Collectief ondersteuningsvragen van inwoners oppakken

Wat knelt?

26 juli 2019

Movisie deed een verkenning naar het collectief oppakken van individuele ondersteuningsvragen van inwoners door sociale (wijk)teams om zicht te krijgen op goede praktijken én knelpunten. Wat houdt een collectieve benadering precies in? En wat zijn de voordelen? Movisie-experts Els Hofman en Joost de Haan lichten toe.

‘In de praktijk merken we dat termen vaak door elkaar gebruikt worden.’ Aldus de Haan. Het collectief oppakken van individuele ondersteuningsvragen van inwoners door sociale teams leidt vaak tot het creëren of faciliteren van een voorziening die door meerdere inwoners tegelijk gebruikt wordt: een collectieve voorziening.'

Verwarring

Volgens Hofman bestaat er ook verwarring omdat bijvoorbeeld scholen tot collectieve voorzieningen worden gerekend. Maar daar hebben we het in deze niet over. Daarnaast verstaan veel gemeenten onder een collectieve voorziening: een aanbod van activiteiten of diensten gericht op een groep mensen met specifieke kenmerken. Deze zijn dus niet zomaar voor iedereen vrij toegankelijk, bijvoorbeeld een mobiliteitsvoorziening waar enkel ouderen (65+) vrij gebruik van kunnen maken.’

Een duidelijke definitie

De Wmo-werkplaats Utrecht geeft in een literatuurstudie de volgende definitie van de collectieve benadering:

‘‘Onder de collectieve aanpak van het wijkteam verstaan wij de aanpakken van wijkteamprofessionals die gericht zijn op het verbinden van hulpvragen van bewoners in de wijk waarmee een collectieve (‘gezamenlijke’) aanpak gevormd kan worden (of waarop kan worden aangesloten)”

In deze definitie staat duidelijk het verbinden van individuele hulpvragen centraal. De Haan: ‘Bij de collectieve benadering gaat het dus simpel gezegd over faciliteren, ondersteunen of creëren van een interventie aan een groep mensen, in plaats van aan een individu’.

'Er schuilt een informeel component in'

Hofman vult aan: ’In de praktijk blijkt dat professionals het inzetten op collectiviteit ook vaak uitleggen als het op de hoogte zijn van de aanwezige talenten en kennis van de burger in de wijk. Dat betekent dat er ook een informeel component in schuilt: het stimuleren en faciliteren van informele netwerken in de wijk waarbinnen individuele ondersteuningsvragen een plek krijgen en collectief opgepakt worden.’

TIP | voor professionals

‘Het collectieve ontstaat door in wijken aanwezig te zijn’, volgens Ria Mol (sociaal team Deventer). Iedere ochtend om 7 uur zorgt Mol dat de koffie warm is bij het Enkhuis. ‘Op die manier leer je de mentaliteit van de wijk en haar inwoners kennen. Dat is belangrijk als je wilt inzetten op collectiviteit, je moet immers wel weten waar mensen in de wijk behoefte aan hebben. Een top-down benadering is geen optie'

Zicht op de verhoudingen

'Om meer zicht te krijgen op wat we precies bedoelen met de collectieve benadering, maken we gebruik van een model met vier kwadranten, legt de Haan uit.  De Haan laat een model zien waarin twee dimensies de verhouding weergeven tussen individuele en collectieve initiatieven op de horizontale as, en in welke mate daar professionals of juist burgers bij betrokken zijn op de verticale as. ‘Wat betreft het collectieve aanbod geeft dit model de nauwe samenhang weer tussen de collectieve opgave voor wijkprofessionals en de vraag wat burgers daar zelf in kunnen doen.’

kwadranten-collectieve-benadering

Hofman: ‘Uiteraard zijn het glijdende schalen en kunnen initiatieven in meerdere kwadranten een plek krijgen. Bijvoorbeeld het buurthuis, waar vaak toch wel professionals aanwezig zijn. Het belangrijkste is dat dit model weergeeft dat het niet altijd simpel te zeggen is waar collectiviteit vanuit het wijkteam ophoudt en waar het begint. Dat zal per wijkteam, ook met het oog op bijvoorbeeld burgerinitiatieven, anders ingevuld worden.’

Wijkteams komen er niet aan toe

Eén van de hoofddoelstellingen van de Welzijn Nieuwe Stijl is om ondersteuning efficiënter in te zetten. Dit betekent ook inzetten op het terugdringen van de gewoonte om voor ieder individueel probleem een individuele oplossing te bieden. In één van de bakens wordt expliciet ingezet op ‘een doordachte balans van collectief en individueel.'

'De praktijk lijkt weerbarstig'

De Haan: ‘Maar de praktijk lijkt weerbarstig. blijkt uit een recente peiling onder sociale wijkteams. Bij 242 gemeenten in Nederland, blijkt dat wijkteams inschatten dat slechts 2% van hun tijd naar het ondersteunen en faciliteren van collectieve voorzieningen gaat. Tegelijkertijd zegt 41% van de wijkteams dat zij te weinig toekomen aan het ondersteunen van collectieve initiatieven. De geringe aandacht voor het ondersteunen van collectieve voorzieningen lijkt dus vooral te komen omdat men er niet aan toekomt, niet omdat wijkteams het belang niet zien.’

Beperkingen bij inzetten op collectiviteit

Hofman: ‘Maar naast een kwestie van te weinig tijd zijn er ook andere oorzaken aan te wijzen waarom er nog weinig wordt ingezet op het organiseren van collectieve voorzieningen’. Die oorzaken (of ‘heersende opvattingen’) zijn onder te verdelen in drie categorieën: het denkpatroon van professionals, de aard van de hulpvragen en de randvoorwaarden voor het creëren van collectieve voorzieningen.'

  • Denkpatroon van professionals
    • Niet gewoon om te denken aan collectiviteit;
    • ‘Ik ben beter in het individuele, in kleinere systemen’;
    • Vanuit werkverleden lastig wegkomen uit spreekuur of ontvangkamer;
    • Soms wordt de noodzaak minder gevoeld.
  • Aard van hulpvragen
    • Sommige hulpvragen lenen zich minder voor collectieve aanpak;
    • Imago groepsactiviteit niet altijd positief;
    • Duurzaamheid voorliggende voorzieningen kwetsbaar
    •  Concurrentie sociale teams en moederorganisatie.
  • Randvoorwaarden
    • Collectiviteit kost tijd!
    • Grootte werkgebied van invloed op bekendheid sociale kaart
    • Kosteneffectiviteit minder van belang voor professionals

TIP | Voor gemeenten

In opdracht van de gemeente Haarlem onderzochten Marcel Spierts en Hugo Post drie nieuwe manieren van collectief werken door sociaal wijkteams. Zij onderscheiden drie succesfactoren:

  1. het vergroten van eigenaarschap en draagvlak binnen sociaal wijkteams
  2. het hebben van een heldere visie op de taken en opdracht als het gaat om collectief werken
  3. het opbouwen en benutten van de relatie met de wijkbewoners.   

Wat zijn de voordelen van collectief werken?

De Haan: ’Opvallend is het beperkte onderzoek wat gedaan is naar de voordelen van collectief werken door sociale wijkteams. Dit betekent dat het lastig is aan te tonen wanneer, en bij welke hulpvragen, collectief werken ‘effectiever’ is dan een individuele aanpak. Toch vinden we een aantal aanknopingspunten in de literatuur, of aangedragen door professionals.’

  • Bij collectief werken wordt efficiënter en effectiever met middelen omgegaan dan individuele hulpverlening.
  • Mensen doen sociale contacten op waardoor het prettiger is gebruik te maken van collectief georganiseerd aanbod.
  • Bij collectieve voorzieningen is de signaleringsfunctie sterker omdat mensen in een groep sneller geneigd zijn signalen bij elkaar te herkennen.
  • Collectieve activiteiten kennen een meer preventief karakter. Onderliggende problematiek, zoals een gebrek aan sociale contacten, wordt ondervangen door gezamenlijke activiteiten.  

De rol van professionals bij het collectief aanbieden van voorzieningen

Hofman: ’Het vraagt wel wat van de vaardigheden en kwaliteiten van professionals om naast individuele hulpverlening ook te faciliteren in het ontwikkelen van collectief aanbod. In plaats van een coachende, regisserende rol zouden professionals zich meer de rol van maatschappelijk ondernemer kunnen aanmeten.’  Bekijk ook de infographic Hoe pak je individuele ondersteuningsvragen collectief op?