Het debat van het jaar: mensen helpen of problemen agenderen?

19 augustus 2019

Moeten sociaal werkers hulp verlenen aan afzonderlijke individuen, of structurele misstanden aankaarten? Sinds een half jaar woedt daarover een verhit debat op socialevraagstukken.nl. Wat moet de sociaal werker hier in de praktijk mee? Jan van Dam vatte het debat op socialevraagstukken.nl voor ons samen. Op 14 november gaat dit debat live verder tijdens ‘De agenda van het sociaal werk’.

Het debat over de agenderende rol van het sociaal werk startte met een artikel van onderzoeker Marcel Spierts en Movisie-expert en docent Mariël van Pelt, geïnspireerd door de beweging in Vlaanderen. Zij schreven dat de visie op sterk sociaal werk in Vlaanderen expliciet kiest voor mensenrechten als referentie- en handelingskader. Spierts en van Pelt vroegen zich af of de tijd in Nederland ook rijp is om sociaal werk als mensenrechtenberoep te positioneren. Zij vonden wel dat ‘politisering’ meer moet inhouden dan blind achter de vlag van mensenrechten en sociale rechtvaardigheid aan te lopen. Ze stelden voor eerst maar eens ‘een serieus debat te voeren over de betekenis van politisering voor het sociaal werk’. Dat debat volgde meteen en alle opinies zijn terug te lezen in een dossier.

Het debat gaat live!

Op 14 november gaat het debat verder tijdens ‘De agenda van het sociaal werk’ onder leiding van Evert van Rest met Mariël van Pelt en andere experts. Op het programma staan ook de Marie Kamphuislezing 2019 en diverse presentaties. De organisatie van ‘De agenda van het sociaal werk’ is in handen van Movisie, Beroepsvereniging van professionals in sociaal werk (BPSW), Marie Kamphuis Stichting en het Platform voor Sociale Vraagstukken. Voor deze bijeenkomst bestaat inmiddels grote belangstelling, dus meld je snel aan.

Groeiende onzekerheid stemt tot nadenken

Als er een ding duidelijk uit het debat naar voren komt, is het wel dat sociaal werkers in de afgelopen tien jaar steeds meer moeite hebben gekregen met de individualisering en psychologisering van sociale problemen. Hun ervaringen leren dat de rechten van mensen in de huidige situatie niet langer gewaarborgd zijn, en dat velen geen gebruikmaken van voorzieningen waar ze wel recht op hebben. Of dat die voorzieningen dermate zijn uitgekleed dat ze nauwelijks nog toereikend zijn. Wat sociaal werkers ook tot nadenken stemt, is dat burgers steeds vaker gezamenlijk actie ondernemen in dringende sociale kwesties. Sociaal werkers in Vlaanderen sluiten daarop aan en nemen steeds minder genoegen met een rol als neutrale adviseur en technische dienstverlener. Zij geven aan dat ze de rol en functie van het sociaal werk niet los zien van politieke keuzes. In die zin mag de roep om een terugkeer naar een meer activerende en collectiverende opstelling van het sociaal werk geen verwondering wekken.

De groeiende sociale en maatschappelijke onzekerheid is overigens ook de reden waarom het neoliberalisme - vertrouw op jezelf - inmiddels zelf ook ter discussie staat. Een korte terugblik laat zien dat we in Nederland het dogma van de eigen verantwoordelijkheid enthousiast hebben omarmd en het collectief werken zijn kwijtgeraakt. In de tweede helft van de vorige eeuw stonden sociaal werkers vooraan in de strijd voor een rechtvaardige samenleving. Zij aan zij met cliënten, bewoners en burgers voerden ze actie om de maatschappij in de gewenste richting te hervormen. Niet met heel veel succes overigens. Voormalige lector maatschappelijk werk aan de Hogeschool InHolland Margot Scholte wees er in de Marie Kamphuislezing van 2018 op dat de strijdvaardigheid destijds eerder leidde tot chaos en verdeeldheid dan tot tastbare resultaten.

Meer ruimte voor de burger

Teleurstelling over de karige opbrengst van alle actie toentertijd is een belangrijke reden dat de betrokkenheid vanaf de jaren ‘90 geleidelijk aan verdween om plaats te maken voor een minder gepolitiseerde aanpak. Door de deceptie werd de  opmars van de neoliberale ideologie in de jaren ’90 gestimuleerd. In deze ideeënleer doet de mens er beter aan niet op anderen - overheid of gemeenschap - te vertrouwen, maar vooral op zichzelf. Legendarisch is de uitspraak van de Britse premier Margaret Thatcher uit 1987: ‘There is no such thing as society.’  Over de exacte betekenis van Thatchers woorden destijds is discussie mogelijk, maar een ding is duidelijk: ze sloten aan op een algemeen gevoel in Groot-Brittannië - en de overige Westerse samenlevingen - dat de burger meer ruimte nodig had en de overheid moest terugtreden.

De ingrijpende koersverandering van de samenleving uitte zich onder anderen in een ongekende populariteit van het positieve denken. Door Richard de Brabander omschreven als ‘een leugenachtige blijmoedigheid die ieder probleem tot een uitdaging maakt om jezelf te overwinnen’. Echter, de kern van het positieve denken - wie iets wil, kan het ook - negeert de negatieve invloed van ongelijkheid, onrecht en (on-)macht en maakt mensen zelf verantwoordelijk voor hun kwetsbaarheid. Hoe ons leven eruit ziet is, met andere woorden, te danken – of te wijten - aan onze eigen keuzes.  Onder druk van de politiek-economische ontwikkelingen rond de jaren ‘80 van de afgelopen eeuw verlegde het sociaal werk zijn focus. De sociaal werker beklom niet langer de barricaden voor sociale rechtvaardigheid, maar richtte, aldus De Brabander, zijn interventies steeds meer op verandering van het gedrag van zijn cliënt.

Niet alleen actievoeren dit keer

Wat betekent dit voor het sociaal werk? Een terugkeer naar de praktijk van vervlogen tijden? Als het aan Margot Scholte ligt, gaat het sociaal werk zijn interventiestrategie van de jaren ‘70 - Sociale Aktie - inderdaad afstoffen en moderniseren.  Scholte heeft daarbij overigens niet de radicale variant voor ogen waarmee lotsverbetering voor mensen aan de onderkant van de samenleving wordt afgedwongen. Ze ziet meer in de stroming die met argumenten hervormingen tot stand wil brengen. Om dit keer niet in chaos en wanorde te vervallen, moet het sociaal werk ambitieuze en reële doelen stellen, en dienen organisaties niet vanuit hun eigen belangen te redeneren, maar de problematiek van cliënten centraal te stellen, aldus Scholte. Daarnaast moeten sociaal werkers samenwerken mét, in plaats van, zoals in de vorige eeuw vaak gebeurde, strijden tégen cliënten, lotgenotengroepen, andere solidariteitsgroepen, en instanties als de vakbeweging, kerken en politieke partijen.

Sociaal werk moet altijd verbinden, zelfs waar dat niet vanzelfsprekend is. Voor collectief werken lijken zeker veel handen op elkaar te komen. Het pleidooi van lector Toby Witte voor een ‘onaangepastere sociaal werker’ was met bijna 10.000 views onbetwist het best gelezen artikel in dit debat. Tegelijkertijd moet voorkomen worden dat op een collectieve manier werken ten koste gaat van de alledaagse praktijk, vinden de filosoof Peter Dijkstra en de Utrechtse Hogeschooldocent Jeroen Knevel. Mensen met elkaar verbinden en verzet plegen tegen beleid behoren samen te gaan met inspanningen om ervoor te zorgen dat mensen in het dagelijkse leven tot hun recht komen. Zodat ze bijvoorbeeld zelf kunnen blijven bepalen wat, hoe laat en met wie ze eten, of ze medicijnen op tijd innemen of soms ook gewoon niet.  

Een te grote broek?

In het nieuwe landelijke opleidingsprofiel van de bacheloropleiding sociaal werk is inmiddels een belangrijke plaats ingeruimd voor mensenrechten en sociale rechtvaardigheid. Sjoukje Botman en Jeroen Gradener, beiden werkzaam in het hoger onderwijs, willen studenten graag toerusten met agenderende vaardigheden. Botman en Gradener constateren dat de context van dat gedrag voor het sociaal werk überhaupt geen prioriteit meer had. Te lang zijn sociaal werkers opgeleid om zich te bekwamen in micro-interventies, zonder zich rekenschap te geven van de toenemende maatschappelijke ongelijkheid. Trekken sociaal werkers een te grote broek aan als ze zich willen inzetten voor het bevorderen van sociale rechtvaardigheid? Klaas Mulder acht de beroepsgroep daar eigenlijk niet toe in staat. Maar daarmee miskent hij de kern van de professionele identiteit van het beroep, betoogde Jan Willem Bruins, directeur van de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk.

TSV presenteert special over sociaal werk

Gouden bergen beloofden de decentralisaties vijf jaar geleden: generalistische professionals zouden sociale problemen integraal aanpakken, en dichtbij hun cliënten zouden ze maatwerk verrichten. Burgers zouden veel beter elkaar kunnen helpen in plaats van om professionele hulp te vragen.

Het lijkt er op dat die idealen maar moeizaam of zelfs niet gerealiseerd worden. Klopt dat, en waar ligt dat aan? Het nieuwe Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken probeert antwoord op die vragen te vinden. Met bijdragen van onder meer Jan Willem Bruins (BPSW), Lilian Linders (lector Hogeschool Inholland), Jos van der Lans, professor Rudi Roose (Vlaanderen) en professor Margo Trappenburg. En we vragen de eerste lichting studenten met een afgeronde hbo-opleiding social work: lukt het om collectiverend te werken?

Auteur: Jan van Dam, freelance journalist en redacteur van de website socialevraagstukken.nl
Foto: Charlotte Gonzalez