Blog: Op zoek naar de 'wij' in de wijk

4 april 2019

‘Wij Weimar’. Dit bondige tekstje trof ik onlangs aan op de deur van een pandje in de Haagse Weimarstraat, één van de langste winkelstraten van de hofstad. De ondernemers, winkeliers en klanten die je er treft, komen uit alle windstreken van de wereld en alle lagen van de bevolking. Diverser kan je het niet krijgen én toch spreekt het tekstje van een ‘wij’. Hier een ‘wij’? Te midden van al die enorme verschillen en tegenstellingen? Thuis googelde ik en las ik dat het om een bewonersinitiatief ging dat de leefbaarheid van de straat en de omliggende buurten wilde verbeteren.

Het Haagse Wij Weimar-project sluit naadloos aan bij het Wij in de wijk-project van Movisie. In dit project kijken we op heel verschillende plekken hoe bewoners met andere partijen de sociale basis van hun wijk, dorp, buurt of straat proberen te versterken. Het project breekt met de ik-gerichtheid van sociale beleidsprogramma’s in de achterliggende jaren. Zelfredzaamheid, zelforganisatie, zelfzorg en eigen regie (‘do it yourself’) waren daarbij de sleutelwoorden. In dit project zijn het eerder woorden als verbinding, gemeenschap en samenredzaamheid. Samengevat in het woordje ‘wij’.

Makkelijker gezegd dan gedaan

Maar vormgeven aan een ‘wij’ is makkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn verschillende maatschappelijke ontwikkelingen die dat ingewikkeld maken. Denk aan de ‘alleenstaandenexplosie’, steeds meer mensen wonen kortere of langere tijd alleen. Voorts zijn we getuige van wat wel de ‘nieuwe verscheidenheid’ wordt genoemd. Zo heeft inmiddels ongeveer de helft van de bewoners in onze grote steden een migratieachtergrond. In de wijken rond de Weimarstraat ligt dat percentage nog hoger. De hele wereld lijkt er te wonen. We zien ook dat maatschappelijke tegenstellingen tot uiting komen in vormen van segregatie en polarisatie. Elke groep zijn eigen stukje wijk, zijn eigen gelijk en zijn eigen digitale bubble.

Op zoek naar verbinding

En toch zien we op allerlei plekken mensen op zoek gaan naar verbinding, zoals in de Weimarstraat. Niet alleen in het besef dat we op elkaar zijn aangewezen, maar ook omdat we het gevoel hebben dat in onze samenleving de grenzen van individualisering bereikt zijn. Daar voelen we ons niet prettig bij. Anja Machielse, hoogleraar empowerment van kwetsbare ouderen van de Universiteit Humanistiek, wees me daar laatst op. Volgens haar is er bij veel burgers de behoefte om meer te doen dan anoniem in je buurt te wonen en je met niemand te bemoeien. We willen wat met elkaar.

'We zijn een beetje verleerd om met elkaar contact te maken. Niet uit onverschilligheid, maar eerder uit verlegenheid'

Eigentijdse vormen van gemeenschap

Maar we zijn een beetje verleerd om met elkaar contact te maken. Niet uit onverschilligheid, maar eerder uit verlegenheid. Hoe doen we dat ook alweer? Zeker als die ander ‘anders’ is, bijvoorbeeld van een oudere of jongere generatie, anders opgeleid, met een andere culturele achtergrond of evident kwetsbaar of hulpbehoevend. We willen best een keer een boodschap voor de buurvrouw doen die slecht ter been is, maar daar moet het wel bij blijven. We aarzelen vaak, omdat we niet terug willen naar benauwende en verplichtende vormen van verbinding. We zoeken naar eigentijdse vormen van gemeenschap waar we ons prettig bij voelen.

Voorbeelden uit Den Haag en Sneek

Zo’n eigentijdse vorm is het buurthuis dat is ingericht in de kringloopwinkel op de kop van de Weimarstraat en de Fahrenheitstraat. Iedereen is er welkom. De verzamelaar op zoek naar een vintage-schat, de buurtbewoner die zo maar even langs komt of de vaste bezoeker die er een huiskamer heeft gevonden. Een andere eigentijdse vorm is het project Nieuwe Buren in Sneek, geïnitieerd door Stichting Sociaal Collectief Súdwest-Fryslân en woningcorporatie Accolade. Dit jaar gaan ze met een ‘Pipo-wagen’ de wijk Lemmerweg West in, een wijk gekenmerkt door ernstige achterstanden. De Pipo-wagen krijgt vijf keer een nieuwe standplaats. Door middel van activiteiten wordt contact gelegd met de wijkbewoners om samen met hen de sociale basis van de wijk te versterken. De bibliotheek, de wijkverpleging en het wijkteam doen ook mee, zo ook partners die zich op sport en cultuur richten.

Bewoners samen met sociaal professionals en gemeente

De voorbeelden uit Den Haag en Sneek maken duidelijk dat bij het versterken van het wij in de wijk ook de lokale overheid én maatschappelijke organisaties een rol vervullen. Niet om bewoners tweede viool te laten spelen, integendeel, maar bewoners kunnen pas goed hun bijdrage leveren als sociale professionals én de lokale overheid hen daarbij ondersteunen.

Op Buurtwijs.nl schrijven we dit jaar met regelmaat over initiatieven gericht op het versterken van het ‘Wij in de wijk’. In het bijzonder putten we daarbij uit voorbeelden uit het Landelijk Leertraject Versterken van de Sociale Basis waar dertien gemeenten bij betrokken zijn. Maar ook de lezer van Buurtwijs nodigen wij uit om zélf met inspirerende voorbeelden te komen die ons leren hoe wij gestalte kunnen geven aan verbinding en gemeenschap bij de aanpak van sociale problemen en het verbeteren van de leefbaarheid van wijken. Ook hier geldt: samen moet je het doen.

Radboud Engbersen is expert sociaal domein bij Movisie. Dit blog verscheen eerder op buurtwijs.nl, platform voor buurtontwikkeling.