Contact onderhouden in lockdown tijd

Handvatten om te bepalen welke vorm van contact nodig is

1 oktober 2020

Op de persconferentie op maandag 28 september 2020 presenteerde het kabinet extra maatregelen om het coronavirus te bestrijden. Dit is nodig omdat het coronavirus weer opmars maakt in Nederland. Tijdens de eerste lockdown is gebleken dat deze maatregelen hebben geholpen besmettingen met het coronavirus tegen te gaan. Tegelijkertijd is het een grote zorg voor mensen die afhankelijk zijn van contact met de buitenwereld. Hoe kunnen we dit contact het beste vormgeven? Een aantal associate members van Movisie, betrokken bij het thema ‘psychiatrie in onze buurt’, hebben ze samen in kaart gebracht welke veilige contactmogelijkheden er zijn, waarbij veiligheid zich gedurende deze pandemie richt op het reduceren/ voorkomen van besmettingen.

De maatregelen van het kabinet beperken opnieuw en nog steeds onderling verkeer en fysiek contact tussen mensen. Dat maakt dat gedachteloos afspreken, ongeacht de ruimte, niet meer kan. Ook andere vormen van contact zijn niet mogelijk, wanneer zij het verspreiden van het virus mogelijk maken. De vraag is: welke contactvormen zijn de afgelopen maanden gebruikt? En wat is er nog meer belangrijk bij het afwegen van een bepaalde vorm van contact? Dat gaat niet alleen over het risico van virusverspreiding, maar ook over andere risico’s. Het risico van verslechterde psychische gezondheid is daarbij niet de minste. Voor mensen die ondersteuning krijgen vanwege psychische problematiek, kunnen de maatregelen die het sociale contact beperken gevoelens van angst of desoriëntatie oproepen. Ook kan het leiden tot verergering van bestaande klachten. Het zorgt daarmee voor afnemende kwaliteit van leven. Dat besef vraagt om goede afwegingen bij het inzetten van alternatieve contactvormen tussen ondersteuners en mensen die ondersteuning krijgen. Om daar handen en voeten aan te geven, beschrijven we handelingsperspectieven voor professionals die we van de vorige lockdown geleerd hebben. 

Download de inventarisatie

Leren van de eerste lockdown

Bij een tweede lockdown kunnen we leren van de eerste. Van de fouten die zijn gemaakt én natuurlijk ook van de vele oplossingen die er waren. Want we willen alleen het coronavirus bestrijden. Niet ondertussen andere problemen over ons afroepen, zoals vereenzaming, gevoelens van onrust vanwege het coronavirus of het ontbreken van goede steun met als gevolg verergering van bestaande problemen. Dat is een les die de eerste lockdown-periode ons heeft geleerd: vanuit angst voor verspreiding van het virus is vaak gekozen om fysiek contact te verbieden. Dat heeft veel ellende opgeleverd bij mensen die over het algemeen weinig sociaal contact hebben en ondersteuning nodig hebben van professionals. 

In gesprek gaan

De begrenzing van een lockdown geldt voor zowel de hulpverlener als de klant. Daarmee zitten ze in hetzelfde schuitje. Het helpt om deze overeenkomst te benoemen om samen tot goede afspraken te komen. Met dit overzicht hebben de ondersteuner en ondersteunde verschillende handelingsmogelijkheden. Aan de hand daarvan kunnen ze samen de vragen beantwoorden: wat is er mogelijk bij contact; wat past bij de persoon van de hulpverlener en bij degene die ondersteuning krijgt en hoe verhoudt zich dit tot de risico’s van besmetting? Welke contactvorm past dan het beste?

Door de verandering in de risico’s verandert de omgang tussen hen ook. En daarmee is het belangrijk om hierover te praten. Met vragen als: Wat is voor jou van belang? En wat voor mij? En hoe vinden we daarin een vorm die ons beiden past? Centraal staan beider behoefte en mogelijkheden. Voor beiden geldt dat ze daarbij rekening moeten houden met hun eigen situatie. Zijn ze wel in de gelegenheid om alle vormen van contact te kiezen? Als één van beiden tot de groep hoort die meer risico loopt bij coronabesmetting, dan kunnen ze eigenlijk niet anders dan afzien van fysieke ontmoeting. Of als een van hen niet beschikt over digitale communicatiemiddelen, is dat geen mogelijke communicatievorm. Ook krijgen hulpverleners of klanten niet altijd toestemming voor hun keuze. De mogelijkheden van hulpverleners hangt af van de ruimte die ze krijgen van hun organisatie. Die kan fysieke ontmoeting verbieden. Die beperking kan ook voor klanten gelden, als ze binnen een instelling wonen. Naast de omstandigheden van hen beiden is er ook nog de manier waarop iemand daarmee omgaat. Willen ze wel fysieke ontmoeting bij de klant thuis? Of vinden ze dat eng? Willen ze wel wandelen, of zijn ze bang dat er wordt afgeluisterd? Dit zijn mogelijke gevoelens die meespelen bij de voorkeur voor een contactvorm. Alle drie de aspecten zijn van belang voor de uiteindelijke keuze: kunnen, mogen en willen. En alle drie worden ze idealiter besproken. Bij voorkeur open en bloot. En zowel vanuit het perspectief van de klant als vanuit die van de professional. Om goede hulpverlening te kunnen bieden, is het aan de professional om dit gesprek open te voeren. Wat ook betekent dat de uitkomst niet bij voorbaat vast staat. Het kan zijn, dat ze samen besluiten om iemand anders in te schakelen. Bijvoorbeeld als de klant echt behoefte heeft aan fysieke nabijheid en de professional dat niet kan bieden. 

3 tips

  • Besteed extra aandacht aan en wees alert op zorgmijdend gedrag
  • Betrek familieleden in het proces
  • Wees creatief in het contact, bedenk bijvoorbeeld alternatieve locaties om met elkaar af te spreken

Handvatten voor professionals

De lessen uit de eerste lockdown hebben geresulteerd in handvatten voor professionals waarmee goede afwegingen gemaakt kunnen worden welke vorm van contact de voorkeur heeft. Deze handvatten maken de dilemma’s rondom contactmomenten bespreekbaar, zodat ambulant werkende professionals samen met hun klant weloverwogen in gesprek kunnen gaan over welke contactvorm passend is. Dat levert duidelijkheid op over het waarom van de voorgestelde vorm. Omdat beide partijen betrokken zijn, kunnen ze begrip opbrengen voor het resultaat, of zoeken naar een beter alternatief. Dit draagt bij aan een goede relatie en daarmee aan goed hulpverlenerschap.