Van doelgroepenbeleid naar inclusiebeleid

Gaan waar de energie zit, is het succes van de Goudse aanpak

15 mei 2020

Veel gemeenten ruilen hun doelgroepenbeleid in voor inclusiebeleid. Maar hoe geef je dit beleid zo vorm dat je alle inwoners bereikt? 'Gaan waar de energie zit, is het succes van de Goudse aanpak’, zegt Marco Redeman. Hij is beleidsmedewerker diversiteit en integratie bij de gemeente. Aflevering 2 in een serie interviews met gemeenten. Hoe pakken zij het aan en waar lopen zij tegenaan?

De gemeente Gouda heeft geen apart geformuleerd inclusiebeleid. Toch gebeurt er van alles op dit gebied. Zo worden bijvoorbeeld alle collegestukken beoordeeld op de gevolgen voor mensen met een beperking. ‘Begin 2019 realiseerden we ons dat nieuw beleid eigenlijk niet nodig was’, vertelt Marco Redeman. Hij is beleidsmedewerker diversiteit en integratie bij de gemeente Gouda. ‘Er waren namelijk al heel wat besluiten genomen die we konden gaan uitvoeren. Zo is Gouda een Regenboogstad, hebben we ons gecommitteerd aan het VN-verdrag over mensen met een beperking en staat in onze toekomstvisie dat Gouda een tolerante en inclusieve stad is.’  

Redeman werd in december 2018 aangenomen om een nieuwe integratievisie vorm te geven. Hij realiseerde zich echter al snel dat integratie een beladen woord was in Gouda. ‘Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen kreeg het woord voor sommige mensen een wat negatieve lading. Voor een deel van de Marokkaanse gemeenschap voelde het vooral als: gij zult integreren door u aan te passen en Nederlands te leren. Daardoor was het geen fijn woord meer om het gesprek mee te openen.’

Verbinden en versterken

En zo kwam inclusie in beeld. Het thema verhuisde van de afdeling wijken en veiligheid naar de afdeling maatschappelijk beleid. ‘Dat geeft al een heel ander signaal en een hele andere kleur aan de invulling.’ Redeman begon met inventariseren wat er in de stad al gebeurde rondom inclusie, diversiteit en burgerschap. Dat leidde tot de Uitvoeringsagenda SamenLeven, waarin Redeman onder meer een aantal beleidsnota’s, raadsbesluiten, de toekomstvisie en het VN-verdrag samenbracht. ‘We willen bestaande organisaties en initiatieven verbinden of versterken. We werken bijvoorbeeld nauw samen met de Regenboogalliantie en Gouda Bruist. Dat pakt heel goed uit. Al die mensen die al bezig waren met gastlessen over discriminatie op basisscholen of andere mensen samenbrachten rondom maaltijden: zij herkennen zich in de uitvoeringsagenda, en voelen zich daardoor onderdeel van een grotere beweging. Daar hebben ze veel meer aan dan als wij een nieuw beleidsstuk zouden gaan zitten schrijven.’

Gaan waar de energie zit, dat is volgens Redeman het succes van de Goudse aanpak. ‘We beginnen in de stad zelf, niet in het stadskantoor. Eigenlijk werken we andersom, we zeggen: kijk eens wat er al gebeurt en wat dat oplevert! De uitvoeringsagenda is een uitnodiging aan anderen om hier ook mee aan de slag te gaan. Dat zoemt rond en daardoor ontstaat weer nieuwe energie.’ Een andere succesfactor is het samenvoegen van thema’s. ‘Een adviesraad voor mensen met een beperking ziet nu dat ze eigenlijk hetzelfde doen als de Regenboogalliantie: beide zorgen dat iedereen mee kan doen en er niemand gediscrimineerd wordt. Zo verbinden we clubs die normaal niet met elkaar samenwerken.’

Visie op samenleven

Er kleven echter ook nadelen aan de aanpak van Gouda, ziet Redeman. ‘Alphen aan den Rijn bijvoorbeeld, is aan de andere kant begonnen: zij hebben inclusie prominent in het college-akkoord staan. Doordat wij direct met de uitvoering zijn begonnen, heeft de gemeenteraad nog niet kunnen debatteren over een visie op samenleven en inclusie. Dat moet nog wel gebeuren.’ In de ontwerpnota voor het sociaal domein (2020-2023) heeft inclusie nu wel een belangrijke rol gekregen. Deze nota wordt na de zomer door de raad behandeld. ‘Het is een belangrijk signaal dat inclusie eigenlijk alle andere thema’s raakt. Het is niet iets wat op zichzelf staat, maar het moet overal in meegenomen worden. Dat wordt in de ontwerpnota wel duidelijk.’

Een ander risico van Gouda’s ‘omgekeerde aanpak’ is dat groepen inwoners mogelijk over het hoofd worden gezien. ‘Als je kijkt waar de energie zit, dan vergeet je misschien de mensen die nog niet zichtbaar of georganiseerd zijn’, erkent Redeman. Daarover had hij in maart een bijeenkomst met inwoners georganiseerd, die wegens het coronavirus helaas moest worden afgeblazen. Hopelijk kan deze bijeenkomst binnenkort alsnog plaatsvinden, zo nodig online. Want het antwoord ligt ook hier in de stad zelf, daar is Redeman van overtuigd. ‘Dat hoeven we niet met onze collega’s op het stadskantoor te bedenken. De inwoners weten zelf het beste wie nu nog niet door ons bereikt worden.’  

 

Inclusie in het Goudse beleid
 

  • Na de zomer bespreekt de gemeenteraad de ontwerpnota sociaal domein Iedereen kan meedoen 2020-2023. Hierin is een inclusieve dagelijkse leefomgeving een van de speerpunten.
  • Uitvoeringsagenda SamenLeven 2019 en 2020. Hierin staat als definitie van inclusie: ‘Er is sprake van inclusie als alle mensen de gemeenschap vormen en dus samenleven. Iedereen doet in die samenleving – naar zijn of haar vermogen - mee, ongeacht de verschillen tussen de mensen.’
  • In de Toekomstvisie Gouda 2030 profileert Gouda zich als een stad van tolerantie en ontmoetingen.
  • Samen met inwoners met een beperking werkt de gemeente Gouda aan een Lokale Inclusie Agenda over de toegankelijkheid van de stad en haar voorzieningen.

Iedereen is Gouwenaar

Binnen de gemeentelijke organisatie is nog wel wat missiewerk te doen voor Redeman, ziet hij. ‘Inclusie is nog een nieuw idee, niet alle collega’s van verschillende afdelingen herkennen zich daarin.’ Om zijn collega’s mee te krijgen, schuift Redeman zoveel mogelijk aan bij overleggen. Over de bouw van een nieuwe woonwijk bijvoorbeeld. ‘Hoe zorg je dat er woningen zijn voor iedereen, dat de toegankelijkheid en bereikbaarheid is gewaarborgd? Ook voor mensen met een beperking of ouderen die niet goed ter been meer zijn? Aan de hand van dit soort voorbeelden proberen we inclusie uit te leggen.’

Toch vinden sommige collega’s inclusie een hype-woord. ‘De burgers snappen het niet, zeggen zij.’ Maar Redeman is het daar niet mee eens. ‘Het gaat niet om hoe je het noemt, het gaat om wat je ermee doet. Dát wordt herkend en gesnapt! Iedereen wil de stad toch leuker maken? Zorgen dat mensen leuker met elkaar omgaan, en dat ze het gevoel hebben dat het ook hun stad is? Want daar gaat het over: dat iedereen elkaar in de eerste plaats ziet als Gouwenaar. En pas daarna komen de verschillen: in religie, huidskleur, seksuele voorkeur, bepaalde principes. We zíjn al een diverse stad, dus daar hoeven we geen beleid op te maken. Het is een gegeven. Het gaat erom wat je daarmee doet.’

Lees ook deel 1 van deze serie: Inclusiebeleid in Alphen aan den Rijn

Auteur: Rinske Bijl