De eisende burger

artikel - 5 november 2013
Afbeelding bij De eisende burger

Lees ik een willekeurige beleidsnotitie over de decentralisaties, een onderbouwing om de Kanteling te maken, of een artikel over de onhoudbaarheid van de verzorgingsstaat en vroeger of later komt 'ie om de hoek kijken: de eisende burger.

De burger die er voetstoots van uitgaat dat bij het minste of geringste probleem de overheid op de stoep staat om bij te springen. De burger die liever dure professionals op laat draven in plaats van zelf de handen uit de mouwen te steken. De burger die lui achterover ligt in de hangmatten van de verzorgingsstaat en briesend en tierend overeind komt als het allemaal een tandje minder wordt. Zeg nou zelf, met deze burger moeten we korte metten maken.

Kent u deze burger? Bent u het zelf, is het uw buurman, zijn het uw ouders, of uw neefjes en nichtjes? Of zijn ze geconcentreerd in bepaalde wijken die we dan voor het gemak krachtwijken zijn gaan noemen? Zijn die eisende burgers echte mensen van vlees en bloed of  hebben we een papieren werkelijkheid geschapen? Natuurlijk, in ieder systeem zijn er free-riders, die uit zijn op optimalisatie, die zijn er altijd en overal in iedere samenleving. De deskundigen schatten hun aantal op 3-10 procent. Ook in deze zaal  zal dat percentage niet anders zijn.

Er is iets aan de hand met de retoriek rondom de eisende burger. In troonrede zegt de koning het zo: 'In deze tijd willen mensen weer eigen keuzes maken, weer hun leven zelf inrichten en voor elkaar zorgen.' Daar gaat een wereld van suggestie achter schuil. Alsof de verzorgingsstaat de mensen de totale verantwoordelijkheid ontnomen heeft, en dat niet alleen, maar ook de lust, de wil en het vermogen om voor zichzelf en elkaar te zorgen. In werkelijkheid zorgen vele mensen gewoon voor zichzelf en elkaar en is de verzorgingsstaat vooral opgetuigd om de noden te lenigen van hen die dat niet kunnen. Zoekende mensen. Vragende mensen. Kwetsbare mensen.

De verhalen over mensen die vastlopen in de mazen van de verzorgingsstaat zijn legio. Ik volsta te vermelden dat het gros van de nieuwe beroepen in zorg en welzijn niet gericht is op het rechtstreeks helpen van mensen, maar hen ondersteunen in hun lange mars langs instituties, indicatiecommissies en niet op elkaar aansluitende ketens. Van deze complexiteit kunnen we toch onmogelijk de burger zelf de schuld geven.

Dat er ook vele niet-eisende burgers zijn, blijkt uit:

  • De talloze projecten die gemeenten opgetuigd hebben om het zogenaamde niet-gebruik van voorzieningen en armoedemaatregelen te voorkomen
  • De pogingen zorgmijders actief op te sporen.
  • De waaier aan projecten om isolement bij ouderen en anderen te  signaleren en te voorkomen.
  • De vele strategieën om loketten zo dicht mogelijk bij burgers te organiseren.

Kennelijk is er  een reden om mensen aan te sporen juist wel gebruik te maken van de verzorgingsstaat. En die reden is gelegen in de kwetsbaarheid van veel mensen, hun nood. En ook in de aanstormende participatiesamenleving zullen deze burgers helaas blijven bestaan en ondersteuning behoeven. En zullen anderen, die wellicht over meer sociaal kapitaal beschikken een stap terug moeten doen, en soms ook een stapje extra.

De komende veranderingen vragen wel degelijk om echte keuzes: wie helpen wij wel en wie niet meer. Keuzes maken vraagt om daadkracht, maar zeker ook om subtiliteit. En wat ik nu zie gebeuren is verre van subtiel. De uitspraak in de troonrede doet de suggestie alsof de burger vooral zelf de schuldige is.  En dat soort denken kom ik voortdurend  tegen. Ik lees veel, erg veel visie-notities van gemeenten over de transitie. En de nekharen gaan me vaak recht overeind staan. Spierballentaal en dwingelandij. Vermanende en wijzende vingers. Het moeten is niet van de lucht. En het woordje 'weer' speelt een verrassend grote rol. Enkele citaten: 

  • Als inwoner heb je niet alleen de verantwoordelijkheid om in je eigen onderhoud te voorzien, maar ook om voor je naasten te zorgen en je vrijwillig voor de samenleving in te zetten
  • Vrijwillige inzet moet worden gemobiliseerd (let op de oorlogstaal)
  • De buurt moet een steunzool van kwetsbaren zijn, die je niet voelt maar wel werkt
  • We gaan gezinnen weer aanspreken op hun verantwoordelijkheden
  • Burgers moeten weer voor hun ouders en kinderen gaan zorgen
  • Buurtbewoners moeten de verantwoordelijk voor hun eigen leefomgeving weer op zich nemen

Er wordt een enorme pakket aan eisen bij de burger neergelegd. En nauwelijks de hand in eigen boezem gestoken. Het beeld dat boven drijft is dat van de eisende gemeente die de burger wel eens even een lesje zal leren. Een gemeente die zich schijnbaar terugtrekt, maar niet nadat ze eerst haarfijn heeft uitgelegd wat de anderen moeten doen. En dat heeft een averechts effect. Kijk maar naar de heftige reacties op de troonrede. Hoewel het woord participatiesamenleving maar twee keer is uitgesproken, riep het een ongekende felle tegenreactie op uit alle lagen van politiek en samenleving. De dagen na Prinsjesdag weerklonk een luid burgerlijk 'als 't zo moet, amme-hoela, dan gaan we dat dus niet doen!'  Want veranderen leg je niet op, dat doe je samen.

Tekst uitgesproken door Marjet van Houten, senior adviseur participatie bij MOVISIE, tijdens het debat Burgerkracht: de rol van gemeenten bij het stimuleren van zelfsturing in het sociale domein op 24 oktober 2013 in Driebergen.

Reacties

Reageer op dit artikel

15 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.