Blog: Waarom ik hij/hem achter mijn naam schrijf

5 maart 2021

Al enige tijd schrijf ik achter mijn naam de voornaamwoorden hij/hem. Dat doe ik bijvoorbeeld in mijn e-mailhandtekening, op mijn sociale media-accounts, maar ook bij online vergaderingen en bijeenkomsten. Met enige regelmaat krijg ik daar vragen of grappig bedoelde opmerkingen over.

Ik hoop dat we er een gewoonte van gaan maken om onszelf voor te stellen met onze voornaamwoorden. Zo creëren we ruimte en respect voor de genderidentiteit van elk individu én helpen we pijnlijke misverstanden voorkomen.

Ook al trad ik vroeger bij playbackshows van de korfbalvereniging weleens op als Victoria van de Spice Girls: ik heb me altijd fijn gevoeld bij de voornaamwoorden hij/hem.

Ik weet uit eigen ervaring dat het vervelend is als mensen je op de verkeerde manier aanspreken. Tijdens mijn schooltijd werd ik nog weleens plagerig Simone en ‘zij’ genoemd in plaats van Simon en ‘hij’. Ik deed dan altijd alsof ik het niet hoorde en of het me niks uitmaakte. Maar in werkelijkheid vond ik het juist heel vervelend. Want de pestkoppen impliceerden dat ik een vrouw of vrouwelijk was, terwijl ik mezelf niet als zodanig identificeer. Ook al trad ik vroeger bij playbackshows van de korfbalvereniging weleens op als captain Kim van Vengaboys, Katja ‘Wereldmeid’ Schuurman of Victoria van de Spice Girls: ik heb me altijd fijn gevoeld bij de voornaamwoorden hij/hem.

Iemands voornaamwoorden kiezen op basis van hoe die eruit ziet of zich gedraagt, kan dus heel pijnlijk en kwetsend zijn. Bovendien versterk je hiermee schadelijke stereotypen over genderexpressie. En die schadelijke stereotypen kom je werkelijk overal tegen: in de media, maar ook bijvoorbeeld in folders van speelgoedwinkels. Wat wordt vergeten is dat mannelijk uitziende mensen niet altijd de voornaamwoorden hij/hem gebruiken. Door daar rekening mee te houden, bied je ruimte en respect voor de (gender)identiteit van elk individu.

Het proactief vermelden of vragen naar de gewenste voornaamwoorden gebeurt gelukkig steeds vaker. Online vermelden mensen dit op sociale media in hun profielnaam, enkele websites en formulieren bieden al opties om zelf je voornaamwoorden te kiezen. Nederland is bepaald geen voorloper op dit gebied. Zweden is dat binnen Europa wel. En sinds de installatie van de nieuwe Amerikaanse president Biden is het op de website van het Witte Huis mogelijk om bij het invullen van het contactformulier je ‘pronouns’ (voornaamwoord) te kiezen.

De meeste mensen hebben het wellicht nog nooit meegemaakt dat ze door iemand werden ‘misgenderd’. Misgendering is dat iemand wordt (aan)gesproken met voornaamwoorden die niet aansluiten bij de genderidentiteit. Dat gebeurt soms per ongeluk, maar ook weleens met opzet. Vooral voor non-binaire en transgender personen of mensen die zich niet willen conformeren aan genderstereotypen is dit pijnlijk en schadelijk. Het is als het ware een ontkenning van hun zijn en hun identiteit. Het is daarom belangrijk om hier sensitief voor te zijn.

We kunnen het mensen een stuk fijner maken. Door allemaal proactief onze voornaamwoorden te vermelden.

We kunnen het voor deze mensen een stuk fijner maken. Door allemaal proactief onze voornaamwoorden te vermelden of bij twijfel te vragen hoe iemand aangesproken wenst te worden. In je e-mailhandtekening, op je sociale media-profiel en tijdens je online vergadering kun je bijvoorbeeld kiezen uit zij/haar, hij/hem, hen/hun en die/diens. Op deze manier stellen we samen een positieve norm en creëren we ruimte om respectvol om te gaan met ieders identiteit.

De discussie over genderidentiteit strekt natuurlijk verder het directe contact tussen personen, en gaat er ook over hoe we er als maatschappij mee omgaan. Als we het hier samen regelmatig over hebben, ontstaat er een steeds groter collectief besef over genderrollen en stereotypen. Dan wordt raden naar wie je tegenover je hebt taboe en vragen naar gewenste aanspreekvormen de norm.

PS. Als je wilt weten hoe je de genderneutrale voornaamwoorden, hen/hun of die/diens, gebruikt? Check dan de zine ‘Hoe gebruik je genderneutrale voornaamwoorden in het Nederlands’ van Inge Frank.