De belangrijkste ontwikkelingen in cliënten- en burgerparticipatie

Deel 3 van 'De toekomst van cliëntenparticipatie'
artikel - 1 augustus 2014
De belangrijkste ontwikkelingen in cliënten- en burgerparticipatie

Moeten cliënten van de AWBZ en de jeugdzorg zich aanmelden voor de Wmo-raad, omdat zij straks voor hun begeleiding afhankelijk zijn van de gemeente? Is een brede participatieraad waarin Wmo en Sociale zaken integraal worden benaderd verstandig? Of missen we met dit systeem de boot, omdat het ons steeds verder afbrengt van de leefwereld van mensen? Allerlei vragen die momenteel spelen in een periode waarin gemeenten, burgers, cliënten en adviesraden zoekende zijn. Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen die momenteel een rol spelen bij de vormgeving van cliënten- en burgerparticipatie.

Samenwerking en verbreding

Omdat veel gemeenten de decentralisaties zo integraal mogelijk proberen aan te vliegen, wordt er lokaal ook gezocht naar een samenhangende benadering van cliënten- en burgerparticipatie. Dit vertaalt zich onder andere in een ontwikkeling naar bredere participatieraden. In deze raden worden bijvoorbeeld de Wmo-raad, WWB- en WSW-raad samengevoegd (zie: Samen Sterk, LCR en Koepel Wmo-raden, 2013). Maar ook vanuit de AWBZ en jeugdzorg kan verbreding van de Wmo-raad worden gezocht. De brede participatieraad is er voor een bredere doelgroep en een breder beleidsterrein. Een logische stap, maar de vraag is wel of iedereen zich vertegenwoordigd voelt via zo’n raad. Wordt het abstractieniveau niet nog veel groter en kan zo’n brede raad nog voldoende verbinding realiseren met de achterban, de samenleving? Via werkgroepen en klankbordgroepen, waarin een bredere groep mensen is vertegenwoordigd, proberen participatieraden de achterban te organiseren en verbindingen te leggen.

Kan zo’n brede raad nog voldoende verbinding realiseren met de achterban?

Regionalisering

Veel gemeenten gaan met elkaar samenwerken om de uitdagingen die de decentralisaties met zich meebrengen het hoofd te kunnen bieden. Op regionaal niveau zoeken gemeenten samenwerking met elkaar en formuleren zij beleid. Wmo- en cliëntenraden en beoordelen het beleid lokaal, maar krijgen vaak de regionale plannen pas in het laatste stadium voor ogen. Hierdoor is er weinig tot geen mogelijkheid om controle uit te oefenen of serieuze adviezen te geven. In dit geval spreken van we van een democratisch tekort. Er is wettelijk gezien geen orgaan dat op regionaal niveau het beleid toetst en goedkeurt. Wel zijn er Wmo-raden die op regionaal niveau afstemmen of via een regionaal voorzittersoverleg proberen invloed uit te oefenen. De Wmo-raad Drechtsteden is een voorbeeld van een regionaal functionerende Wmo-raad. Ook zoeken gemeenteraden naar mogelijkheden om het democratisch tekort te slechten. Door gemeenschappelijke regelingen met andere gemeenten is het soms lastig voor raden om te sturen, waardoor gebrek aan controle op de loer ligt.

Dialoog, ontmoeting en ervaringskennis

Naast deze verbreding en regionalisering is er juist ook een groeiende behoefte aan verbinding met cliënten, burgers, doelgroepen. Veel Wmo-raden en gemeenten zijn steeds verder van de samenleving af komen te staan. Gemeenten spreken vaak via de adviesraden of andere burgerorganisaties met hun burgers. Het organiseren van een dialoog met burgers vraagt om thema’s die dicht bij de leefwereld van de inwoners liggen en die door henzelf zijn aangedragen. Belangenorganisaties kunnen in die dialoog en ontmoeting een belangrijke rol spelen. Belangrijk om op te merken is dat de wens om in gesprek te gaan met burgers op gespannen voet staat met verbreding van Wmo-raden en regionale samenwerking tussen gemeenten. Deze ontwikkelingen brengen thema’s en beleid niet dichterbij, maar juist verder weg en bemoeilijken directe en concrete participatie van burgers en cliënten.

Verbinding met de wijk en burgerinitiatieven

In veel wijken zijn wijkraden of bewonersplatforms actief. In eerste instantie vooral op het terrein van het groen en de inrichting van de wijk, maar ook steeds meer met een sociale opdracht. Ook krijgen steeds meer wijkraden daarvoor een eigen budget. De betrokkenheid van kwetsbare groepen bij deze wijkraden is (nog) vaak beperkt. Daarnaast wordt een diversiteit aan burgerinitiatieven ontplooid door groepen bewoners die zich collectief eigenaar voelen van een probleem in de wijk, zoals het buurthuis dat wordt gesloten of het gebrek aan sportmogelijkheden voor hun kinderen met een beperking. De denk- en doekracht van burgers vraagt om onderlinge verbinding, ook richting kwetsbare mensen in de wijk. De nieuwe Wmo is er immers op gericht om cliënten langer zelfstandig en meer ‘onder de mensen’ in de wijk te laten wonen. Het is belangrijk dat zij ook gehoord en betrokken worden in de wijk-, buurt- en dorpsorganisaties.

De denk- en doekracht van burgers vraagt om onderlinge verbinding, ook richting kwetsbare mensen in de wijk

VN-verdrag

Onlangs zette het kabinet de eerste stappen om het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking goed te keuren. Het verdrag vertelt wat landen moeten doen om te komen tot een inclusieve samenleving, die open staat voor mensen met allerlei soorten handicaps. Met de goedkeuring van het verdrag worden twee bestaande wetten aangepast: de Kieswet en de Wet gelijke behandeling handicap en chronische ziekte. Maar ook de andere relevante regelgeving verdient aandacht, zoals de Wmo, de Participatiewet, de Jeugdwet en het Bouwbesluit (bron: College voor de Rechten van de Mens). Ook op lokaal niveau vraagt dit om actie: welke betekenis heeft het VN-verdrag voor de lokale situatie? Het is daarmee een nieuw en krachtig kader voor Wmo-raden en cliënten- en belangenorganisaties om met gemeenten aan de slag te gaan en de positie van kwetsbare groepen te versterken.

Tips voor Wmo-raden en lokale belangenbehartigers

  • Gebruik 2014 om met uw gemeente en collega-raden en -organisaties in gesprek te gaan over inrichting van cliënten- en burgerparticipatie. Wat willen we bereiken, wat zijn de rollen, taakopvattingen, hoe gaan we om met burgerinitiatieven, hoe borgen we ervaringsdeskundigheid, et cetera. Antwoorden hierop kunnen vervolgens leiden tot een verschuiving in vormen en rollen voor adviesraden, belangenorganisaties en betrokken burgers. De vier toekomstmodellen voor lokale participatie kunnen een handvat zijn voor een interne discussie (Modellen voor lokale participatie, Koepel Wmo-raden, Movisie, Zorgbelang Noord-Holland, 2013)

  • Steeds meer Wmo-raden zijn bezig met het optimaliseren van het adviesproces, mede door de diversiteit en complexiteit aan ontwikkelingen, thema’s en doelgroepen die op hen afkomen. Hierbij ligt het gevaar op de loer dat Wmo-raden gevestigde instituties worden die minder open staan voor verandering en een kritische blik. Zet veel meer in op contacten in de samenleving en activiteiten om mensen te horen, te spreken en te betrekken. Op die manier komt u erachter of het beleid in de praktijk uitpakt zoals het bedoeld was. Specifieke groepen vragen om een andere werkwijze om ‘gehoord’ te worden, oriënteer op wat mensen nodig hebben en organiseer de participatie. De informatie die dit oplevert, is direct bruikbaar voor nieuw beleid, buurtactiviteiten en aanpassingen in de dienstverlening. Belangenorganisaties kunnen hierin ook een belangrijke rol spelen.
  • Werk aan kwaliteit en samenwerking. Vanwege bezuinigingen vechten organisaties voor hun bestaan, ook Wmo- en cliëntenraden en belangenorganisaties. Dit werkt concurrentie in de hand, wat niet in het belang van de cliënt is. Samenwerking is het sleutelwoord. Ga daarbij ook op zoek naar contacten met andere cliëntenraden en -organisaties in de AWBZ, jeugdzorg en werk en inkomen, om op die manier ook van elkaar te leren.

Meer lezen:

Deze artikelenserie is samengesteld door Marjoke Verschelling, Karin Sok, Anne Lucassen en Renee Gunst (Movisie) in samenwerking met Henk Beltman en Nienke van der Veen (Aandacht voor iedereen).

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 8 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.