Buurtcommunities #5: Kunst voor en door de buurt

‘Muren doorbreken met communitytheater’ Door: Martin Zuithof
artikel - 10 juli 2014
Afbeelding bij Buurtcommunities #5: Kunst voor en door de buurt

Wat kunnen we leren van aansprekende community art-projecten? De 5e avond over Buurtcommunities in Pakhuis De Zwijger had als doel deelnemers laten ervaren wat community-theater is. Maar in hoeverre dragen deze theatervoorstellingen echt bij aan de emancipatie en het gemeenschapsgevoel van een wijk?

De avond ‘Kunst voor en door de buurt’ begint met een komisch staaltje standup-theater, dat de inleiding van moderator Redouane Amine onderbreekt. Redouane en het publiek blijken ineens doelwit van twee elkaar beconcurrerende politieke partijen die op campagne zijn: de Partij van de Tederheid en de partij Back to Basic. De Partij van de Tederheid bestaat uit zachtmoedige activisten, voor het merendeel vrouwen: ‘Wij geloven in liefde en kussen’ en ‘Nooit meer oorlog’. Het publiek blijkt in meerderheid wel voor deze partij te willen stemmen. De partij Back to Basic bestaat daarentegen uit agressief schreeuwende mannen: ‘Alles moet terug naar de basis’, ‘Het verschil tussen rijk en arm is gevaarlijk’, ‘Iedereen moet in een basishuis wonen en in basisauto rijden’. Een partijlid blijkt te zijn omgekocht en de partij kan in het community publiek niet op veel bijval rekenen. Dit was een fragment uit de laatste voorstelling ‘Van de Werelddaken’ van het ZID Theater.

Het doel van de vijfde avond over Buurtcommunities #5: deelnemers laten ervaren hoe het  community-theater van Amsterdamse ZID Theater en  het Rotterdamse Wijktheater werken. De avond is onderdeel van een serie ontmoetingen over thema’s als communityleaders, ‘veranderaars en verbinders’, ‘community of verzorgingsstaat’ en ‘succes en mislukking’. De avonden zijn een gezamenlijk initiatief van de Indische Buurt Community, kenniscentrum Movisie, Kracht in Nederland en Pakhuis de Zwijger. Redouane Amine van de Indische Buurt Community treedt bij de avonden op als gespreksleider. 

Rotterdams Wijktheater

Beide theatergroepen werken vanuit een community of een wijk. Stefan van Hees, van het Rotterdams Wijktheater, begint blanco met een groep te werken en gaat samen met de spelers op zoek naar thema’s en verhalen. ‘Spelers die zich hebben aangemeld zullen ook een plek in de voorstellingen krijgen vanuit hun kracht’, vertelt Stefan. ‘We doen niet aan selectie van spelers. Het thema komt vanuit de groep en is niet van tevoren bepaald.’ Het Rotterdams Wijktheater streeft naar voorstellingen die allerlei soorten publiek aanspreken. ‘De uitvoering moet kwaliteit hebben, los van het sociale. Het moet gewoon een goed product zijn. Een voorstelling spelen wij vaak zo’n 20 tot 30 keer en dan moet het ook een heel ander publiek dan de eigen wijk aanspreken.’

Amsterdamse ZID Theater

Ook Karolina Spaic, artistiek leider van het Amsterdamse ZID Theater, werkt vanuit de gemeenschap zelf, zonder selectie van spelers en zonder vooraf vastgestelde thema’s. De onderwerpen ontstaan uit de buurt en de buurtbewoners zijn de acteurs. Spaic’ gezelschap is actief vanuit de Kolenkitbuurt van de Amsterdamse wijk Bos en Lommer, de wijk die in 2009 bekend werd als een van de meest problematische zogeheten Vogelaar-wijken van het land. Karolina vertelt dat ZID naast community-theater voor volwassen voor verschillende leeftijden workshops aanbiedt. Intergenerationeel werken is ook een belangrijk doel, bijvoorbeeld door families samen te laten spelen. ‘ZID verbindt kunst, cultuur en samenleving door creatief talent in te zetten als motor voor positieve verandering. Op de Balkan betekent het woord ZID ‘de muur’. Voor ons betekent het: het doorbreken en slechten van muren tussen mensen door middel van theater.’

Verder treedt ZID Theater geregeld op straat op, bijvoorbeeld bij buurtfestivals, vertelt Karolina. ‘Door theater te maken kun je tot andere dingen komen dan alleen maar problemen bespreken. Het begint er allemaal mee dat mensen uit de buurt het leuk vinden bij ons te komen trainen.’ In 2011 ontving ZID als erkenning een prijs van het Oranje Fonds, het  Appeltje van Oranje. Onlangs werd de groep nog genomineerd voor de Prijs voor Cultuurparticipatie.

‘Uit de mensen zelf’

Stefan van Hees, van het Rotterdams Wijktheater vertelt dat zijn gezelschap theater wil maken voor en door mensen die er in het huidige cultuuraanbod niet aan te pas komen. ‘Maar vijf procent van de Nederlandse bevolking maakt gebruik van de voorstellingen in de schouwburg. Het repertoire in de schouwburg sluit niet aan bij de mensen. Dat repertoire moet nieuw ontwikkeld worden, dat doen we samen met de mensen voor wie we werken. En als je samen met mensen een stuk heb gemaakt, dat uit die mensen zelf komt, gaan zij ook beter spelen dan als je andere acteurs weer die rol laten spelen.’

Het Rotterdams Wijktheater bestaat sinds 20 jaar en maakt voorstellingen voor kleinere subgroepen als senioren, jongeren, vrouwen. ‘Het is tof om in een zaal te zitten terwijl er live iets gebeurt. Dat fenomeen wil ik andere mensen ook laten voelen.’ Stefan laat vervolgens een video zien met twee kwieke dames op leeftijd die met verve de rol spelen van herintredend wijkagenten. De twee blijken de 85 al gepasseerd. ‘In deze scene zit heel veel’, legt Van Hees uit. ‘Het gaat erover dat mensen steeds langer moeten doorwerken. We spelen met het fenomeen jong versus oud. De dames hebben bijvoorbeeld de straattaal geleerd.’

‘Kunst brengt beweging’

Dan vertelt onderzoeker Sandra Trienekens (Urban Paradoxes) over haar onderzoek naar verschillende soorten community art. Gespreksleider Redouane Amine vraagt of ze er ook een definitie van kan geven. Trienekens wil dat echter niet, omdat de praktijk op het snijvlak kunst en samenleving juist zo veelvormig en divers is. ‘Dat moet je niet in één definitie willen vatten’, betoogt ze. Als essentie van deze kunstpraktijk benoemt Trienekens de relatief gelijkwaardige uitwisseling tussen kunstenaar en gemeenschap en de gerichtheid op het creëren van nieuwe beelden, het loslaten van routines. ‘Dat maakt kunst wat mij betreft belangrijk’, zegt ze. ‘Maar ook in het streven naar de participatiemaatschappij zie je vergelijkbare initiatieven, die van onderop kracht uit de gemeenschap halen, zelfredzaamheid stimuleren.’ Ze verwijst daarbij naar de Inspiratiegids Nieuwe Ontmoetingsplekken die ze recent voor stichting Doen schreef en die veel inspirerende voorbeelden bevat.

Als voorbeeld van een kunstproject uit de Inspiratiegids noemt Trienekens de Utrechtse stichting Tafelboom. ‘Samen maken ze tafels van hout, voor in de wijk. Daarmee maken ze iets op het snijvlak van creativiteit, gemeenschapsvorming, ze bouwen aan netwerken, aan duurzaamheid. Dan raak ik geïnspireerd. Als je iets maakt waarin je de buurt, de politiek, gemeente én andere partners meeneemt, dan ben je iets aan het bouwen dat veel meer inhoud geeft aan de participatiesamenleving dan waar premier Rutte en koning Willem-Alexander aan denken. Overal kun je met kunst iets in beweging zetten.’

Kennisinstituut Movisie wil vooral verbinding leggen tussen sociaal, zorg, welzijn en cultuur, zegt adviseur Saskia van Grinsven. ‘We zitten in een sector die soms heel probleemgericht is. Door te werken met kunst ga je op een andere manier met elkaar aan de slag, dan komen mensen ook in hun eigen waarde terecht. Als Movisie hebben we een position paper gemaakt waarin we ingaan op de kracht en maatschappelijke betekenis van de kunst. Verder organiseren we een Social Art Lab met een museum in Utrecht. Daarnaast zijn we betrokken bij een filmfestival samen met ‘Lange Leve Kunst’, een samenwerking van verschillende fondsen om kunst als participatiemiddel te stimuleren.’

Nieuwe talenten

In de workshop van het ZID  Theater beginnen Karolina Spaic en haar collega Sebo Bakker met een voorstelrondje van de ruim 25 aanwezigen. ‘Ik ben Henkel en ben heel lang figurant geweest bij de Nederlandse opera. Ik werk sinds vandaag in een augurkenfabriek’. ‘Ik ben Dido en ben van oorsprong een danseres. Bij ZID werk ik als speler en ik zing ook af en toe. Ik word er uitgedaagd om te spelen en te zingen.’ Buuracteur Gokhan Aksoy vertelt dat door het theaterspelen bij hem nieuwe talenten aan het licht kwamen, namelijk gedichten schrijven en het voordragen van poëzie. Kunstenares Ida van der Lee vertelt dat ze community art-projecten ontwikkelde als ‘Allerzielen alom’ op bijvoorbeeld begraafplaatsen die ontruimd werden. ‘Ik zou heel graag willen leren acteren, daar heb ik heel veel zin in. Maar waar zou dat dan kunnen?’

Karolina Spaic vertelt dat ZID Theater repetities in de buurt niet presenteert als theater, maar als bijeenkomsten. ‘Bij het project Zoet en Zout hielden we bijeenkomsten over eten, de rituelen en gewoontes die daar bij horen. In West leven allerlei culturen die dat niet van elkaar weten. We beginnen dan met elkaar de verhalen over eten te vertellen. Vervolgens bedenken we scenes. Het toneelstuk op zich staat niet voorop, maar het proces dat er aan voorafgaat.’ ZID Theater zoekt wel naar de talenten in de wijken, van jong tot oud, en gebruikt daarbij verschillende disciplines, zoals ook dans en muziek. 

Daarna laat Spaic de video ‘Droomstad’ zien naar het gelijknamige project dat in 2013 in Amsterdam-Nieuw West plaatsvond. De video laat een bonte theatertour zien waarmee ZID de wijk op stelten zette, met beelden van onder meer rappers, dansende buurtbewoners, dromende kinderen en een enthousiaste stadsdeelwethouder. De voorbereiding van het project duurde een jaar en daarbij deden ook professionele acteurs mee. ‘Ze coachen de deelnemers, geven training en spelen zelf mee. De ontmoeting van professionals en amateurs geeft inspiratie, professionals kunnen de groep meetrekken.’

Vervolgens zet Sebo Bakker de groep in beweging. ‘Stap naar voren, noem je naam en doe er iets bij met energie.’ Iemand stelt zich voor, doet er beweging bij en de groep doet het na. Vervolgens doorkruist de groep in rechte lijnen de zaal zonder elkaar aan te raken. ‘Blijven ademen, tempo opvoeren en ruimtes vullen. En nu gaan we iedereen aankijken en kijken wat er ontstaat, een groet, een hoofdknikje.’ Daarna volgen nog een aantal improvisatieoefeningen in groepjes. ‘We begonnen met lopen en dan merk je dat die groep op elkaar gaat bewegen. Daarna ontstonden er kleine ontmoetingen’, vertelt Joost van Alkemade (Movisie) over de workshop.

Intussen laat Stefan van Hees, leider van het Rotterdams Wijktheater, in zijn workshop zien hoe zijn wijktheater werkt vanuit de principes van community building. Van Hees wil met zijn groep aansluiten bij het leven en de praktijk van met wie hij werkt. De verhalen van wijkbewoners gebruikt hij voor het script van een voorstelling, vertelt hij. Dat doet hij op een persoonlijke manier. In deze workshop probeert Van Hees ook oprecht contact met de deelnemers te maken. Om van een gezelschap een echte groep te maken gebruikt hij oefeningen, waarbij deelnemers lichamelijk contact met elkaar hebben. Ten slotte laat hij een aantal deelnemers een scene spelen met als thema: ‘In de garderobe vind je een portemonnee met 100 euro. Wat doe je?’

Wat levert communitytheater nu op?

Op het eind van de workshop van het ZID Theater stelt Paul Basset (Kracht in Nederland en medeorganisator van de Buurtcommunities) een van de kernvragen van de avond. Hij vraagt zich af hoeveel wijktheater nu eigenlijk bijdraagt aan het opbloeien en de emancipatie van een wijk. Kortom: wat is de opbrengst van het wijktheater voor de community? Volgens Karolina Spaic is dat moeilijk aan te geven, omdat de vergelijking tussen wijken moeilijk te maken is. ‘Dat kun je niet zo makkelijk vergelijken met andere wijken. Als je het vergelijkt met onze samenwerking met de Resto’s van Harte, dan zie je dat deelnemers opbloeien tijdens het werkproces. We denken nog na over hoe we het kunnen verduurzamen. Waar we zijn geweest willen we ook blijven. We denken aan het opleiden van ambassadeurs bijvoorbeeld bij van Harte, die door ons gecoacht blijven worden. Dan kunnen ze in hun community blijvend een kunst en cultuur aanbod creëren. Dat is onze droom.’

Stefan van Hees verzorgt ten slotte de rituele afsluiting van de avond met de zogeheten ‘echoput-oefening’. Als een gedreven dirigent beweegt hij naar voren, terwijl de groep naar achteren beweegt en omgekeerd. Stefan roept ‘okee’ en de groep echoot ‘okee’, intussen van voren naar achteren bewegend. ‘Heel goed’, ‘Heel goed’, ‘Mooooi’, ‘Moooi’, ‘Ho ho hi ha’, ‘Ho ho hi ha’, ‘Boem boem’, ’Boem boem’. En zo loopt de avond over community theater al gekke kreten echoënd en dansend ten einde…

 

Reacties

Reageer op dit artikel

10 + 8 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.