BijBiezonder: thuiszitters begeleiden volgens de ontwikkelingsgerichte benadering
Feuilleton Initiatieven Collectief
Het Initiatieven Collectief is een samenwerking tussen initiatieven die een plek bieden voor zogeheten 'thuiszitters' en verbondgenoten bij de overheid, Gedragswerk en Movisie. Deze initiatieven bieden een passende context aan jongeren voor wie ontwikkeling binnen het huidige onderwijs of zorgaanbod niet of onvoldoende plaatsvindt. In het Initiatieven Collectief feuilleton delen initiatiefnemers hun kennis en verhalen en geven middels een vraag het stokje door. Deze week deel vijf: Jules Wijers, eigenaar van BijBiezonder.
In deel 4 'Onderwijs in de zorg', stelde Marije Hemmer, eigenaar van Orthopedagogische Praktijk de Regenboog in Krommenie, Uitgeest en Velsen-Noord de volgende vraag aan BijBiezonder: Hebben jullie de ontwikkelingsgerichte benadering geïmplementeerd in je initiatief of was de benadering er al en heeft de ontwikkelingsgerichte benadering woorden gegeven aan wat jullie al deden?
De ontwikkelingsgerichte benadering
De ontwikkelingsgerichte benadering is de gemeenschappelijke deler die in alle initiatieven herkenbaar is. De ontwikkelingsgerichte benadering kent vijf fasen: landingsfase, onderzoekende fase, ontwikkelfase, doorstroomfase en waakvlamfase.
'Er is altijd al sprake geweest van een ogenschijnlijke dualiteit: ‘er is werk aan de winkel, er zijn belangrijke stappen te zetten in je ontwikkeling’ naast ‘er is geen verandering vereist, je hoeft niet te veranderen, je bent goed zoals je bent’. Beide uitgangspunten zijn waar en beide bestaan gelijktijdig. Het fasemodel uit de ontwikkelingsgerichte benadering hielp ons om die werkwijze zichtbaar te maken. Dat wat we ‘op gevoel’ deden kreeg met deze eenvoudige en logische fasen meer richting en diepgang.
Een prachtige kapstok
Het antwoord op de vraag is dus ook ‘beide’. Veel deden we al, net zoals elk initiatief waarschijnlijk. Maar met het toepassen van het model, vooral ook meteen met de deelnemers, ontstond een meer samenhangend geheel en daarmee een nog logischere vormgeving van elk traject. Daarnaast is het model ook een prachtige kapstok: het functioneert als tijdslijn waarop deelnemers hun ontwikkeling kunnen volgen, letterlijk op de uitvouwbare routekaart in hun ontwikkelmap. We hebben materialen en acties ontwikkeld die binnen het model passen en het abstracte concreet maken. In de ontwikkelfase mag je meer verwachten, mag je ze meer prikkelen. In de doorstroomfase voeg je een verantwoordelijkheid toe: 'nu je zo gegroeid bent mag je met extra inzet nieuwe instromers op weg helpen'. De waakvlamfase hielp ons om nazorg écht serieus te nemen. We hebben contactmomenten met uitstromers geborgd en raken gemotiveerd om meer te gaan doen met nazorg en ‘gewoon contact houden omdat dat waardevol is’. Een barbecue met oud-deelnemers, dóór oud- en huidige deelnemers staat op de planning.
BijBiezonder
BijBiezonder is een kleinschalige zorgorganisatie voor jongeren van 11 tot ongeveer 18 jaar die vastgelopen zijn, of dreigen vast te lopen op school. Er wordt zorg, begeleiding en onderwijs geboden om uiteindelijk terug te keren naar school, school bij Bijbiezonder af te maken of te gaan werken. Lees meer op de website van BijBiezonder.
De landingsfase heeft de meeste impact
De onderzoekende fase gaf woorden aan het begrip autonomie. 'Wat wil jij, hoe zie jij de komende weken, maanden en jaren van je leven'. Maar de fase met de meeste impact is de landingsfase. Een periode van weken of maanden, net wat nodig is, waarop er weinig moet. Gas eraf, kat uit de boom, voorzichtig verbinding aangaan: in onze maatschappij voelt dat als luxe, als ‘eigenlijk is die ruimte er niet’. Maar als je het in dat model ziet staan dan snap je het.
'Te zacht landen, met de handschoentjes de hele rit aan, maakt de volgende fases ook weer moeilijker'
Meedoen op je eigen manier
De landingsfase is niet alleen cruciaal voor een goed vervolg van het traject: het is ook een accelerator. Een traject gaat sneller als er eerst lang genoeg (bijna) ‘niks’ moet. Want zonder een goede landing, zonder die ruimte om aan vertrouwen, relatie en autonomie (als in ‘ik kies nu zelf wat ik wel en niet wil’, bijvoorbeeld) te werken, blijft de rem er het hele traject op. Deze fase is overigens geen vrijheid blijheid, maar draait veel meer om ‘meedoen op je eigen manier’. We stimuleren vanaf het begin om mee te doen, in elk geval betrokken te raken bij dat wat de groep doet. Te zacht landen, met de handschoentjes de hele rit aan, maakt de volgende fases ook weer moeilijker. Fingerspitzengefühl noemen ze dat: ruimte geven, maar de stretchzone wel speels opzoeken. Er gebeurt dus veel in die fase, maar de essentie is dat de deelnemer voelt dat er (bijna) niks écht moet (maar er wel veel mag en kan), dat hij/zij zelf keuzes mag maken en dat er veel ruimte is om elkaar op passend tempo te leren kennen.
Feuilleton Initiatieven Collectief
Lees het volledige verhaal op de LinkedIn pagina van Gedragswerk. Jules Wijers draagt het stokje over aan Atalanta met de volgende vraag: hoe maak je de relatie, de verbondenheid (en daarmee vaak ook de afhankelijkheid) van ons kleiner (zonder de werkrelatie te schaden) en de autonomie van de jongere groter? Lees ook deel vier 'Onderwijs in de zorg', deel drie 'Inclusiviteit', deel twee 'Onze eigen beleving zou de bron van ons leren moeten zijn' en deel een 'Actief niets doen'.