‘Het gaat allemaal veel gestroomlijnder dan voorheen’

Outcomegericht monitoren in Haarlem

Het klinkt bijna utopisch, maar in Haarlem is het realiteit: daar werken ze met slechts één partij voor de gehele sociale basis, de sociale wijkteams en geïndiceerde ondersteuning. Dit maakt een nieuwe manier van monitoren mogelijk. In partnerschap leren en verbeteren is daarbij de rode draad. Wouter Bouman en Jan Willem Duker vertellen hoe het werkt.

Honderd verschillende aanbieders werden teruggebracht naar één samenwerkingsverband met één aanspreekpunt voor de gemeente. Het samenwerkingsverband Buurts voert sinds zomer 2022 de gemeentelijke opdracht Gewoon in de wijk uit. Dat is een brede opdracht: het gaat om outcomegericht werken aan de twee overkoepelende doelen 1) mee kunnen doen in de samenleving en 2) jezelf kunnen redden in het dagelijks leven. Dat betekent dat Buurts het gehele spectrum bestrijkt van informele tot specialistische ondersteuning. Aan de ene kant van dat continuüm zit de sociale basis met activiteiten als opvoedondersteuning, ontmoetingsactiviteiten en waardevol werk. Het sociaal wijkteam, in het midden, biedt een fysieke inloopmogelijkheid voor informatie, advies en vrij toegankelijke ondersteuning. Het andere uiteinde bestaat uit maatwerkvoorzieningen waar een indicatie voor nodig is, zoals de begeleiding van psychisch kwetsbaren. Om het plaatje correct te houden: maatwerkvoorzieningen in de vorm van huishoudelijke hulp en woningaanpassingen horen er niet bij.

'Nu we maar met één partij te maken hebben, is er veel meer ruimte voor leren'

Totaalbudget

Buurts ontvangt van de gemeente een totaalbudget. De financiële afspraken gelden bovendien voor een periode van acht jaar. Dat roept wellicht het beeld op van een carte blanche voor Buurts en de gemeente die aan de zijlijn lijdzaam moet afwachten of de beoogde maatschappelijke effecten wel gerealiseerd worden. Niets is minder waar, verzekert beleidsadviseur Wouter Bouman. De gemeente heeft de opdracht gegund na een uitgebreide dialoogfase over de beoogde outcome, voorafgaand aan de contractering, vertelt hij. ‘Dat leidde er onder meer toe dat de inschrijvende partijen in hun offerte moesten aangeven hoe ze hun bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen denken te bereiken. We vroegen ze naar hun verandertheorie: bijvoorbeeld op basis van de Wat-werkt-principes die Movisie herkent en verspreidt, of op basis van hun eigen ervaringen met bewezen effectieve activiteiten.’

Dagelijks contact

Bovendien ziet de gemeente Buurts als een partner en niet als een opdrachtnemer. Dat betekent dat van elkaar leren en verbeteren belangrijker is dan controleren en sturen, zegt strategisch adviseur Jan Willem Duker. ‘Wij hebben als gemeente het vertrouwen gegeven. Wij gaan niet over het hoe, dat is aan Buurts. Nu we maar met één partij te maken hebben, is er veel meer ruimte voor leren. Voorheen hadden we met elke partij afzonderlijk hooguit een of twee keer een gesprek. Nu hebben we letterlijk dagelijks contact met Buurts. Wij hebben één contactpersoon bij hen en zij hebben aan onze kant ook één contactpersoon. Dat is in de praktijk  nog wel lastig en in ontwikkeling, omdat Buurts werkt aan beleidsdoelen die binnen de gemeente belegd zijn bij verschillende afdelingen. We moeten nog wat beter met één mond leren spreken en pogingen tot “zijsturing” via de verschillende afdelingen zien te voorkomen.’

Leernetwerk gemeenten: outcomegericht werken

Movisie start een nieuw leernetwerk voor zes tot acht gemeenten, die aan de slag zijn met outcomegericht werken, sturen en leren en daar bijvoorbeeld de logica van het Kwaliteitskompas bij hanteren. Deelname is gratis. 

Lees verder en meld je aan

Minder maatwerkvoorzieningen

Dat Buurts de volle breedte van de gemeentelijke opdracht Gewoon in de wijk uitvoert, en daarbij vertrouwen krijgt over het hóe, vergemakkelijkt de kanteling van maatwerkvoorzieningen naar vrij toegankelijke activiteiten. ‘Van de 1700 mensen die voorheen een maatwerkvoorziening zoals ambulante begeleiding of dagopvang kregen, is in het eerste jaar van Buurts ongeveer tachtig procent gekanteld’, vertelt Bouman enthousiast. ‘Binnen Buurts is het makkelijker schakelen. De ondersteuning is nu beter aangesloten bij wat iemand nodig heeft, in plaats van strikt vast te houden aan het aantal uur dat er in de beschikking staat. Iemand krijgt nu misschien niet meer elke week een uur individuele begeleiding, maar die gaat wel twee keer per week naar de koffie-inloop in het buurthuis en doet vrijwilligerswerk. Dan blijkt eens per twee weken een uur begeleiding ook te volstaan.’

'Aan die complexiteit en diversiteit willen we recht doen in onze verantwoording en monitoring'

Recht doen aan complexiteit

Duker legt de link tussen deze kanteling en de verantwoording en monitoring: ‘Er wordt nu niet meer geregistreerd hoeveel uren Pietje krijgt. Dus de p x q manier van registreren, dat gaat gewoon niet meer. Bovendien is de vraag in het sociaal domein altijd of er een causaal verband is tussen de inzet van bijvoorbeeld individuele begeleiding en de verandering bij iemand. Dat verband kán er zijn. Maar de verandering kan ook komen doordat iemand vrijwilligerswerk is gaan doen. Of “zomaar”, doordat er iets is veranderd in het leven van deze inwoner. Aan die complexiteit en diversiteit willen we recht doen in onze verantwoording en monitoring.’

Zicht op de impact

Al voor de start van Buurts werkte de gemeente aan een monitoringssysteem met vier niveaus. Dit systeem is in de samenwerking met Buurts verder verfijnd en uitgewerkt. ‘Om te beginnen willen we weten,’ legt Duker uit, ‘of Buurts inderdaad doet wat we hebben afgesproken. Dat is dus rechtstreeks gekoppeld aan de afspraken over de manier waarop Buurts bijdraagt aan de beide hoofddoelen: meedoen en redzaam zijn.’

Bereik

Het tweede niveau van monitoren gaat over de mate waarin de beoogde doelgroepen ook daadwerkelijk worden bereikt en in welke aantallen. Bouman: ‘Bijvoorbeeld bij ontmoetingsactiviteiten hebben we de doelgroep gedefinieerd als “Haarlemmers met de behoefte om hun sociale netwerk te versterken.” Op basis van de jaarlijkse inwonerpeiling weten we dat er in totaal ruim 80.000 mensen onder die noemer vallen. Door bij alle ontmoetingsactiviteiten te turven hoeveel mensen erop afkomen, monitor je het bereik.’ Deze verantwoordingsinformatie krijgen we na afloop van het jaar in de vorm van een jaarverslag. Daarin staat bijvoorbeeld de informatie over het bereikte aantal deelnemers en de resultaten in de zin van in- en uitstroomcijfers.’ Hij zegt er meteen achteraan dat deze niet informatie niet is ter controle, maar puur voor zicht op de impact.

'Bij alle activiteiten die bijdragen aan hetzelfde doel monitort Buurts dat op dezelfde manier'

Ervaren effect

Op het derde niveau gaat het om het individueel ervaren effect van de activiteit. ‘Dit is misschien wel het meest relevant’, zegt Duker. ‘Buurts vraagt rechtstreeks aan de deelnemers of ze geholpen zijn. Bij alle activiteiten die bijdragen aan hetzelfde doel, bijvoorbeeld eenzaamheid terugdringen, monitort Buurts dat op dezelfde manier. Ze leggen de deelnemers stellingen voor die rechtstreeks gekoppeld zijn aan hoe de subdoelen geformuleerd zijn. Bij het subdoel van sterkere netwerken is een van de stellingen waar deelnemers op kunnen reageren bijvoorbeeld: Doordat ik deelneem aan de activiteit heb ik meer mensen leren kennen in de buurt. Alle ervaringen bij elkaar opgesteld brengen in beeld of dat wat er gedaan is ook goed gedaan is en hoe de mensen het ervaren.’

In gesprek

Het vierde niveau gaat over het maatschappelijke effect. Naast de veranderingen die de deelnemers rapporteren, zijn er op stadsniveau misschien ook verschuivingen gaande door andere oorzaken dan de inzet van Buurts. Voor dit niveau gebruikt de gemeente data van partners zoals de GGD. Bouman: ‘De indicator om te monitoren in hoeverre Haarlemmers sterkere sociale netwerken krijgen, is het percentage inwoners dat aangeeft meer contacten te willen hebben. Dat percentage is bekend op basis van de data van de inwonerspeiling. Zien we dat het percentage niet of onvoldoende omlaag gaat, dan is dat een aanleiding om in gesprek te gaan met Buurts: waar liggen nog kansen en mogelijkheden om het beter te doen?’

'Het gaat allemaal al veel gestroomlijnder dan voorheen'

Trendrapportage

Een belangrijk onderdeel van het gezamenlijke leren en verbeteren vormt verder de trendrapportage die de gemeente halverwege het jaar aanlevert aan Buurts. De gemeente reflecteert hierin op het jaarrapport van Buurts. ‘Maar we geven ze vooral input mee voor het volgende jaar’, vertelt Duker. ‘We beschrijven op stedelijk niveau wat we aan ontwikkelingen zien en ook wat er wat er op landelijk niveau beleidsmatig op ons af komt.’ Hij noemt de aanstaande doordecentralisatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang als voorbeeld. ‘Haarlem is nu centrumgemeente. Op termijn zullen de centrumgemeentegelden verdeeld gaan worden over de afzonderlijke gemeenten in de regio. Dat heeft mogelijk gevolgen voor de activiteiten die Buurts op dit thema kan organiseren, bijvoorbeeld in de vorm van dagbesteding voor mensen van Beschermd Wonen. Met dit formele moment voor input willen we Buurts zo goed mogelijk informeren en meedenken over de toekomstige inzet.’

Overzichtelijker

De beide adviseurs zijn positief gestemd over wat de nieuwe manier van verantwoorden en monitoren en de samenwerking met Buurts oplevert voor de Haarlemmers. Bouman: ‘Het is achter de schermen bij Buurts nog volop in ontwikkeling, maar het gaat allemaal al veel gestroomlijnder dan voorheen.’ Duker vult aan: ‘Niet alleen voor ons als gemeente, maar ik hoor het ook terug van partijen als de woningcorporaties en huisartsen. Die vinden het nu veel overzichtelijker. En als zij dit al zo ervaren, dan geldt het helemaal voor de inwoners.’