‘Daar kan geen beleid tegenop’

Een dementievriendelijk Goeree-Overflakkee

2 september 2019

Als beleidsadviseur heeft Josette van Loon het Wmo-beleid en volksgezondheid onder haar hoede. Een groot en breed terrein, van GGD tot dementie. En dat in de Zuid-Hollandse gemeente Goeree-Overflakkee: een landelijk, afgebakend gebied met bijna 50.000 inwoners, waar naar elkaar omgekeken wordt en waar forenzen zich steeds meer roeren. Een gemeente waar dementie hoog op de agenda staat, maar waar ook voldoende uitdagingen zijn. ‘Als je bereid bent om met elkaar dementievriendelijk te zijn én dat handen en voeten geeft, kan je veel bereiken.’

Het enthousiasme van Josette is aanstekelijk. Met passie vertelt ze over de Village Deal met de vele dementieprojecten. ‘De VNG deed een oproep voor vernieuwende projecten binnen de Wmo. Tot mijn verrassing en schrik werd ons project gehonoreerd.’ Aan de bak dus. De gemeente wilde binnen de Village Deal aan de slag met ontschotte dementiezorg. ‘Ik geloof daar zelf heel erg in. De wetten die er zijn, daar kan je niet omheen. Maar je kunt wel interpreteren. Je kunt te snel denken dat iets niet mogelijk is. Dan denk ik: nou, dat zullen we nog wel eens zien. Ik geloof in de ontschotting van de zorg. Veeg het budget van de wetten op een hoop, vertrouw elkaar, draai kleine pilots, en kijk wat er gebeurd. Soms blijven cliënten om financiële redenen in de ene wet, bijvoorbeeld de Wmo, hangen, terwijl er méér en andere zorg nodig is. We hebben trouwens nog wel een weg te gaan en zijn met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hierover in gesprek.’

Dementievriendelijk

De Village Deal bevat een heel aantal projecten gericht op mensen met dementie en hun naasten. Onderdeel daarvan is Samen Dementievriendelijk, zoals veel gemeenten daarmee bezig zijn. Josette: ‘Ik noem het ‘eenvoudige’ dingen, zoals het trainen van baliepersoneel en het plaatsen van stukjes in de krant, die móet je doen. En blijven herhalen. Maar er is natuurlijk meer nodig. Binnen de Village Deal werken we aan een Geheugenbibliotheek. In die bibliotheek kunnen mensen hulpmiddelen lenen en proberen. Soms is het aanschaffen van een hulpmiddel een hele stap; dan kan het helpen als je een hulpmiddel even kunt proberen. Het gaat er natuurlijk om dat je het thuis zo lang mogelijk kunt volhouden. Thuis moet het aangenaam wonen en leven zijn.’

Movisie heeft in 2017 en 2018 in opdracht van de VNG een verkennend onderzoek uitgevoerd naar integraal werken bij de elf gemeenten die participeren binnen de Village Deals. Bekijk de publicatie.

Respijtzorg: gepland logeren zonder indicatie

Een ander onderwerp is respijtzorg. Josette: ‘Ik ga voor ‘gepland logeren zonder indicatie’. Momenteel zijn we volop bezig met kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de mogelijkheden om een respijt-zorghuis op te zetten. Bedoeling is dat mensen daar zónder indicatie naar toe kunnen. De uitdaging is: hoe gaan mensen hier gebruik van maken? We weten dat de stap naar respijtzorg groot is – zowel voor de cliënt zelf als voor de mantelzorger. Als gemeente willen we de drempel zo laag mogelijk neerleggen. En er positieve reclame voor laten maken.’

TIP | Bekijk ook de Infographic Respijtzorg

Respijtzorg is een tijdelijke en volledige overname van zorg met als doel de mantelzorger een adempauze te geven. Mantelzorgers kunnen zo de zorg langer volhouden en zelf nieuwe energie opdoen. Bekijk voorbeelden in een infographic.

Samen Dementievriendelijk

Als er een ding duidelijk is, is dat je ook als gemeente de samenwerking met andere partijen moet opzoeken. ‘Het heeft niet voor niets ‘Samen Dementievriendelijk’. Samen dus! Toen ik enkele jaren geleden hier kwam werken en me bezig ging houden met volksgezondheid, heb ik met alle huisartsen een afspraak gemaakt om kennis te maken. Auto in, hup, op bezoek. Het mondde uit in een convenant, maar belangrijker nog: we weten elkaar te vinden. Ja, we weten elkaar te vinden (zie kader). Natuurlijk is het zo dat de ene huisarts makkelijker over zijn eigen praktijk heen kijkt dan de andere, maar het belangrijkste is dat je elkaar kent en als het nodig is elkaar weet te vinden. Een huisarts met de specialisatie ouderengeneeskunde stuurde ik een beleidsstuk met het verzoek mee te lezen. Zou jij eens met mij willen meedenken? Natuurlijk! Het mes snijdt dan aan twee kanten. Dat geldt ook voor ergotherapeuten, met wie we nu een project doen rondom valpreventie. Onmisbare schakels. Je hebt elkaar nodig!’

Wat is nodig?

‘Een zoon verzorgt zijn zwaar dementerende moeder. Hij wordt echter ziek en moet eigenlijk een behandeling in het ziekenhuis ondergaan. Maar dat wil hij niet, want dan moet zijn moeder naar het verpleeghuis. De huisarts belt mij op met de vraag wat er mogelijk is binnen de Wmo. We besluiten om deze meneer en zijn moeder meer hulp vanuit de Wmo te bieden, meer dan toegestaan is, maar ik vind dat je moet kijken naar wat nódig is, in plaats van wat kán. In dit geval betekende het dat deze meneer de behandeling kon ondergaan én dat zijn moeder gewoon thuis kon blijven wonen. Uiteindelijk waren de omstandigheden dusdanig dat een opname toch niet kon worden voorkomen, helaas, maar we hebben het geprobeerd.’

Niet over, maar met

Josette vertelt over de klankbordgroep waar mensen met dementie en hun mantelzorgers zitting hebben. ‘We vragen ons af: doen we de goede dingen? Een Rotterdams bureau heeft onderzoek voor ons gedaan en de Rekenkamer kijkt mee, maar wij vragen het ook aan de mensen zelf. Hebben we je goed begrepen? Sluit dit aanbod aan? Wat denk je, gaat dit initiatief slagen? Belangrijk om, zoals een dementieverpleegkundige me het ooit zei, niet ‘over’ maar ‘met’ de mensen hierover te spreken. Ik denk dat het belangrijk is dat mensen met dementie weten waar ze terecht kunnen met hun vragen. Dat geldt trouwens ook voor hun mantelzorgers. Om die reden subsidieert de gemeente de Alzheimer Cafés, het is namelijk zó belangrijk dat de mensen daar hun verhaal kunnen delen. Dat ze elkaar spreken, elkaar tips geven. Daar kan geen beleid tegen op.’

Toekomst

Ook op Goeree-Overflakkee krijgt een groeiend aantal mensen met dementie te maken. Of de gemeente zicht heeft op deze mensen en de aantallen? ‘Ik denk het wel, via de huisarts en ketenzorg. Ik zeg weleens tegen de huisartsen: júllie zien ze. Hoe vroeger we erbij zijn, hoe beter. Vroegtijdige signalering is van belang, evenals de regelmatige stukjes in de krant en de voorlichting via ouderenbonden. Als gemeente bezinnen we ons op levensloopbestendig wonen. Vragen daarbij zijn: over hoeveel mensen hebben we het, kunnen we de toekomstige zorgvraag inschatten, hoe houden we het financieel in de vingers, hoe verhoudt dit zich tot de Omgevingswet. Dus gaan we met de woningbouwvereniging om tafel. Er zijn hier op het eiland redelijk veel mensen met een eigen woning. Ook zij moeten de mogelijkheid hebben om hun huis aan te passen. Als je 70 jaar bent en geen hypotheek meer kunt krijgen van de bank, kan je bij ons aankloppen. Alles, dus ook deze ‘blijverslening’ om het langer thuis wonen mogelijk te maken!’

Durven en kunnen signaleren

‘Een supermarkteigenaar ziet dat een mevrouw 36 pakjes paneermeel in haar karretje heeft gedaan. Beetje veel. In de kleine kernen op het eiland zitten kleine buurtsupers, waar de mensen elkaar kennen. En naar elkaar omzien. Dan bellen ze naar de afdeling Wmo of naar het sociaal meldpunt. Door de goede contacten en de trainingen Samen Dementievriendelijk weten ze ons te vinden. Zij geven handen en voeten aan een dementievriendelijke samenleving. Dat hoeft niet heel groots te zijn, als je maar oog hebt voor elkaar, durft én kunt signaleren en weet waar je terecht kunt.’