeente, maatschappelijke partners én stadgenoten die waren uitgeloot voor deelname aan het burgerberaad droegen hieraan bij.
Deze visie is uitgewerkt in een uitvoeringsagenda. En dat bleek soms een uitdaging. De monitorgroep was daarbij cruciaal. ‘Met een afvaardiging van het burgerberaad zien wij erop toe wat de gemeente doet met onze aanbevelingen. We hebben ons verdeeld over de thema’s van de woonzorgvisie. Elkaar ontmoeten is essentieel om gezamenlijk de aanbevelingen verder te brengen’, legt Hans van Bavel, een van de leden van de monitorgroep, uit. ‘Wat voor ons vanzelfsprekend is, bleek dan toch te abstract geformuleerd. De monitorgroep geeft ons echt waardevolle feedback om het concreter te maken’, vertelt Hunink.
Ook Arnhem herkent uitdagingen in het maken van deze vertaalslag. De adviezen van het burgerberaad konden niet direct naar de gemeenteraad. ‘De adviezen waren heel breed. We hebben de adviezen vertaald en ambtelijk getoetst. Toen zijn er van de 28 adviezen vier gesneuveld. De adviezen die als haalbaar zijn bestempeld zijn in de uitvoeringsagenda opgenomen en daar gaat de raad over stemmen’, vertelt Renee van Os, strategisch adviseur Onderzoek & Data bij de gemeente Arnhem.
De gemeente was tijdens het eerste burgerberaad terughoudend om gedurende het proces in een adviserende rol te schieten. ‘Daar komen we nu van terug. We hebben besloten dat er in een volgend burgerberaad halverwege het proces al een ambtelijke toets van conceptadviezen komt. Dat verbetert de kwaliteit en haalbaarheid van de ideeën van deelnemers en kan ook de implementatie beter en sneller laten verlopen.’ Maar het blijft zoeken naar het maken van de juiste afwegingen. ‘Het proces moet niet te lang duren. Je wilt wel die snelkookpan aanhouden.’
Invloed van inwoners in perspectief
Dat afvalbeleid als thema werd gekozen voor het burgerberaad in Arnhem lag wat gevoelig. In 2021 was namelijk een referendum over het diftar-systeem (betalen per afvalzak). ‘De keuze voor dit onderwerp werd door deelnemers ter sprake gebracht’, aldus Van Os. ‘De insteek van het burgerberaad was wel breder. Van het verkennen van de technische mogelijkheden om afval te scheiden tot het in gang zetten van duurzaam hergebruik van consumptiegoederen.’
De bestuurlijke context heeft invloed op hoe adviezen vanuit een burgerberaad landen. ‘We hadden geen unanimiteit in de raad voor het uitvoeren van een burgerberaad. Dat vraagt zorgvuldigheid in het vertalen en doorvoeren van de adviezen’, zegt Mark Wanders, beleidsadviseur Afval bij de gemeente Arnhem. De noodzaak om verwachtingen te managen is groot. ‘Inwoners die deelnemen zijn vaak erg betrokken. Tegelijkertijd is het voor hen soms onduidelijk waar de gemeente wel en niet over gaat’, zegt Van Os. ‘Een advies om buurtambassadeurs aan te wijzen bijvoorbeeld, dat is niet iets binnen onze bevoegdheid.’ Het duidelijk communiceren over ambtelijke processen naar inwoners wordt ook in Den Bosch herkend. ‘Wij hebben altijd duidelijk gezegd tegen de deelnemers: ‘jullie geven nu een advies. Dat wordt voorgelegd aan de gemeenraad en die beslist uiteindelijk’’, legt Hunink uit.
Monitorgroep als brug tussen advies en praktijk
In Arnhem hebben deelnemers van het burgerberaad geen rol gehad in het opstellen van de uitvoeringsagenda. ‘Het burgerberaad heeft wel geadviseerd een monitorgroep in te richten. Aangezien dit één van de adviezen is, kan het pas worden ingesteld nadat de raad over het totaalpakket heeft besloten’, legt Van Os uit. ‘We realiseren ons dat dit een gemiste kans is. Daarom richten we bij het tweede burgerberaad nu wél aan de voorkant in dat er een monitorgroep komt die het proces van advies tot uitvoering volgt.’
‘We waren vooral aan het zoeken naar het borgen van sociale veiligheid voor de deelnemers. Nu willen we ook zorgen voor meer sociale cohesie in de groep.’
In Den Bosch is afgesproken om drie keer per jaar samen te komen met de monitorgroep en themagerichte bijeenkomsten met verdieping op één van de deelonderwerpen uit de woonzorgvisie te organiseren. Vanuit de monitorgroep is Hans van Bavel betrokken bij het organiseren van de bijeenkomst over dementie die binnenkort plaatsvindt. ‘Professionals uit het hele veld gaan met elkaar in gesprek. Ik denk dat het een zeer waardevolle bijeenkomst wordt om breed draagvlak te krijgen op dit onderwerp. En in dit proces krijg ik een goed beeld bij hoe de gemeente werkt en krijg ik daar ook meer begrip voor.’
Hunink benoemt dat die continue interactie met inwoners net zo belangrijk is als het hele traject van het burgerberaad zelf. ‘Je hebt een band met elkaar opgebouwd. En wij hebben een rol om te organiseren dat die verbinding blijft.’ In Arnhem wordt bij het tweede burgerberaad meer aandacht besteed aan het creëren van een groepsgevoel. ‘We waren vooral aan het zoeken naar het borgen van sociale veiligheid voor de deelnemers. Nu willen we ook zorgen voor meer sociale cohesie in de groep’, aldus Wanders. De eerste bijeenkomst van het tweede burgerberaad in Arnhem richt zich dan ook enkel op kennismaken en ontmoeten, zonder meteen de inhoud in te duiken.
Geen blauwdruk
De ervaringen uit Arnhem en Den Bosch laten zien dat er geen blauwdruk is voor het succes van een burgerberaad. Beide gemeenten zien dat het aanhaken van een diverse groep deelnemers aandacht vraagt. ‘Het blijft een grotendeels talig instrument. Uiteindelijk moet er overlegd worden voordat de adviezen op papier komen’, legt van Os uit. ‘Daardoor haakt toch een bepaalde groep mensen af’, ziet Hunink in.
In Arnhem werd in de aanloop naar het tweede burgerberaad overwogen om te kiezen voor een oververtegenwoordiging van jongeren. Zij krijgen immers het meest te maken met de gevolgen van klimaatverandering. Uiteindelijk is hier niet voor gekozen, maar is wel gezorgd dat er bij die groep voldoende spreiding was op opleidingsniveau. ‘In Arnhem wonen veel studenten. Ook jongeren met een praktische opleiding die zich wat minder snel aanmelden voor een burgerberaad wil je een stem geven in het burgerberaad’, aldus van Os. ‘Maar ze vasthouden is een tweede. We kijken naar de timing van bijeenkomsten en creatieve werkvormen. Ook willen we een deel van de informatie die deelnemers ontvangen per video verspreiden.’
Wat Hunink opvalt is dat de vraagstelling bepalend is voor de dynamiek die ontstaat in een burgerberaad. ‘Ik kan me voorstellen dat je het bij een heel concrete vraag over sluitingstijden van horeca bijvoorbeeld veel simpeler kunt organiseren. Maar het thema dat wij hadden, raakt aan zoveel domeinen. Dan wordt de hele organisatie meegenomen en heb je zoveel bijvangst’, reflecteert Hunink. ‘Dan is het doel van het burgerberaad niet alleen de uitkomsten, maar ook het samen doorleven van het proces.’