Ervaringsverhaal: huiselijk geweld en de zoektocht naar domeinoverstijgende ondersteuning
Het belang van domeinoverstijgend samenwerken in de praktijk
Domeinoverstijgend samenwerken is een term die door professionals, onderzoekers en beleidsmakers vaak wordt gebruikt, maar tegelijkertijd ver afstaat van de leefwereld van de persoon die ondersteuning nodig heeft. Om echt te snappen wat er schuilgaat achter de term domeinoverstijgend werken is het belangrijk om de situatie waar je een rol in speelt te benaderen vanuit het perspectief van degene om wie het gaat.
In deze casus lees je het verhaal van meneer en mevrouw Janssen. De casus sluit af met een opsomming van de knelpunten en vraagstukken waar je als professional tegenaan kan lopen als je niet vanuit een domeinoverstijgende blik naar deze casus kijkt.
Meneer en mevrouw Janssen zijn getrouwd en ze hebben één zoon van 8 jaar.
'Ik durfde de echtscheiding niet in gang te zetten. Ik was te bang'– mevrouw Janssen
Carl (40 jaar) en Moniek (33 jaar) zijn 13 jaar samen. Ze leerden elkaar kennen in een klein dorp. De start van de relatie was geweldig. Carl gaf veel cadeaus en binnen een maand woonden ze samen. Inmiddels is er sprake van geweld en een onveilige situatie voor Moniek en haar zoon. Ondanks dat meerdere professionals signalen ontvangen en betrokken zijn, is de benodigde hulp en ondersteuning niet van de grond gekomen.
Moniek
‘Ik was dolgelukkig. Ik was zwanger. Mijn hele leven had ik hier naar uitgekeken. We wonen in een klein dorp en iedereen leefde met ons mee. Toch had ik het idee dat er iets veranderd was. Carl was veel vaker geïrriteerd. Het leek wel of hij jaloers was. Hij maakte regelmatig een opmerking over mijn postuur. ‘Word maar snel weer zo dun als vroeger’, ‘dan ben je weer mijn vrouwtje’, zei hij dan liefkozend. Maar ik kon dat niet waarderen. Het gaf mij een vervelend gevoel. Toen ik dat met hem wilde bespreken, werd hij boos. Hij schold mij uit en zei dat ik niet zo moest zeiken. Toen de baby er éénmaal was, werd de situatie alleen maar moeilijker. Als hij thuis kwam na het werk, moest ik er voor hem zijn. Hij vond steeds vaker dat ik teveel met andere mensen bezig was. Ik ging te vaak naar mijn moeder. Keek te vaak naar de buurman. Het was een moeilijke periode. Er kwamen ook allerlei regeltjes waaraan ik mij moest houden. Zo mocht ik niet meer met de buurman praten, mocht ik niet de afwas op mijn manier in de vaatwasmachine zetten, mocht ik niet in zijn stoel zitten, moest ik met alles stoppen waar ik mee bezig was als hij thuis van zijn werk kwam. Hij las mij gewoon steeds vaker de les over van alles. En ik kan je verzekeren, dat ging er niet altijd vriendelijk aan toe. Het werd vaak fysiek. En dan kwam ook de politie aan de deur. Maar we sloegen ons erdoor heen. Hij kon mij ook nog steeds veel liefde geven. En er waren goede momenten. Carl heeft in het verleden erg vervelende dingen meegemaakt. Dat heeft hem geschaad. Ik dacht steeds dat het beter zou worden als ik iets beter mijn best zou doen om rekening met zijn gevoeligheden te houden.
Maar gedurende de jaren bleek de werkelijkheid vaak anders. Ik leefde ondertussen voortdurend in spanning omdat ik niet wist of hij echt boos ging worden. Na het 25 jarig huwelijksfeest van mijn ouders liep het echt uit de hand. Ik had teveel met een man gepraat en dat accepteerde hij niet. Ik werd bijna gewurgd. Mijn zoon zag het gebeuren. ‘Wat doe je papa’, vroeg hij angstig. De politie kwam die avond ook aan de deur. We stonden samen bij de voordeur. Ik was ontzettend bang, maar het was ook net weer rustig. Om de situatie niet opnieuw te escaleren, heb ik bevestigd dat er niets ernstigs aan de hand was. In deze periode heeft het wijkteam ook een paar keer aan de deur gestaan. Maar Carl was ook thuis, dus hij voerde het gesprek. En dat kan hij goed. Met zijn charmante glimlach poeierde hij hen af. En ik zat naast hem, maar durfde niets te zeggen. Ik weet dat ik moet scheiden. Maar ik durf niet.'
Carl
‘Als ik gewerkt heb, ben ik moe en dan heb ik rust nodig. Ik vond dat haar moeder te vaak bij ons was. Als ik dan thuis kwam van mijn werk en haar moeder was er ook, dan vond ik dat vervelend. Ik ben met Moniek getrouwd en niet met haar moeder. Maar goed, ik zeg er dan wel wat van, maar ik zou haar verder nooit wat aan doen. Er is verder tussen ons niks aan de hand’.
Mohammed (politie)
'Ik ben inderdaad één keer bij deze familie langs geweest. De buren hadden gebeld. En wij gaan er dan naar toe. Ik weet nog dat meneer het woord deed. Hij vertelde dat er niets aan de hand was. Dat er een woordenwisseling was geweest, maar dat dat opgelost was. Mevrouw bevestigde het verhaal. Ze kwamen heel eensgezind over. Ik heb wel een melding gedaan bij Veilig Thuis. Dat zijn nu eenmaal de afspraken. Ik heb later gehoord dat de politie vaker aan de deur heeft gestaan. Daar heb ik niets van teruggezien in het dossier. Dus dat was mij niet bekend.'
Carola (Veilig Thuis)
'De melding heb ik gezien en beoordeeld. Ik heb de school en de politie gebeld. De school had niets bijzonders en ook de politie had geen andere meldingen. Ook heb ik telefonisch contact gehad met zowel mevrouw als met meneer. Zij bevestigden mij dat er niet veel aan de hand was. Ik heb ze geadviseerd om in gesprek te gaan met het wijkteam. Dat vonden ze prima. Ik heb daarna het wijkteam op de hoogte gebracht. Daarna heb ik de casus afgesloten.'
Charlotte (wijkteam)
'Ik ben twee keer langs geweest en de tweede keer deed meneer open. Mevrouw was ook thuis en ik heb ze beiden gesproken. Meneer kwam heel redelijk op mij over. Hij vertelde dat er niets aan de hand was en dat ze geen vraag voor het wijkteam hadden. Hij liet mevrouw niet aan het woord, realiseer ik mij nu.'
Nienke (leerkracht)
'De zoon vertoont wel wat moeilijk gedrag in de klas. Hij is ontzettend druk en kan niet stilzitten. Eén keer heeft hij tegen mij verteld dat zijn vader heel sterk is. Dat zelfs de politie bang is voor hem als ze voor de deur staan. En dat zijn vader, als hij dat wil, iedereen dood maakt. Oh, is dat zo, vroeg ik nog. Maar hij was alweer ergens anders met zijn aandacht. Toen Veilig Thuis belde, heb ik hier niets over gezegd. Ik dacht aan de ouders, zij zijn erg prettig in de omgang. Ik realiseer me nu dat ik vanuit de wet verplichtte meldcode het signaal van de jongste zoon beter had moeten uitpluizen.'
Heleen (Vrouwenopvang)
'Nee, deze casus ken ik niet. Helaas. Ik had graag alleen met mevrouw gepraat. Zij heeft dringend hulp en ondersteuning nodig. En bescherming. We weten ook dat juist een echtscheiding in een situatie van dwang en controle kan leiden tot ernstige escalaties. Het is belangrijk dat ze zich sterk genoeg gaat voelen om de juiste stappen te gaan zetten. En dat kan niemand alleen.'
Beschouwing
Huiselijk geweld, waaronder ook partnergeweld, is omgeven met schuld- schaamte- en angstgevoelens. Mevrouw Janssen is bang dat het geweld escaleert als ze aan de politie of het wijkteam vertelt hoe het werkelijk zit. Deze angst bij slachtoffers is vaak terecht. Ze doen er dan ook alles aan om het geweld verborgen te houden. Huiselijk geweld ziet er in elke situatie anders uit. Kennis over angst- en schuldgevoelens, inzicht in de dynamiek, onderliggende triggers en patronen, (acute) onveiligheid én risicofactoren, is noodzakelijk om de juiste hulp te bieden aan alle betrokkenen. Dat vraagt van professionals dat zij over voldoende vaardigheden en kennis beschikken om de juiste vragen te stellen om zo zicht te krijgen op datgene wat er daadwerkelijk aan de hand is. Bijvoorbeeld kennis over het belang van het apart spreken van beide partners, wat in de casus van mevrouw Janssen niet gebeurt. Ook zien we in deze casus dat er onvoldoende samenwerking is tussen de organisaties. Er zijn geen duidelijke afspraken over het in beeld brengen van feiten en patronen, waardoor signalen niet bij elkaar komen en als eenmalige incidenten benaderd worden.
Wat we zien in deze casus:
- De netwerksamenwerking is wat betreft signaleren wettelijk verankerd (Wet verplichtte meldcode).
- Er zijn samenwerkingsafspraken tussen de politie en Veilig Thuis, maar die zijn in deze casus onvoldoende nageleefd. Hierdoor zijn patronen niet in beeld gebracht.
- Er is in het netwerk onvoldoende kennis over (de dynamiek én aanpak van) huiselijk geweld. Zo is er niet één-op-één met Carl en Moniek gesproken.
- De netwerksamenwerking is daardoor onvoldoende op gang gekomen.