Bemoeizorg heeft een positief effect op de kwaliteit van leven

Het Effect van de maand oktober
artikel - 1 oktober 2012
Afbeelding bij Bemoeizorg heeft een positief effect op de kwaliteit van leven

Bemoeizorgteams bieden ongevraagd hulp aan mensen die in zorgwekkende leefomstandigheden zijn gekomen en niet voor hulp aankloppen bij zorginstellingen. Het doel van bemoeizorg is om cliënten voor te bereiden op een doorverwijzing naar reguliere voorzieningen. Tranzo deed onderzoek naar het effect van bemoeizorg in Nederland. Uit de resultaten van het onderzoek concluderen de onderzoekers dat de effectiviteit van bemoeizorg in vergelijking met andere (sociaal) medische zorgprogramma’s of interventies van behoorlijke orde is. 

Methode

Bemoeizorg is contact zoeken met mensen die hulpbehoevend zijn, maar die hulp om wat voor reden dan ook niet zelf inschakelen. Het doel is om contact te krijgen met de cliënten en hen met praktische hulp een korte periode te ondersteunen met het uiteindelijke doel hen bij reguliere voorzieningen te laten instromen. Een bemoeizorgteam bestaat uit (gespecialiseerde) HBO verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en/of sociaal pedagogisch werkers en komt voort uit een samenwerkingsverband tussen ondermeer de GGD, geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, gehandicaptenzorg, maatschappelijk werk en maatschappelijke opvang.

Door wie en waarom

Bemoeizorg wordt ingeschakeld door bezorgde familieleden, buren, vrienden, maar ook woningbouwcorporaties, gemeenten of anderen. Redenen om bemoeizorg in te zetten kunnen zijn het voorkomen van huisuitzettingen, het aanvragen van een schuldhulpverlening, verbetering van het sociale netwerk of het verbeteren van de hygiënische omstandigheden waarin iemand verkeert.

Effect

De grootste effecten had bemoeizorg op de kwaliteit van leven. Deze effecten hielden stand tot minstens zes maanden na de afsluiting van een bemoeizorgtraject. Ook waren er goede verbeteringen in de problematiek: de ernst nam af. Deze effecten zetten na de bemoeizorg zelfs nog verder door. Bemoeizorg had daarnaast een klein gunstig effect op de relatie (binding) tussen hulpverlener en cliënt, en op de problemen met doorverwijzen naar de reguliere voorzieningen.

Ruim een acht

Tweederde van de cliënten werd na de bemoeizorg doorverwezen. Iets meer dan een tiende van de cliënten raakte uit beeld of bleef de bemoeizorg weigeren. Een tiende had geen zorg meer nodig omdat het weer goed met ze ging. Zes maanden na het beëindigen van de bemoeizorg was bijna 64% van de cliënten nog in zorg. Van de cliënten die niet meer in zorg waren was de reden hiervoor: in iets meer dan 40% omdat het weer goed genoeg met ze ging en in bijna 18% omdat ze uit beeld of niet traceerbaar waren. De cliënten waren tevreden met de bemoeizorg en gaven een gemiddeld rapportcijfer van ruim een acht.

Bewijskracht van de effectiviteit

Volgens Tranzo betekenen de resultaten van het onderzoek dat de effectiviteit van bemoeizorg in vergelijking met andere (sociaal) medische zorgprogramma’s of interventies van behoorlijke orde is. Juist omdat de cliënten gemiddeld een relatief lage kwaliteit van leven ervoeren en de ernst van de problematiek bij aanvang in vergelijking met andere groepen hoog was, is verbetering op deze terreinen van groot belang. Het feit dat in alle drie de onderzochte teams vergelijkbare effecten werden gevonden, versterkt de bewijskracht van de effectiviteit van de onderzochte vorm van bemoeizorg.

Inschrijving in een databank voor interventies

Inschrijving in een databank voor interventies, zoals Databank effectieve sociale interventies van Movisie en Loket gezond leven van het RIVM, zou volgens Tranzo nu een logische vervolgstap zijn. Hierdoor kan de verkregen kennis en ervaring met deze manier van werken verder worden verspreid. De onderzoekers bevelen dan een gerandomiseerd onderzoek met controlegroep (randomized controlled trial) aan.

Onderzoek

Tranzo, wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg University deed een ongecontroleerd effectonderzoek naar bemoeizorg. Hieraan namen drie onafhankelijke bemoeizorgteams uit verschillende regio’s deel: Bemoeizorg Tilburg, Bemoeizorg Brabant Noordoost en Bemoeizorg Eindhoven Het onderzoeksproject is gefinancierd door ZonMw.

Drie jaar lang is er van alle cliënten die bij deze teams binnenkwamen bijgehouden hoe het met ze ging, en of en op welke gebieden er verbetering optrad in hun situatie. Gekeken werd naar:

  • de eigen ervaren kwaliteit van leven (aan de hand van de Mansa, een door de cliënt zelf in te vullen vragenlijst);
  • ernst van de problematiek op verschillende leefterreinen (met de HoNOS, een probleeminventarisatielijst);
  • de relatie (binding) tussen de cliënten en hulpverleners (met de Engagement Measure);
  • problemen met het doorverwijzen naar reguliere voorzieningen (met een korte vragenlijst).

Ook is onderzocht of de behaalde resultaten stand hielden na beëindiging van de bemoeizorg en of cliënten tevreden waren met de ontvangen zorg.

Meer weten

U kunt het rapport ‘De effecten van bemoeizorg. De resultaten van een onderzoek bij Nederlandse bemoeizorgteams’ door Diana Roeg, Margot Voogt, Marcel van Assen en Henk Garretsen downloaden op de website van Tilburg University.


Dit artikel is onderdeel van de reeks 'Effect van de maand'. Wat werkt en wat niet? Om hier meer zicht op te krijgen, wordt steeds vaker onderzoek gedaan naar de effecten van sociale interventies. Om hier aandacht aan te besteden, bespreken we binnen het kennisdossier Effectiviteit iedere maand een recent onderzoek.

Bekijk alle edities van deze rubriek.

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.