Cijfers over vrijwillige inzet

13 augustus 2019

Hoeveel vrijwilligers zijn er nu eigenlijk in Nederland? En welke bevolkingsgroep doet het meeste vrijwilligerswerk; jongeren of ouderen? Mannen of vrouwen? En waarom gaan mensen vrijwilligerswerk doen? Eenvoudige vragen waarop niet altijd eenvoudige antwoorden mogelijk zijn. Om te beginnen omdat de verschillende langlopende onderzoeken verschillende opvattingen hebben over wat er nu precies onder vrijwilligerswerk valt en daardoor vrijwilligerswerk op een verschillende manier meten.

De twee belangrijkste onderzoeken die in de afgelopen jaren de vrijwillige inzet in Nederland monitoren zijn: Vrijwilligerswerk van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en Geven in Nederland van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Omdat het onderzoek van de VU uitsluitend kijkt naar vrijwillige inzet bij maatschappelijke organisaties, wordt het vrijwilligerswerk dat buiten de vrijwilligersorganisaties om gedaan wordt zoals burgerinitiatieven of burenhulp niet meegeteld en liggen hun waarden over de hele linie lager dan de waarden van het CBS.

De trend

Het CBS berekende over 2017 dat bijna de helft  (49%) van de Nederlanders boven de 15 jaar zich minimaal één keer per jaar vrijwillig inzet. Dit aantal is al jaren stabiel. Ook het aantal mensen dat in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek nog actief is geweest als vrijwilliger ligt al jaren rond de 30%. Gemiddeld besteden vrijwilligers in 2017 4,5 uur per week aan hun vrijwilligerswerk. Dat gemiddelde verhuld echter grote verschillen. Zo is er een kleine groep (3.4% van alle vrijwilligers) die zich meer dan 20 uur per week als vrijwilliger inzet. Daartegenover zet meer dan een derde van de vrijwilligers (36.3%) zich minder dan 1 uur per week in. Het gemiddeld aantal uren per week is volgens het CBS in de periode 2012-2017 constant gebleven. Geven in Nederland constateert voor de periode 2012-2016 wel een daling. De terugloop zou voor een belangrijk deel worden veroorzaakt door het toenemende beroep van de overheid op burgers om informele hulp en mantelzorg te verlenen aan buren, familie en vrienden, waardoor mensen minder tijd over hebben om zich als vrijwilliger in te zetten.

Vrijwillige inzet en levensfase

Mensen tussen de 35 en 45 jaar doen het meest vrijwilligerswerk. Bijna 60 % uit die leeftijdscategorie doet vrijwilligerswerk. Voornamelijk op school, bij de sportvereniging en in het jeugdwerk. Het is duidelijk dat dit vrijwilligerswerk door jonge ouders veel gerelateerd is aan de kinderen.
Opvallend om te zien is dat bijna de helft van de jongeren een keer per jaar vrijwilligerswerk doet. Het is wel vaak incidenteel (55%). Zij zetten zich in voor korte overzichtelijke klussen. Ze binden zich minder dan oudere leeftijdscategorieën voor langere tijd aan een organisatie.

Ouderen zijn relatief minder vaak vrijwilliger. Maar oudere vrijwilligers besteden wel meer tijd aan hun vrijwilligerswerk. De 65- tot 75-jarigen voor gemiddeld 7,4 uur per week.

Vrijwillige inzet en sociaaleconomische status

Hoger opgeleiden doen in het algemeen vaker vrijwilligerswerk. Meer dan 58% van de mensen met een wo- of hbo-opleiding doen vrijwilligerswerk tegen minder dan 40% van de mensen met vmbo-opleiding of lager. Wel besteden mensen met een lage opleiding meer uren aan het vrijwilligerswerk.

Mensen met een migratie-achtergrond doen minder vrijwilligerswerk. Van de mensen met een niet westerse migratie-achtergrond is bijna 38% minimaal een keer per jaar vrijwilliger. Van de mensen met een westerse migratie-achtergrond is dat iets meer dan 40%.

Het percentage vrijwilligers onder mensen met en zonder een betaalde baan blijkt nagenoeg gelijk. Werklozen die actief op zoek zijn naar werk en mensen die vanwege zorgtaken, leeftijd, of pensioen niet meer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt doen bovengemiddeld veel vrijwilligerswerk. Werknemers zonder vast contract en mensen die vanwege gezondheidsklachten of een studie (tijdelijk) niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt zijn ook minder actief als vrijwilliger.

Hoe en waarom doen mensen vrijwilligerswerk?

Voor vrijwilligersorganisaties is de informatie over hoe en waarom mensen vrijwilligerswerk doen waarschijnlijk het meest interessant. De meeste mensen gaan vrijwilligerswerk doen wanneer zij ervoor gevraagd worden. Dat percentage ligt het hoogst bij sportverenigingen (59%) en kerken, moskeeën en levensbeschouwelijke verenigingen (52%). Het minst worden mensen gevraagd voor sociale hulpverlening, rechtshulp, reclassering of slachtofferhulp. De meeste vrijwilligers die voor deze organisaties actief zijn, zijn dat op eigen initiatief (71%).

De belangrijkste motieven van vrijwilligers zijn ‘Het zelf leuk vinden om te doen’ (60%) en ‘het fijn vinden om iets voor een ander te doen’ (54%). Bijna een derde (33%) vindt vrijwilligerswerk een zinvolle tijdsbesteding, 28% procent ziet het als plicht, 27% doet het vanwege de sociale contacten en 17% procent wil vooral nieuwe dingen leren. Een beperkt deel van 5,8 procent ziet vrijwilligerswerk als een opstap naar een betaalde baan.

Binnen organisaties houden de meeste vrijwilligers zich bezig met het organiseren van de activiteiten (52%), besturen (27%) en in mindere mate met klusjes (20%), trainen en scholing (16%), collecteren (16%)en de administratie (16%). Ook dit zijn weer gemiddelden, de cijfers verschillen per soort organisatie. In belangenorganisaties als vakbonden en bewonersverenigingen is bijvoorbeeld het percentage bestuurders significant hoger.

Dit is een beknopte versie naar aanleiding van een door Ronald Hetem geschreven artikel op NOV. De originele uitgebreide versie (inclusief bronvermeldingen) lees je op de website van NOV.