Blog: Over de onzichtbare slachtoffers van onze samenleving

5 februari 2018

Waar kun je terecht als je in je jeugd ernstig lichamelijk en emotioneel bent mishandeld en/of verwaarloosd? Er is overeenstemming over wat werkt bij de late gevolgen van meervoudig ernstig trauma, maar de meeste professionals blijken de problematiek niet te signaleren en adequate hulp te bieden.

De gevolgen van vroege mishandeling die zich op volwassen leeftijd kunnen openbaren zijn niet mals. Moeite met het reguleren van agressie, delinquentie, middelenmisbruik, relatieproblemen, seksuele disfunctie, sociaal isolement, angst en depressie.

Specifieke competenties

Voor professionele hulpverleners is dit een lastige doelgroep: de ene keer heb je een beleefde, vriendelijke man of vrouw voor je, de andere keer een haatdragend, agressief persoon. Het is belangrijk dat wijkteamprofessionals leren signaleren dat ze hier mogelijk te maken hebben met iemand met een zogenoemd Dissociatieve Identiteits Stoornis (DIS) (zie Sombroek, 2009). Zij zouden dit op het juiste moment bespreekbaar moeten kunnen maken én opschalen. Dat opschalen is cruciaal, want voor ‘zware’ gevallen heeft een professional specifieke competenties nodig.

Wat zijn die competenties dan? De essentie is respectvol en sensitief zijn; de juiste sfeer creëren waarin je kunt vragen naar negatieve ervaringen in het leven van de cliënt. De methode Sensitive Care werkt bij late gevolgen van ernstig trauma. En juist dat praten is essentieel. Uit onderzoek blijkt dat de behoefte van volwassenen die als kind zijn mishandeld om met hulpverleners te kunnen praten over hun ervaringen, groot is (Van Oosten et al, 2016; Gezondheidsraad, 2011).

Wat houdt dat sensitief zijn eigenlijk in?

Het begint bij kennis van ernstige vormen van lichamelijke en emotionele kindermishandeling en verwaarlozing en de gevolgen ervan. Een professional zou zich moeten afvragen: wat kunnen mensen hebben meegemaakt? Dan is er nog begrip voor wat de cliënt heeft doorgemaakt - ook voor eventuele negatieve reacties van eerdere professionals op onthullingen.

Het is ook belangrijk dat een professional een open houding heeft/blijft houden voor wat de cliënt nu nodig heeft. Daarnaast is het goed als professionals alert zijn op non-verbaal gedrag van de cliënt. Check regelmatig hoe de cliënt zich voelt. Neem voldoende tijd voor gesprekken en blijf geduld betrachten. Tot slot is psycho-educatie over klachten die mogelijk te maken hebben met mishandelingservaringen, waaronder triggers ook belangrijk voor een professional.

Nauwelijks aandacht

Misschien klinken deze aandachtspunten u logisch in de oren. Sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw is er aandacht in opleidingen en bijscholingen van bijvoorbeeld artsen voor de late gevolgen van traumatisering waarin ook deze punten in meerdere of mindere mate boven komen drijven. Echter, het lijkt niet te beklijven: van consequente aandacht voor het onderwerp is helaas geen sprake.

De Gezondheidsraad constateerde in 2011: ‘De relatie tussen (een verleden van) mishandeling en de klachten waarmee een slachtoffer zich presenteert, wordt lang niet altijd gelegd, wat vaak jarenlange trajecten met misdiagnoses tot gevolg heeft. Er zijn aanwijzingen dat het beter is het onverwerkte verleden in de behandeling te betrekken.’

Maar veel hulpverleners en wetenschappers kunnen de vaak schrikwekkende verhalen niet aanhoren. Er bestaat een opvallend gebrek aan ervaringsverhalen in de wetenschappelijke literatuur over ernstige lichamelijke mishandeling en lichamelijke en emotionele verwaarlozing, ontdekte ik tijdens een onderzoek (Van Oosten et al, 2016).

Nog geen actie ondernomen

De Gezondheidsraad beval aan een academische werkplaats in te stellen, gericht op volwassenen die als kind zijn mishandeld. In 2015 wijst het Centrum Late Effecten Vroegkinderlijke chronische Traumatisering (CELEVT) in een open brief aan de Tweede Kamer erop dat er aan de aanbevelingen van de Gezondheidsraad geen uitvoering is gegeven. De ondertekenaars roepen op tot het instellen van een Taskforce, een Actieplan en een ZonMw-programma op het terrein van late gevolgen kindermishandeling en seksueel misbruik onder volwassenen. Drie jaar later is er nog geen actie ondernomen. CELEVT heeft het er niet bij laten zitten en is een eigen academie gestart.

Volwassenen die als kind ernstig zijn mishandeld of misbruikt zijn de ‘onzichtbare’ slachtoffers van onze samenleving.  Of dat verandert door de Commissie De Winter, die onderzoek doet naar mishandelingen in de jeugdzorg en pleegzorg, is nog maar de vraag. Een ding is zeker: volwassenen die kampen met de gevolgen van ernstige kindermishandeling buiten de jeugd- en pleegzorg worden hiermee niet bereikt.

Nico van Oosten is senior adviseur huiselijk en seksueel geweld bij Movisie.