Frontlijnwerkers: geef ze de ruimte!

artikel - 9 juli 2013
Afbeelding bij Frontlijnwerkers: geef ze de ruimte!

Op 27 juni 2013 werd het eerste exemplaar van het boek Frontlijnwerker in de veiligheidszorg uitgereikt aan Sjef van Gennip, voorzitter van de Raad van Bestuur (RvB) van Reclassering Nederland. Interesse voor het boek kwam uit verschillende kanten: gemeenten, Hogescholen, Openbaar Ministerie, Reclassering en huisartsen. De OGGz had ook goed in het rijtje gepast. Onder professionals in de OGGz werken immers een flink aantal frontlijnwerkers, die ook aan veiligheidszorg doen!

Er zijn in het brede sociale domein steeds meer frontlijnwerkers op komst. Want de omslag van verzorgingssamenleving naar participatiemaatschappij wordt in veel gemeenten voorbereid, vaak in de vorm van sociale wijkteams. De sociale wijkteams zijn eerste aanspreekpunt voor mensen uit de buurt en bestaan uit breed inzetbare professionals van diverse disciplines. In Leeuwarden gebeurt dat onder het motto: ‘Al doende werken en leren. Langzamerhand ontwikkelt zich een profiel van een allround sociaal werker als een soort ‘sociale huisarts’ die op alle leefgebieden ondersteuning kan bieden’ (gemeente Leeuwarden, 2011). Een nieuw soort frontlijnwerkers dus.

Spanningsveld tussen eigen kunde en procedures

De publicatie ‘Frontlijnwerker’ is met de gedachte van deze omslag speciaal geschreven om de ruimte van professioneel handelen van frontlijnwerkers inzichtelijk te maken. Zo doeltreffend als frontlijnwerk klinkt, zo eenvoudig is het niet. Dat heeft te maken met de voorwaarden waaronder gewerkt wordt. Allround werken past niet goed binnen de huidige manier van werken. Denk aan de schotten tussen beleidsterreinen. En dat de werkers te maken hebben met ‘de beperking die de wetgever, de organisatie en/of de mediacratie opleggen’ (Moors & Bervoets, 2013). Frontlijnwerkers hebben constant te maken met een spanningsveld tussen eigen professionaliteit en  procedures.

Zo doeltreffend als frontlijnwerk klinkt, zo eenvoudig is het niet

Professionele bewegingsvrijheid

Hans Moors, auteur en redacteur van het boek, geeft aan dat deze bundel essays over frontlijnwerk vanuit verschillende invalshoeken knelpunten en persoonlijke dilemma’s benoemt waar frontlijnwerkers in de praktijk mee te maken krijgen. Dat staat haaks op de praktijk, die soms vraagt om beslissingen in een oogwenk. Hij grijpt terug op de theorie van street level democracy, die 30 jaar geleden door Michael Lipsky is beschreven. De essentie is dat de frontlijnwerker observeert, veranderingen ziet en zijn eigen beleid ontwikkelt op basis van de observaties. De frontlijnwerker is niet vrij gezongen van de organisatie of van de wet- en regelgeving, maar heeft wel professionele bewegingsvrijheid.

Over het eigen domein heen kunnen kijken

Ook Connie Rijlaarsdam, verpleegkundig specialist, heeft een essay geschreven over frontlijnwerkers binnen de sociaal-medische zorg aan dak- en thuislozen. Zij merkt in de dagelijkse praktijk dat het beleid niet altijd past bij de werkelijkheid en pleit voor het van onderaf ontwikkelen van beleid. Op die manier staat het dicht bij de behoefte van de doelgroep. De doelgroep dak- en thuislozen heeft met allerlei beleidsterreinen te maken. De cliënt heeft geen baat bij gefragmenteerde hulp. Een frontlijnwerker moet dus over het eigen domein heen kijken, want anders is de cliënt niet geholpen. En dat vraagt verantwoordelijkheid van de frontlijnwerker, om keuzes te maken die niet altijd passen binnen het beleid van de eigen organisatie. In het boek noemt men dat het creëren van ruimte voor de ‘praktische wijsheid’ van professionals. De professional vertrouwt daarmee op de ‘ervaring en het vermogen om alle onderdelen van een probleem in hun onderlinge balans te bekijken en vervolgens te prioriteren, om zo tot een algemeen oordeel te komen over de beste handelwijze’. Rijlaarsdam geeft aan dat professionele ruimte van wezenlijk belang is voor de kwaliteit van de beroepsuitoefening. 

Een frontlijnwerker moet over het eigen domein heen kijken, anders is de cliënt niet geholpen

Pleidooi voor frontlijnwerkers

Samenvattend pleit Hans Moors voor  het ondersteunen van de frontlijnwerker vanuit de organisatie, bijvoorbeeld door  het organiseren van intervisie tussen frontlijnwerkers, het signaleren en oplossen van het probleem dat frontlijnwerkers in multidisciplinaire teams geen doorzettingsmacht hebben en bovenal: het waarderen van de goede kwaliteiten van de frontlijnwerkers.

Steun vanuit de organisatie

Om terug te komen op het belang van deze publicatie in dit tijdsgewricht: om mensen zelf verantwoordelijk te laten zijn over hun leven en hen de kans te geven om zelf oplossingen te vinden voor hun problemen is het noodzakelijk dat professionals faciliterend zijn. Niet voorschrijven of overnemen, maar adviseren, ondersteunen waar nodig en er bij blijven. Die analogie lijkt ook op te gaan voor de frontlijnwerker. Als zij geacht worden hun werk serieus te doen, dan hebben ook zij de ruimte nodig bij het ondersteunen van mensen in lastige situaties, gesteund door een organisatie die adviseert, ondersteunt en er voor hen is. Een opgave waar gemeenten en organisaties vooraf voor moeten kiezen willen ze de gewenste resultaten behalen en in de organisatie vorm geven!

Bronnen

Gemeente Leeuwarden, 2011. Welzijn Nieuwe Stijl & de 3D’s. 'Voortgangsrapportage Welzijn Nieuwe Stijl ('Amaryllis')en de daarmee samenhangende aanpak van de drie grote decentralisaties op het terrein van Werk & Inkomen, de Maatschappelijke ondersteuning en de Zorg voor de jeugd'.

Moors & Bervoets, 2013. Frontlijnwerkers in de veiligheidszorg. Gevalsstudies, patronen, analyses. Den Haag, Boom Lemma 2013.

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 8 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.