Bouw mee aan het huis van de sociaal werker

artikel - 6 maart 2015
Huis van de sociaal werker

De herinrichting van het sociale domein vraagt om een herkenbaar en duurzaam ‘huis’ voor sociaal werkers. Naast het gezamenlijke moet dit huis recht doen aan de sterke kanten van de afzonderlijke beroepsgroepen. Ruime kamers dus, met gemeenschappelijke vertrekken. Het is ook aan de sociaal werkers zelf om dit in te richten.

‘Sociale professionals hebben een dubbele beroepsidentiteit: die van sociaal werker én die van beoefenaar van een specifiek vak als maatschappelijk werker, opbouwwerker of jongerenwerker. Samenwerking levert veel meer op als je de sterke kanten van die afzonderlijke beroepsgroepen erkent en benut’, aldus Marcel Spierts, die onlangs de De la Courtprijs kreeg voor zijn proefschrift over de geschiedenis van het sociaal-cultureel werk. ‘En eigenlijk bestaat het huis van de sociaal werker al ruim een eeuw, namelijk sinds de oprichting van de Opleidingsinrichting voor sociale arbeid in 1899. Met differentiaties als armenzorg, zorg voor kinderen, opzichterschap van woningen en cultureel werk.’

Sindsdien was er een voortdurende spanning tussen twee hoofdstromen. Marcel Spierts: ‘Enerzijds maatschappelijk werk dat uitgaat van het individu, anderzijds sociaal-cultureel werk dat vertrekt vanuit het collectief. In de jaren tachtig is al eens geprobeerd om samen op te trekken in de Nederlandse Organisatie voor Welzijnswerkers, maar dat strandde vrij snel.’

In verscheidenheid verenigd

De tijd is rijp voor een hernieuwde poging. Marcel Spierts: ‘De condities zijn gunstig. Als beroepsgroep moet je meer dan ooit herkenbaar zijn voor klanten, opdrachtgevers en financiers. Maar we moeten wel leren van de geschiedenis. De vorige keer was er sprake van geforceerde eenheid. Het gaat erom dat je juist recht doet aan de verschillen, het gaat om eenheid in verscheidenheid. Sociaal werk heeft verschillende wortels, die moet je allemaal koesteren.’

'Sociaal werk heeft verschillende wortels, die moet je allemaal koesteren.'

Hoe individueel en collectief werken elkaar kunnen versterken illustreert hij met een actueel voorbeeld uit de Amsterdamse Diamantbuurt, jarenlang berucht vanwege de jongerenoverlast. ‘Recent is het jongerenwerk erin geslaagd om Marokkaanse moeders bij de buurt te betrekken. Het Smaragdplein is nu weer een veilige plek voor hen, waar hun kinderen kunnen spelen. Maar doordat de moeders naar buiten treden komt er meer openheid. Ze durven nu ook over hun eigen problemen te praten.’

Al veel stormen doorstaan

Wat Spierts betreft is het huis van de sociaal werker anno 2015 een pand met kamers voor de afzonderlijke beroepsgroepen en gemeenschappelijke ruimten. ‘Vanuit beide moet je activiteiten opzetten. Waarin het gemeenschappelijke zit? Allereerst in de gezamenlijke geschiedenis. Daarnaast in de theoretische onderbouwing van het werk, en zeker ook in de agogische intentie ervan: het lot van mensen verbeteren. Plus het historische besef dat de sociale professies al heel wat stormen goed hebben doorstaan.’ Tegelijkertijd pleit hij voor ‘verbindende’ professionalisering. ‘Die begint met professionals die eigenaar zijn van hun eigen vakontwikkeling. Pas als dat goed op de rails staat kijk je of je iets kunt met elementen van verplichtende professionalisering, zoals beroepsregistratie en professionele standaarden.’

Digitale brainstorm tijdens de Sociaal Werk Olympiade

De beste manier om het huis van de sociaal werker te ontwerpen is de professionals zelf te bevragen. Paul Vlaar: ‘Dat doen we op 8 april tijdens de Sociaal Werk Olympiade. De olympiade is een snelle interactieve vorm om vast te stellen waarover je het eens bent en waar de verschillen beginnen. Een digitale brainstorm.’ Concreet: circa vijftig bouwers scharen zich rond vijf tafels. Op laptops tikken ze hun opinies en ingevingen in, die slim worden geclusterd. ‘Deelnemers komen uit het sociaal werk, de beroepsverenigingen en het beroepsonderwijs. Al die partijen heb je nodig voor een breed draagvlak.’
Inschrijving is helaas gesloten, maar u kunt op de reservelijst worden gezet door uzelf hier op te geven.

Bevraag de professionals zelf

De scherpere profilering van de sociaal werker is voor 2015 een hoofddoel van het Landelijk Actieplan professionalisering W&MD, aldus Paul Vlaar, senior adviseur bij Movisie. ‘Dat sluit mooi aan bij het advies van de Gezondheidsraad, die vorig jaar stelde dat de transformatie van het sociaal domein vraagt om een solide structuur aan de basis.’

Ook Paul Vlaar benadrukt het belang van specialistische vaardigheden als aanvulling op de brede basiskennis van sociaal werkers. ‘Ze worden nu vaak als generalist gevraagd in sociale wijkteams. Op zich prima, maar het is zonde als de specifieke kennis van bijvoorbeeld ouderenwerkers en sociaal raadslieden niet wordt benut.’

Een kwestie van balans dus. Hoe bepaal je die? ‘Om te beginnen door vast te leggen waaruit het gemeenschappelijke fundament bestaat. Wat zijn gedeelde normen en waarden, methodische grondslagen, kwaliteitsstandaarden? En wat zegt dat over de inrichting van het huis van de sociaal werker: komen er inderdaad afzonderlijke kamers of lijkt het toch meer op een kantoortuin met flexplekken en dagelijkse interactie?’

Door Chris Bos, MOgroep


Olympiade breed gedragen

De Sociaal Werk Olympiade is een initiatief van de NVMW, BVJong, Movisie en de MOgroep. Deze partijen hebben zich hierin verenigd omdat zij allen streven naar een gemeenschappelijk huis met ruimtes voor specifieke groepen.

Lies Schilder (algemeen directeur NVMW):

Wij zijn ons als beroepsvereniging aan het verbreden, maar willen daarbinnen nadrukkelijk specifieke identiteiten behouden zoals bijvoorbeeld die van de maatschappelijk werker of van de jeugdzorgwerker.'

Niko de Groot (BVjong) merkt dat kinder- en  jongerenwerkers zoekende zijn naar hoe zijn zich na de transities opnieuw moeten opstellen:

'Ben je nog jongerenwerker of opeens vooral generalist in opdracht van het wijkteam? De olympiade is een mogelijkheid om hier antwoorden op te krijgen.'

Marije van der Meij (projectleider bij MOgroep):

'Werkgevers hebben belang bij een sterke beroepsgroep van goede professionals die zich kunnen profileren. Daarom werkt de MOgroep mee aan de olympiade. Het als branche gezamenlijk formuleren wat we zijn en kunnen, is in deze tijd van transformatie topprioriteit.'

Reacties

Heel goed, dat 'het huis van de Sociaal Werker' opgetrokken gaat worden.
Het hoeft geen protserige villa te worden, maar wel een zeer ruim huis met kamers voor elk deelspecialisme. Het moet ook een gezellige woonkamer hebben en zeker ook een grote zaal voor manifestaties. het zal trots de naam van de beroepsvereniging dragen. Er moet zeker ook een schuurtje bij voor de klussen en een magazijn voor de materialen. Wat mij betreft mogen er in de diverse regio's nevenvestigingen zijn voor lokale bijeenkomsten.Bij leven en welzijn zal ik er zijn op de Sociaal Werk Olympiade op 8 april.
Ik hoop dat er veel enthousiaste beroepsgenoten zullen komen opdagen.

Reageer op dit artikel

2 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.