Blog: Doen wat werkt bij een ramp

6 januari 2022

Steeds meer mensen moeten huis en haard verlaten door een onveilige situatie. In verre oorden, maar deze zomer ook in Nederland, schrijft projectmedewerker Romy Santpoort. Voor de slachtoffers van de watersnoodramp in ons eigen Limburg kwam massale steun op gang, maar voor vluchtelingenopvang bestaat in Nederland nog nauwelijks draagvlak. Gelukkig weten we wat werkt tegen vooroordelen.

In oktober sprak ik een aantal sociaal werkers over hun rol in de hulp en ondersteuning aan de Limburgers die toen halsoverkop hun huizen moesten verlaten – om ze soms verwoest en onder het slik en modder weer aan te treffen. Sommige ouderen weigerden in de nacht van de overstromingen hun huizen te verlaten en het leger moest hen gedwongen evacueren. Nog steeds kunnen tientallen gezinnen niet terug naar huis omdat hun woningen onbewoonbaar zijn.

'De weerstand tegen opvangplekken is vaak gebaseerd op vooroordelen over mensen die we niet goed kennen'

Heel Nederland helpt

Uit de gesprekken met die sociaal professionals bleek een enorme bereidheid van mensen binnen en buiten Limburg om getroffenen te helpen. Heel Nederland was begaan met Limburg, want deze klimaatramp kwam wel erg dichtbij. We boden slaapplaatsen aan, doneerden massaal goederen en organiseerden opruimdagen. Gemeenten deden van alles om initiatieven te steunen. Een noodfonds werd opgericht en loodsen voor hulpgoederen werden beschikbaar gesteld. Sociaal werkers verleenden hulp en verbonden al die initiatieven. ‘Een stortvloed aan hulp’, noemde een van hen het heel toepasselijk.

Weerstand tegen vluchtelingenopvang

Tegelijkertijd speelt zich in Nederland een opvangcrisis af die niet de schoonheidsprijs verdient. Het COA slaagt er maar niet in voldoende opvangplaatsen voor vluchtelingen te organiseren. Zodra even minder opvang nodig is, schalen we de noodopvang snel af en nu zijn gemeenten huiverig om opnieuw plaats te bieden. Dat is niet gek, gezien de huidige woningnood en de weerstand tegen opvangplaatsen. Eerder schreef ik al een column over de weerstand in mijn eigen gemeente, Zoetermeer. Het gevolg: duizenden mensen verblijven deze winter in grote tenten en hallen, kwetsbaar, zonder uitzicht op rust en privacy.

Wat werkt

De weerstand tegen opvangplekken is vaak gebaseerd op vooroordelen over mensen die we niet goed kennen. Maar gelukkig is bekend wat werkt tegen vooroordelen: contact en kennismaking. Al in de nasleep van de tweede Wereldoorlog bewees psycholoog Gordon Allport dat kennismaking ervoor zorgt dat mensen meer over elkaar te weten komen en minder zelf hoeven in te vullen over de ander. Zijn theorie is daarna vaak onderzocht en steeds opnieuw bewezen. Collega Jan Willem van de Maat van Kennisplatform Integratie en Samenleving schreef er een mooie publicatie over.

'Contact mogelijk maken is de kracht van het sociaal werk'

De kracht van sociaal werk

Contact mogelijk maken is de kracht van het sociaal werk. Maar een van de belangrijkste voorwaarden om contact echt te laten werken is institutionele ondersteuning, ofwel steun en begeleiding van de autoriteiten. Daar schort het wel eens aan bij de verantwoordelijke organisaties. Ervaringsdeskundige en auteur Rodaan Al Galidi woonde 9 jaar in een AZC. Daarover vertelde hij in Trouw: “In het azc zie je van de Nederlanders alleen de ambtenaren. Maar Nederland is zo veel meer, Nederland is Rembrandt, Van Gogh, muziek, vrijheid, multicultureel eten – we hebben dat allemaal nooit gezien in het azc.’ (Trouw, 23-01-2016). Dus, COA, gemeenten: willen we meer draagvlak voor opvanglocaties in de toekomst? Faciliteer contact!

De situaties in Limburg en de vluchtelingenopvang zijn qua aard, duur en omvang verschillend. Maar zo’n ramp kan iedereen overkomen. Ik woon op een steenworp afstand van het laagste punt van Nederland. Mocht het ooit zover komen dat we een veiligere of drogere plaats ergens in de wereld moet gaan zoeken, hoop ik dat men daar weet én doet wat werkt tegen vooroordelen.

Deze blog verscheen eerder op de website van Zorg+Welzijn.