CPB: doel minder dure zorg door wijkteams niet gehaald

18 januari 2019

Gemeenten zetten wijkteams in om de zorg dicht bij de cliënt te organiseren, bijvoorbeeld via mantelzorg. Alleen als dit niet mogelijk is, wordt professionele zorg ingezet. In de meeste gemeenten is het aantal doorverwijzingen naar professionele zorg over de periode 2015-2017 toegenomen. Echter, in gemeenten met wijkteams is het aantal doorverwijzingen in deze periode met 14% harder gestegen dan in gemeenten zonder wijkteams.

Dit blijkt uit een nieuwe publicatie van het Centraal Planbureau (CPB) ‘De wijkteambenadering nader bekeken. Het effect van de inzet van wijkteams op Wmo-zorggebruik’.

In de publicatie verwijst het CPB veelvuldig naar de peilingen die Movisie uitvoerde naar de wijkteams.

Voor het rapport ‘Sociale (wijk)teams in vogelvlucht’ (2015) heeft Movisie, in opdracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, in oktober 2014 een peiling uitgevoerd onder 224 gemeenten (56% van het totaal aantal gemeenten). Daaruit bleek dat het aantal gemeenten dat met sociale (wijk)teams werkte, in korte tijd explosief was toegenomen. Gemeenten zagen in 2014 de (wijk)teams als dé manier om te voldoen aan de extra taken die door de decentralisaties bij hen terechtkwamen.

Najaar 2015 voerde Movisie opnieuw een peiling uit: Sociale (wijk)teams in beeld. Uit die peiling bleek dat de basis van de teams stond. Ze waren ingericht en verschillende professionals werkten samen aan een integrale aanpak van problematiek en hulpvragen, dicht bij de burgers. Van de 234 gemeenten die aan deze  peiling deelnamen werkte nu 87% met sociale wijkteams.

Uit een derde landelijke peiling (Sociale wijkteams opnieuw uitgelicht) in de zomer van 2017 onder 242 Nederlandse gemeenten blijkt het merendeel van de gemeenten, 83%, over een of meer (wijk)teams te beschikken. 78% is tevreden over de bijdrage van deze teams aan het realiseren van de doelen van de transitie.

Vooral in gemeenten waar wijkteams (deels) bestaan uit zorgprofessionals in dienst van een zorgaanbieder neemt doorverwijzing naar de professionele zorg toe, aldus het CPB. Met hun plek in het wijkteam hebben deze professionals een belangrijke stem over wie in aanmerking komt voor deze zorg. In gemeenten zonder wijkteams zijn het doorgaans Wmo-consulenten, werkzaam bij een gemeentelijk Wmo-loket, die over de toegang gaan. Mogelijk houden zij meer rekening met de kosten voor de gemeente dan de zorgprofessionals.

Verborgen problematiek boven water krijgen

De samenstelling van het team is waarschijnlijk niet de enige verklaring voor het stimulerende effect van wijkteams op het Wmo-zorggebruik. Zo zijn wijkteams mogelijk beter in staat om verborgen problematiek boven water te krijgen, wat heel waardevol kan zijn. Als hierdoor het aantal doorverwijzingen stijgt, kan dat zelfs wenselijk zijn, ondanks de hogere kosten die hiermee gepaard gaan.

Als gemeenten de stijging van doorverwijzing naar professionele zorg willen tegengaan, kunnen ze verschillende maatregelen overwegen. Zo kan een gemeente ervoor kiezen om alleen de zwaarste (meervoudige) hulpvragen door een wijkteam te laten oppakken; alle andere hulpvragen kunnen door een Wmo-loket worden afgehandeld. Een andere mogelijkheid is om aanbieders geen rol te geven in het wijkteam. Ook een goede monitoring van het indicatieproces kan helpen om het aantal doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen te beperken. Wijkteams leiden dus niet tot minder, maar tot meer dure zorg, is de conclusie van het CPB.

Reactie Movisie

Op het CPB-onderzoek zijn veel reacties binnengekomen over de toegenomen kosten.  Maar er is weinig aandacht voor vragen die de discussie over de wijkteams echt verder helpen. Bijvoorbeeld: hoe komt het nou dat het aantal doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen is toegenomen? Onderzoeker Silke van Arum: ‘Het CPB noemt als mogelijke verklaring dat de wijkteams veel outreachend werken, waardoor ze problemen zouden signaleren die voorheen niet aan het licht kwamen. Maar in onze landelijke peilingen onder gemeenten naar de stand van zaken sociale (wijk)teams, geven gemeenten juist aan dat de wijkteams door de grote hoeveelheid casuïstiek nog onvoldoende toekomen aan dat outreachende werk. Daar zou juist nog veel winst te behalen vallen.

Een mogelijke verklaring voor de toename in doorverwijzingen naar individuele begeleiding en dagbesteding is dat steeds vaker mensen met complexe en multiproblemen bij de wijkteams aankloppen; een verslaving in combinatie met schulden bijvoorbeeld. Ook de tendens dat mensen langer thuis wonen en de vergrijzing maken dat de casuïstiek toeneemt.'