Blog: Toegang tot passende zorg

23 februari 2021

Vanochtend vond ik een mail in mijn mailbox met een vraag van een mantelzorger. De huishoudelijke hulp voor haar ouders was afgeschaald naar twee uur per week en dat was net te weinig. Ze kregen het met het mantelzorgnetwerk niet voor elkaar om het huis schoon te houden. Mede omdat één van de ouders het toilet nogal vervuilde. De reactie van de gemeente: iedereen krijgt twee uur per week huishoudelijk hulp.

Ik moest meteen aan het Verbetertraject Toegang denken. Zou het niet mooi zijn als de gemeente, in samenspraak met de familie, zou verkennen wat in hun situatie een gepaste oplossing zou zijn?

Belang

Wat is nu eigenlijk wenselijk vanuit het belang van de ouders, de mantelzorgers en het gemeenschappelijke belang? Om te beginnen vind ik het beleid dat mensen zo lang als mogelijk thuis moeten kunnen blijven wonen, passend zo lang het veilig is en er sprake is van kwaliteit van leven. De familie wil helpen voorkomen dat de ene ouder alleen thuis achterblijft en de ander verhuist naar het verpleeghuis. Ze wenst graag dat het stel, ondanks cognitieve achteruitgang en fysieke beperkingen, zo lang mogelijk in hun eigen huis kan blijven wonen.

Toegang

Voor de invulling van passende ondersteuning voor de ouders en de mantelzorgers ligt de sleutel bij de ‘toegang’. Dat klinkt eenvoudig, maar is best een uitdaging. Allereerst komt een deel van de passende hulp mogelijk uit de Wlz, uitvoerder zorgverzekering. Een ander deel, hulp bij de persoonlijke verzorging, ligt bij de Zorgverzekeringswet. En dan nog de huishoudelijke verzorging, die taak ligt bij de gemeente. Evenals respijtzorg, dagbestedingsvoorzieningen, welzijnswerk en burgerinitiatieven. De toegang tot deze voorzieningen is allemaal anders geregeld, waardoor het van belang is dat de toegangsmedewerkers (vrijwillig of betaald) hiervan kennis hebben en zich optimaal kunnen inzetten voor de ondersteuning van deze familie.

Anticiperen

Uitdaging twee is dat je als gemeente, vanuit gemeenschapsbelang, financieel gezien, zorg en ondersteuning aan inwoners in een kwetsbare positie zo lean mogelijk wilt organiseren. Bijvoorbeeld door een makkelijke regeling te maken voor het aanvragen en toekennen van huishoudelijke hulp bij 75-plussers. Vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering lijkt dit effectief, praktisch. Maar als je er nog een keer beter naar kijkt, moet je constateren dat je op die manier ook veel mist. Je bouwt geen relatie op met betrokkenen. Door wel in de relatie te investeren, kun je samen vooruitkijken en vanuit een breder perspectief onderzoeken wat op (korte) termijn nog meer nodig is voor het langer zelfstandig blijven wonen. Je anticipeert daarmee op ondersteuning van de mantelzorgers van dit echtpaar, zodat zij het kunnen volhouden. Je kunt het echtpaar, of een van hen, begeleiden naar dagactiviteiten, waardoor de anderen verlicht worden in hun zorgtaak. En je kunt hen in contact brengen met een buurtnetwerk dat zou kunnen helpen met boodschappen. Kortom, accepteer je als gemeente dat je alleen reageert op een enkelvoudige vraag en niet anticipeert op de situatie (in de nabije toekomst) van dit ouder wordende echtpaar?

Verbetertraject

Gemeenten zijn sinds eind vorig jaar begonnen met het Verbetertraject Toegang. Ik verwacht dat we in dit verbetertraject onder andere leren wat nu goed werkt bij de inrichting van de toegang: bijvoorbeeld wanneer wel en wanneer geen uitgebreid gesprek te voeren. Welke deskundigheid en houding hebben toegangsmedewerkers nodig om hun werk zo te doen dat inwoners het proces kunnen volgen en dat ze de hulp krijgen die nodig is: niet meer, maar ook niet minder. Dat we leren patronen van meervoudige vragen te herkennen. En dat we leren hoe oog te hebben voor preventie en leren wat belangrijk is voor het organiseren van een sterke sociale basis in de omgeving van mensen in een kwetsbare situatie.