Doordenken over ongewenste polarisatie

11 maart 2021

Een beetje polarisatie hoort bij een gezonde democratische samenleving. Maar hoe zorg je dat polarisatie geen ongewenste vormen gaat aannemen? In de publicatie ‘Theorieën en aanpakken van polarisatie’ biedt Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) 16 wetenschappelijke theorieën en praktijkaanpakken. Kijk hier voor de top 5.

1. Middenmoot aanspreken 

De filosoof Bart Brandsma heeft een denkkader en model opgesteld voor de aanpak van ongewenste polarisatie. Dit model wordt door gemeenten en politie veel gebruikt. Kernpunt: polarisatie heeft brandstof nodig om op te vlammen. Vooral brandbaar is de strategie om een tegenpartij verdacht te maken en zoveel mogelijk mede­standers te werven uit het ‘stille midden’. Hierdoor verdwijnt het midden en blijven de extremen over. 

Dit denkkader impliceert dat we polarisatie kunnen verminderen door de weerbaarheid van het midden te versterken tegen de druk vanuit de polen. Hoe doe je dat als sociaal professional en gemeenteprofessional? Niet door je te richten op het verbinden of overtuigen van de polen of aanstichters, maar juist op personen of groepen uit het midden. Je kunt gamechangers inzetten, bij­voorbeeld door in de overheidscommunicatie het onderwerp en de toon van het debat te veranderen. Ook door afstand te nemen van het discours over identiteit, door niet uit te sluiten maar in te sluiten en door interesse te tonen voor dieperliggende kwesties. 

2. Op wijkniveau analyseren 

Onderhuidse spanningen tussen buurtbewoners komen veel vaker voor dan openlijke incidenten. Meestal ontstaan deze spanningen door kleine ongemakken in de wijk. Om de wijk goed te kennen en tijdig polarisatie te signaleren en in te grijpen, heeft KIS een analysemodel ontwikkeld. Hiermee kan een structurele analyse van ver­schijningsvormen, oorzaken en risicofactoren gemaakt worden. Het KIS-analysemodel stimuleert om de ervaringen van verschil­lende professionals die actief zijn in een wijk bijeen te brengen, hierop te reflecteren en een effectievere aanpak te ontwikkelen voor overheden, politie en sociaal professionals. 

3. Overheid in beeld brengen 

Het optreden van een burgemeester of iemand anders van ‘de overheid’ kan polarisatie aanjagen maar ook verminderen. Als een groep zich minder gerepresenteerd voelt, neemt de kans op polarisatie of zelfs escalatie toe. Denk aan de rellen en het geweld bij het ingaan van de avondklok in januari dit jaar. 

Het denkkader over het bevorderen van de legitimiteit van de overheid kun je gebruiken als de polarisatie is geëscaleerd, zoals bij conflicten of agressie tussen groepen. Het is ook bruikbaar in een vroeg stadium van polarisatie waarbij het vertrouwen tussen overheid en inwoners in het geding is. In deze laatste fase is een gesprek nog mogelijk en is reflectie belangrijk op de rol die de overheid speelt. Wanneer een situatie is geëscaleerd, is het advies vanuit deze theorie: durf openlijk stelling te nemen tegen extremisme of discriminatie wanneer een groep of gebeurtenis in strijd is met de Nederlandse grondwet. 

Aanpakken mixen

In de publicatie ‘Theorieën en aanpakken van polarisatie’ staan 16 theorieën en praktijkaanpakken. In de praktijk zal het effectiever zijn om deze te combineren. Aan de publicatie is daarom een praktisch schema toegevoegd dat fasen van polarisatie, locaties en doelgroepen met theorieën en praktijkaanpakken combineert.

Bekijk de publicatie op kis.nl

4. Verlies- en angstgevoelens verminderen 

Veranderingen in een buurt kunnen verlies- en angstgevoelens oproepen en het wij-zij-denken bevorderen. Denk aan de bouw van dure koopwoningen in een van origine arbeiderswijk of aan de komst van een asielzoekerscentrum. Hetzelfde geldt op het niveau van de samenleving: daar kunnen zorgen of verwarring over de Nederlandse identiteit eraan bijdragen dat mensen minder positief over anderen denken. 

Wanneer dit speelt, kan je de theorie ‘verminderen van verlies- en angstgevoelens’ gebruiken. Het mooiste is om dit te doen als deze angsten en weerstand sluimeren. Tip: analyseer eerst de uitingen van boosheid: zijn het burgers die structureel over van alles boos zijn? Werk vervolgens per type een aanpak uit. Neem de bezorgdheid serieus. Als het gaat om jongeren: focus op het versterken van hun zelfvertrouwen en identiteit. Zo worden ze weerbaar tegen extreme of radicale invloeden. 

5. Dieperliggende kwesties achterhalen 

Stel, je wilt als overheid de toon veran­deren in een gepolariseerd maatschappelijk debat. Om de juiste toon te vinden, moet je weten wat er leeft onder verschillende groepen inwoners. Om te achterhalen welke diepliggende kwesties er spelen, kun je dialoog- en gespreksmethoden inzetten. 

Deep Democracy is bijvoorbeeld een trainingsmethode die organisaties of sociale groepen leert om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren voor een besluit. De methode wordt ook ingezet om constructief te leren omgaan met tegenstellingen, meningsverschillen en conflicten. Niet door conflicten te ontkennen, maar door te onderzoeken wat tegenstanders verbindt. De methode kun je gebruiken om polari­satie in een vroeg stadium te herkennen en bespreekbaar te maken en om een gedeeld normatief kader te maken. Andere gespreksmethoden: het socratisch gesprek, Open Space Technology en geweldloze communicatie. 

Soms is polarisatie gewenst
Polarisatie is niet altijd onwenselijk. Het kan voor de samenleving ook productief zijn en de emancipatie van minderheidsgroepen in gang zetten. Als groepen die minder rechten hebben of gediscrimineerd worden voor zichzelf opkomen, dan levert dit tijdelijk spanningen op. De spanningen die hierdoor ontstaan kunnen uiteindelijk leiden tot een nieuw maatschappelijk evenwicht waarin mensen meer gelijk zijn aan elkaar en waardoor de wereld wat beter is. Voorbeelden hiervan zijn het vrouwenkiesrecht, de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika, de afschaffing van de slavernij en de homobeweging in de jaren tachtig in Nederland.

Ongewenst
We spreken van ongewenste polarisatie als bestaande verschillen verscherpt worden waardoor deze tot hardnekkige tegenstellingen uitgroeien en groepen mensen niet meer constructief met elkaar kunnen communiceren. Ongewenste polarisatie kent een eigen dynamiek. Verschillende identiteiten lijken steeds meer tegenover elkaar komen te staan en negatieve ideeën over elkaar nemen toe. Feitelijke informatie heeft minder impact terwijl gevoelens en emoties steeds belangrijker worden.