Van de bank thuis naar een baan buitenshuis

Werk vinden na het speciaal- en praktijkonderwijs: twee projecten
artikel - 3 oktober 2017

Voor jongeren die van het speciaal onderwijs of praktijkonderwijs komen, is er nogal wat veranderd. Sinds 2015 kunnen zij niet meer terecht in de Wajong, tenzij ze duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Jongeren met arbeidsvermogen kunnen een beroep doen op de Participatiewet, maar de route naar werk is lastig. Leerlingen die langere tijd thuis zitten, verliezen in hoog tempo kennis en vaardigheden. Hoe voorkomen we dat jongeren thuis op de bank zitten?

Er zijn diverse projecten in het land om deze jongeren te begeleiden naar de arbeidsmarkt. In dit artikel lichten we er twee uit om te laten zien wat er mogelijk is. Eén van die projecten is Route Arbeid, een samenwerkingsproject tussen maar liefst 22 scholen en 27 gemeenten in de arbeidsmarktregio Groningen/Noord-Drenthe. Het project is drie jaar terug gestart en inmiddels standaardmethodiek om jongeren vanuit het voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs te begeleiden naar een baan of beschut werk.

De kracht van Route Arbeid

Coördinator Geke van der Werff: ‘Route Arbeid werkt als volgt: vanaf het vierde leerjaar gaan alle jongeren met uitstroomprofiel arbeid om de tafel met de stagebegeleider, een consulent van de Werkpleinen en de ouders. Samen kijken ze naar de stagemogelijkheden en doorstroom naar werk. Is het mogelijk om een stage om te zetten in een afspraakbaan of heeft een jongere nog meer werknemersvaardigheden nodig? Deze gesprekken resulteren in een afspraakbaan, beschut werk of een tussenvoorziening waar de jongere in maximaal drie maanden extra werknemersvaardigheden leert. Wanneer de jongere de school verlaat, blijft de jobcoach van de gemeente, die de jongere begeleidt, ook op de werkplek betrokken.’

Het resultaat

Samen met Intergrip is de module 'de overstap' ontwikkeld waarmee de jongeren goed in beeld zijn gekomen. Er staan 2600 jongeren geregistreerd: 38 procent stroomt komende jaren uit naar arbeid, 32 procent naar onderwijs, 11 procent naar dagbesteding. Van 19 procent van de jongeren is nog niet bekend wat ze gaan doen. Cijfers over het aantal plaatsingen op een afspraakbaan zijn ook nog niet beschikbaar. Alleen voor de stad Groningen is duidelijk dat 41 jongeren zijn geplaatst op een afspraakbaan. Van der Werff: ‘Behalve de cijfers van het aantal geplaatste jongeren vind ik het een belangrijk resultaat dat alle partijen (werk, onderwijs en zorg) goed samenwerken. En dat alle 27 colleges van burgemeester en wethouders dit voorjaar hebben besloten dat Route Arbeid dé methodiek is waarmee wordt gewerkt.’

Blijven investeren

Volgens Geke van der Werff is het een uitdaging om jongeren duurzaam te plaatsen op een arbeidscontract. ‘Het gaat vaak om tijdelijke contracten van een jaar, met verlenging van nog een jaar. We blijven investeren in trajecten waardoor jongeren zich kunnen ontwikkelen tot een goede werknemer. We verbreden de doelgroep het komende jaar naar jongeren die vanuit het praktijk- en speciaal onderwijs zijn doorgestroomd naar het entreeonderwijs en hier uitvallen of niet doorstromen naar mbo 2. Ook zij komen terecht bij een jobcoach van de gemeente die ze begeleidt naar een afspraakbaan.’

Het tweede project: leerwerksetting op de Veluwe

Ook op de Veluwe wordt geëxperimenteerd met een manier om jongeren vanuit het praktijk- en speciaal onderwijs aan het werk te krijgen. In het kort: jongeren zitten in een leerwerksetting waarbij ze via de beroepsbegeleidende leerweg een entreediploma (uitstroomvariant arbeidsmarkt) halen. De jongere krijgt bij de start van het traject een dienstverband bij een werkgever. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een branchecertificaat te halen. Op deze wijze wordt de jongere goed voorbereid op de arbeidsmarkt. Projectleider Chantal Vos: ‘Daar waar mogelijk kan doorstroom naar niveau 2 plaatsvinden, maar de meeste jongeren gaan aan het werk.’

Links: Chantal Vos, rechts: Geke van der Werff

Samenwerking tussen de drie O’s

Het project is een samenwerking tussen de Inclusief Groep (initiatiefnemer en sociaal ondernemer), ROC Landstede te Harderwijk (zij verzorgen het entreeonderwijs) en praktijkschool Mijnschool uit Harderwijk (zij verzorgen het onderwijs gericht op het behalen van het branchecertificaat). De gezamenlijke gemeenten hebben vorig jaar extra budget beschikbaar gesteld voor dit project door de jeugdwerkloosheidsgelden in te zetten. Een mooi voorbeeld dus van samenwerking tussen de drie O’s: onderwijs, ondernemer en overheid.

'De begeleiding die nodig is om de jongeren niet alsnog uit te laten vallen, is omvangrijker dan we bij aanvang dachten'

Het resultaat

Er doen 14 jongeren mee aan het traject. Zij volgen de opleiding en zijn bezig om een branchecertificaat te halen. Wat dit laatste betreft gaat het om dienstverlening (schoonmaak), techniek, detailhandel, elektromontage en groen. Alle jongeren hebben een dienstverband gekregen en werken óf op één van de afdelingen van de Inclusief Groep óf bij een externe werkgever. Vos: ‘Het zijn jongeren in een kwetsbare onderwijs- en arbeidsmarktpositie. Vaak hebben ze te maken met problemen die van invloed zijn op de schoolprestaties en op het werk: onrustige thuissituatie, motivatieproblemen, veel hulpverleners, schulden. De begeleiding die noodzakelijk is om de groep niet alsnog uit te laten vallen (voorkomen voortijdig schoolverlaten) is dan ook omvangrijker dan we bij aanvang dachten. Ook blijkt dat een jaar scholing voor de meeste jongeren te weinig is.'

Van de huidige groep zal meer dan de helft in september en oktober de examenonderdelen doorlopen. 'We hopen in november een feestelijke uitreiking van het felbegeerde diploma te kunnen realiseren. Degenen die hun diploma in november nog niet in ontvangst kunnen nemen, hopen dat in januari te ontvangen.’ Eind september is een nieuwe groep jongeren gestart.

Goede basis noodzakelijk

Een uitdaging zit volgens Vos in het feit dat voor veel jongeren de overgang van stage of thuiszitten naar werk best groot is.´Daarom gaan we het nieuwe schooljaar nog meer inzetten op het aanleren van werknemersvaardigheden. Daarmee leggen we een goede basis. Verder is het de uitdaging om voldoende, passende werkplekken te vinden. Bij het aanbieden van de richting kijken we goed naar de kansen op werkgelegenheid binnen deze richting en op dit niveau. We willen de jongeren gericht opleiden zodat ze werkelijk kans hebben op duurzame uitstroom. Daarnaast maken we afspraken met werkgevers uit ons netwerk.´Dit betekent soms dat jongeren moeten worden teleurgesteld', vertelt ze.´Ze willen dan een richting volgen waar op dat niveau vrijwel geen werk in te vinden is. Dan is het de uitdaging om ze tegemoet te komen en toch zoveel mogelijk aan te sluiten bij hun wensen.´

Succesfactor

‘De succesfactor van dit project is dat de jongere naast school een dienstverband heeft. Ze hebben een baan net als ieder ander, ze voelen zich volwaardig. Ook de schooldag maakt onderdeel uit van het dienstverband en wordt betaald. Hierdoor kunnen we de jongeren aanspreken op hun verantwoordelijkheden.’ Daarnaast is het ‘al werkend leren’ een belangrijke factor binnen de Inclusief Groep. Chantal Vos: ‘Wij geloven erin dat je leert werken door te doen! Zo werken we binnen de Inclusief Groep met verschillende academies en leerlijnen, om medewerkers vakvaardigheden en werknemersvaardigheden aan te leren.’

Meer informatie

Reacties

Reageer op dit artikel

1 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.