Met cliënt en burger regionaal beleid vormgeven

artikel - 8 oktober 2015
Gemeenten werken steeds meer op regionaal niveau samen om uitdagingen aan te pak

Gemeenten werken steeds meer op regionaal niveau samen om uitdagingen aan te pakken. Zij wisselen informatie uit, maken beleidsafspraken en beslissen over het gezamenlijk inkopen van jeugdzorg. Hoe organiseren regionale initiatieven advies en belangenbehartiging in het sociale domein?

Door de decentralisatie van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid voor de organisatie van zorg en ondersteuning voor een grote groep nieuwe cliënten. Tegelijkertijd krijgen zij te maken met een korting op het budget voor de zorgkosten van al hun cliënten. Gemeenten staan voor de uitdaging om, met minder budget, goede zorg en ondersteuning te leveren voor zowel de oude als de nieuwe cliënten die nu onder hun verantwoordelijkheid vallen.

Kwaliteit door samenwerking

Om deze uitdagingen goed op te pakken, ontstaan er her en der regionale samenwerkingsverbanden tussen gemeenten. Door schaalvergroting en samenwerking proberen gemeenten de zorg betaalbaar te houden. Hierdoor kunnen ze de specifieke zorg die nodig is voor een enkele cliënt in hun eigen gemeente, nu ook leveren aan een grotere groep cliënten in de regio. Dit versterkt ook hun onderhandelingspositie ten opzichte van instellingen wanneer het gaat over het inkopen van zorg. Zo spreiden zij het risico op te weinig ‘bedden’ in een specifieke instelling, mochten er ineens specifieke zorgvragen binnenkomen voor een bepaalde behandeling die alleen die instelling uitvoert.

Verschillende vormen

De regionale samenwerkingsverbanden die tussen gemeenten ontstaan, zijn verschillend. Soms blijft het bij elkaar informeren en soms werkt men gezamenlijk aan het formuleren van beleid. In andere regio’s maken ze samen afspraken met aanbieders, richten ze een gezamenlijke organisatie op die bepaalde facilitaire diensten levert of doet men samen de inkoop van jeugdzorg.

Praktijkvoorbeeld: Regionale adviesraad Drechtsteden
'Verbinding met het lokale is essentieel.'

Vanaf 1 januari 2015 is de Regionale Adviesraad Wmo Drechtsteden (RAD) van start gegaan. De raad adviseert het Drechtsteden bestuur over de maatwerkvoorzieningen. De raad is samengesteld uit afgevaardigden van de verschillende Wmo-raden en drie ervaringsdeskundigen vanuit de sectoren Zorg thuis, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. Mariëtte Teunissen (Zorgbelang Zuid Holland) vertelt over de verhouding tussen regionale raad en de lokale Wmo raden.

Mariëtte Teunissen: ‘In de praktijk blijkt er een hele goede wisselwerking tussen de lokale Wmo raden en de Regionale Adviesraad. Verbinding met het lokale is heel essentieel voor het werk van de regionale raad. Anders loop je het risico dat je los gaat zweven van wat er speelt. Dan wordt het een clubje dat alleen maar met beleidsmakers over beleid zit te praten, zonder voeding en signalen vanuit de praktijk. De leefwereld van de mensen waar het om gaat.’

De rol van de Wmo-raad

Veel gemeenten hebben voor de medezeggenschap van cliënten een lokale Wmo-raad. Deze raad adviseert over nieuw en bestaand beleid voor zorg en ondersteuning. De recente regionale samenwerkingsverbanden roepen allerlei vragen op over de positie van lokale adviesraden en belangenorganisaties. Wat betekent dit voor hun bijdrage, adviezen en signalen aan de gemeenten? Als de inkoop van jeugdzorg regionaal geregeld wordt, wat zijn dan belangrijke thema’s om regionaal over mee te denken? Wat betekent het voor ouders en jongeren die steun van de gemeente krijgen, als ze hun ideeën voor verbetering van kwaliteit regionaal moeten aankaarten? Hoe verhoudt een regionaal advies zich tot de lokale uitvoering en advisering wanneer iedere gemeente een eigen ‘kleur’ geeft aan de afspraken die ze in regionaal verband maken?

Samenwerking op regionaal niveau tussen Wmo-raden

Op steeds meer plekken in het land ontstaat afstemming en samenwerking tussen Wmo-raden. Deze samenwerking varieert van periodiek overleg tot en met gezamenlijke reacties op het inkoopbeleid van gemeenten. De vorm is nog vrijblijvend. Het is vaak afhankelijk van het enthousiasme van enkele personen. Bijvoorbeeld de voorzitter van een Wmo-raad en een adviseur van Zorgbelang.  

Her en der ontstaan ook meer formele regionale adviesorganen en netwerken van cliëntenorganisaties en belangenbehartigers. Met als doel om advies en medezeggenschap regionaal te organiseren. De RAD is hier een voorbeeld van (zie praktijkvoorbeeld hierboven).

Ook op het gebied van jeugdzorg worden er netwerken gevormd. In deze netwerken zijn gemeenten, aanbieders, ouders en jongeren gezamenlijk op zoek naar de beste aanpak voor het organiseren van jeugdzorg. Serviceorganisatie Jeugd Zuid Holland Zuid is hiervan een voorbeeld. Onder leiding van deze Serviceorganisatie wordt er voor deze regio, gezamenlijk met alle belanghebbenden, een nota Cliëntenparticipatie opgesteld. In de nota wordt de betrokkenheid van cliënten regionaal vorm gegeven.

Praktijkvoorbeeld: Regionaal Platform Ervaringsdeskundigen Nijmegen
'We werken met tijdelijke themagroepen met ook ongeorganiseerde burgers.'

Er ontstaan in de regio ook bredere samenwerkingsverbanden gestart vanuit de wereld van de cliënt. Het in 2015 opgerichte Regionaal Platform voor Ervaringsdeskundigen (RPE) in Nijmegen en omgeving is hier een voorbeeld van. Het initiatief voor deze regionale samenwerking is genomen door Zorgbelang Gelderland. De gemeenten in de regio, de provincie Gelderland en het landelijke programma Aandacht voor Iedereen dragen hier financieel aan bij om de uitvoering mogelijk te maken.

Transitiemanager voor regio Nijmegen Nienke van Gravesteijn: ‘Het afgelopen jaar is hard gewerkt om het platform vorm te geven. In september is er een kick-off geweest en is het RPE aan de slag gegaan. Het platform vormt een netwerkconstructie van de verschillende Wmo- en cliëntenraden in de regio die gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regio gemeenten. Het platform heeft een eigen onafhankelijke stuurgroep. Er wordt gewerkt met tijdelijke themagroepen waarbij ook andere ongeorganiseerde burgers worden betrokken, om signalen en input te verzamelen en adviezen te formuleren waarmee lokale cliëntenraden aan de slag kunnen binnen hun eigen gemeente en/of organisatie.’

Wat betekent samenwerking op regionaal niveau voor cliënten?

De komende periode moet duidelijk worden wat deze regionale ‘advieslaag’ toevoegt aan alle andere niveaus van cliëntenparticipatie en medezeggenschap. Formeel is het belangrijk dat cliënten inspraak hebben over de zorg en ondersteuning die zij krijgen, ook als hier regionaal afspraken over gemaakt worden. Maar in het dagelijks leven van burgers zijn deze formele afspraken tussen gemeenten minder relevant. Lokaal hebben burgers vooral te maken met de uitvoering van dit beleid. Die uitvoering vindt plaats op het niveau van de wijk, in het keukentafelgesprek of in het contact met de hulpverlener.

Praktijkvoorbeeld: Cliëntenparticipatie in de regio Zuid-Holland Zuid
'We hopen met elkaar en van elkaar te blijven leren.'

Namens de zeventien gemeenten in de regio Zuid Holland Zuid (ZHZ) regelt Serviceorganisatie Jeugd het inkopen en contracteren van de regionale zorgmarkt, budgetbeheersing, informatievoorziening en accountmanagement. Om de zeggenschap van alle betrokken doelgroepen recht te doen, wordt vanuit de Serviceorganisatie, gezamenlijk met alle belanghebbenden, een nota Cliëntenparticipatie opgesteld. In het opstellen van de nota zijn zowel cliëntvertegenwoordigers, maar ook jeugdzorgaanbieders en gemeenten betrokken.

Vanuit de Serviceorganisatie Jeugd is Liona Marchena verantwoordelijk: ’Ik ben heel trots op de samenwerking met alle partijen die in dit proces is ontstaan. We hebben echt op een constructieve manier met elkaar samengewerkt aan dit resultaat. De structuur voor cliëntenparticipatie willen we niet teveel formaliseren. We denken meer aan een netwerk van betrokkenen die vanuit hun ervaring en expertise, liefst per thema of issue meedenken. Zo hopen we echt gezamenlijk met elkaar en van elkaar te blijven leren de komende jaren.’

Aanbevelingen

Wilt u als gemeente, cliëntenraad of Wmo-raad regionaal invloed uitoefenen op de kwaliteit van hulp en ondersteuning aan cliënten? Movisie heeft enkele aanbevelingen op een rij gezet:

  1. Stel als gemeenten, cliëntenorganisaties en Wmo-raden gezamenlijk een voorstel op voor regionale cliënt- en burgerparticipatie. Vul dat gedurende het proces verder in. Houd rekening met de volgende randvoorwaarden: een duidelijk verhaal over de meerwaarde van regionale participatie voor zowel gemeenten als cliënten; een aantal enthousiaste trekkers; facilitaire ondersteuning.
  2. Zorg voor een goede afstemming van participatie op de drie niveaus: wijk, gemeente en regio. Dit kan bijvoorbeeld door het leggen van verbanden en het behandelen van relevante thema’s op alle drie de niveaus.
  3. Ontwikkel een efficiënte werkwijze waarin diverse adviesraden worden betrokken, maar voorkom onnodige bureaucratie. Dit kan bijvoorbeeld door het instellen van tijdelijke werkgroepen met een duidelijke opdracht.
  4. Betrek bij de activiteiten zoveel mogelijk cliënten- en patiëntenorganisaties. Neem hun ervaringen mee in de adviezen. Betrek hen bij de werkgroepen en organiseer periodiek informatieve, maar ook luchtige, evenementen.
  5. Zorg voor een goede afstemming met de gemeenteraad. Deze buigt zich ook regelmatig over de vraag hoe vorm te geven aan de invulling van democratie op regionaal niveau. Dit kan bijvoorbeeld door hen periodiek te informeren over uw activiteiten.

 

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.