Gek op het keukentafelgesprek

Verslag bijeenkomst 11 juni 2015
artikel - 28 juni 2015

‘Dus we gaan praten over praten?’ zo constateert de acteur van Theater Draad verbaasd. De bijeenkomst Gek op het keukentafelgesprek op donderdag 11 juni krijgt een extra dimensie door de improvisaties van de terugspeeltheatergroep. Intussen gaat het over het echte werk: effectieve gespreksvoering, conflictbemiddeling en de samenwerking met ouders die voor hun zieke kinderen zorgen.

Een week eerder leek het nog niet door te gaan: er hadden zich te weinig mensen aangemeld. ‘Er komt niemand. Ze zitten allemaal nog aan die keukentafel,’ zo verbeeldt Theater Draad de angst van Ilse de Bruijn van Movisie die de bijeenkomst organiseert. Maar nu zit de vergaderzaal propvol. Er moeten stoelen bij en de grote koffer van de bassist moet aan de kant.

Veel handen gaan omhoog als de eerste spreker, Marjoke Verschelling van Movisie, vroeg wie er allemaal in de praktijk gesprekken voeren. Wie is er in dienst van de gemeente? (minder handen) Wie heeft er al meer dan vijftig gesprekken gevoerd? (nog maar een paar) En wie heeft er een mandaat om hulp ook toe te zeggen? (niet veel).

Kennis van jezelf

Verschelling inventariseert in de zaal welke houding, vaardigheden en kennis iemand nodig heeft die het gesprek voert. Een open houding moet je hebben, een luisterend oor, zo wordt genoemd. Je moet je bewust zijn van je eigen aannames en respectvol en nieuwsgierig zijn naar de persoon aan de andere kant van de tafel. Bij vaardigheden noemen aanwezigen onder meer niet-hulpverlenen en ‘luisteren, samenvatten en doorvragen’, ook afgekort tot LSD. Ook zegt iemand dat je moet kunnen omdenken of kantelen. Het levert een lange lijst op met meer afkortingen, zoals OMA en OEN, waar Theater Draad dankbaar gebruik van maakt in de improvisatie.

In hoeverre moet de gespreksvoerder kennis hebben van ziektebeelden, zoals dementie? Daarover is discussie. Enige kennis is namelijk wel handig, maar je wilt de persoon zelf blijven zien en niet zijn of haar diagnose. Kennis van de sociale kaart en van culturele verschillen zijn belangrijk voor gespreksvoerders, en ook is het goed om te weten hoe de wetgeving nu is veranderd in het brede veld van zorg en welzijn. Iemand noemt: ‘Kennis van jezelf, je valkuilen en irritaties, je waarden en normen.’

‘Ik heb kracht in me’

Movisie heeft een Competentiemeter voor het gesprek ontwikkeld  die bestaat uit vier onderdelen:

  • Gespreksvaardigheden
  • Levensbrede vraagverheldering
  • Contextgericht en integraal werken
  • Ontwikkelingsgericht werken

Deze meter is te downloaden als onderdeel van de module Het Gesprek 2015 en je kunt er ook een training in volgen.
Tot slot staat Verschelling kort stil bij uiteenlopende aspecten die aan de orde kunnen komen in het gesprek: zelfregie versterken, samenwerken binnen of met een sociaal wijkteam, het ondersteunen van mantelzorgers, of het bespreekbaar maken van huiselijk geweld en kindermishandeling. ‘Het zijn allemaal onderwerpen waaraan Movisie werkt, maar mochten jullie behoefte hebben om meer te weten over andere zaken, laat het ons weten.’
Theater Draad speelt zowel de gespreksvoerder (‘Ik dacht dat ik een hulpverlener was, maar ik ben gewoon een mens, een luisterend oor.’) als de inwoner na (‘Ik dacht dat ik hulp nodig had, maar ik heb gewoon kracht in me; eigen kracht.’).

Open het gesprek in

Jolanda Elferink is ook in dienst bij Movisie en daarnaast is ze mantelzorger voor haar vader en werkt ze als MfN-geregistreerd mediator. Ze vindt de technieken van mediation goed geschikt voor bemiddeling tijdens het gesprek. Ze start met het doel van het gesprek en heeft daarvoor een paar definities meegenomen. De VNG bijvoorbeeld omschrijft het doel als het onderzoeken van de persoonlijke situatie, om uit te vinden wat iemand nodig heeft om zelfredzaam te zijn.
Met welk doel gaan de aanwezigen in gesprek? Iemand vertelt dat zij altijd vrij open aan het gesprek begint, ‘maar tijdens het gesprek, denk je aan opties en dat is ook functioneel.’ Andersom komt ook voor, dat je het gesprek ingaat met een bepaald idee, zo vertelt een ander, bijvoorbeeld omdat er een melding is gedaan van een financieel probleem. ‘En dan kom je daar met het idee van schuldhulpverlening, en gaat het over iets heel anders.’

Meedenken over oplossingen

Vooraf is gevraagd om de uitnodiging voor een gesprek mee te nemen. Iemand leest de afspraken voor die daarin staan: U heeft recht op cliëntenondersteuning, bijvoorbeeld. In een andere gemeente heeft de brief een bijlage met een vragenlijst met leefgebieden om vooraf in te vullen; zodat mensen vooraf al zelf nadenken over hun hulpvraag en eventuele oplossingen. Nadeel daarvan: Dat kan het gesprek gesloten maken. En het invullen kan ook druk opleveren. Er zijn gemeenten waarin iemand voorafgaand aan het gesprek gevraagd wordt een persoonlijk plan op te stellen.

Elferink zelf komt met een voorbeeld uit de gemeente van haar vader. Haar vader is ernstig gehandicapt en kreeg een brief waarin stond waarvoor hij niet in aanmerking kwam. Ze illustreert de spanning die een dergelijke brief kan opleveren bij de ontvanger. Alsof een zwaar gehandicapt persoon bewijzen moet verzamelen dat hij niet zijn eigen huishouden kan voeren, noch dat zijn dochter het kan doen.

Volgens een van de aanwezigen is de spanning vooraf herkenbaar. Maar de ervaring is ook, dat mensen het uiteindelijk fijn vinden dat er iemand komt luisteren, iemand die meedenkt over oplossingen.

Verschillende belangen

Het keukentafelgesprek gaat om een open gesprek, gericht op oplossingen, waarbij doorvragen, de vraag achter de vraag en samen oplossingen onderzoeken centraal staan. Elferink: ‘Je blijft uit de strijd over inhoud, maar je gaat wel kijken naar onderliggende zaken, zoals zorgen, behoeften en motivatie. Je zoekt naar de betekenis: wat betekent die hulp, wat maakt het belangrijk, wat gebeurt er als die er niet meer is? Vaak komt de bewoner dan zelf met een oplossing.’  
Daarbij hebben mensen verschillende manieren en strategieën:

  • Doordrukken: dat geeft duidelijkheid, snelheid en gebeurt vanuit de eigen positie;
  • Toegeven: vaak vanwege de moeite om de harmonie te verstoren, maar daarbij verliest iemand het eigen belang uit het oog.
  • Vermijden: later, op ander moment, uitstellen, ontkennen;
  • Compromis zoeken: dat wil zeggen uitruilen, met weinig nieuwe oplossingen komen, maar wel in afstemming;
  • Onderzoeken / samenwerken: dit kost meer tijd, maar levert meer creatieve oplossingen op en je kunt ermee op zoek naar het gemeenschappelijke belang.

Met de technieken van mediation oefenen de deelnemers vervolgens met casussen uit de praktijk om een vraag te stellen op betrekkingsniveau, te luisteren, door te vragen en op een andere manier samen te vatten: ‘dus wat u eigenlijk zegt is dat u behoefte heeft aan contact met mensen?’ Het gezamenlijke belang staat daarbij voorop.
Na afloop vertelt een deelnemer over een gezin waarin meerdere kinderen een stoornis in het autismespectrum hebben. Moeder was bang om indicaties te verliezen en tijdens het gesprek was een cliëntondersteuner aanwezig. Theater Draad speelt de casus terug waarbij de belangen van de verschillende partijen herkenbaar naar voren komen. Als je als gespreksvoerder tegenover veel mensen zit, kan dat bedreigend overkomen, zo herkennen meerdere deelnemers. ‘En natuurlijk zijn mensen bang om zorg te verliezen; het is tegenwoordig minder makkelijk om een indicatie te krijgen.’, aldus Elferink.

Gewoon moeder

De volgende spreker is Lian Roovers. Zij is moeder van drie kinderen en als vrijwilliger actief in de voorlichtingspool van Mezzo om beroepskrachten te vertellen hoe het is om mantelzorger te zijn. Ze heeft een gezonde dochter van 18 jaar, een zoon van 20 en een zoon van 16. De oudste heeft een stofwisselingsziekte, de jongste is overgevoelig en gediagnosticeerd met PDD-NOS. Samen met haar ex-man woont ze in twee huizen en zorgen ze voor de twee jongens. Hun dochter woont zelfstandig. De jongste heeft veel angst die hij overschreeuwt met boosheid en schuttingtaal. Hij heeft een groeiachterstand van 3,5 jaar door zijn angst. Hij is overgevoelig, bijvoorbeeld voor aanraking, nieuwe smaken, geluiden en emoties. In zijn leven moet de structuur optimaal zijn en kan er niets onverwachts gebeuren. Juist omdat de oudste daar slecht tegen kan, hebben Lian en haar voormalige partner de zorg gesplitst.

De oudste zou bij geboorte niet ouder dan een jaar worden, maar leeft inmiddels al 20 jaar. Nu hij zijn school heeft afgerond is het weer zoeken naar dagbesteding. Op school kreeg hij muziekles, fysiotherapie en zwemles bijvoorbeeld. Nu zit hij thuis. Met hulp van begeleiders die ze betalen van een persoonsgebonden budget kan hij thuis wonen. En ook voor de jongste is er geen plek bij aanbieders. De structuur en prikkelarme omgeving die hij vergt, kan een instelling niet bieden. 80 procent van de zorg voor haar zoons is informeel, 20 procent is formeel. Roovers ziet dan ook de formele zorg als complementair aan de informele zorg, en niet andersom. Een tip voor gespreksvoerders is om eerlijk te zijn: met open vizier het gesprek in te gaan. ‘Ook al lijk ik assertief en zelfverzekerd en weet ik hoe ik zorg moet aanvragen, zie me ook gewoon als moeder van mijn kinderen.’

Je hoeft niet naar India

Er zijn veel vragen uit de zaal. Hoe houdt ze het vol? Roovers vertelt dat ze veel heeft gehad aan lotgenoten, zeker omdat haar ene zoon een unieke ziekte heeft. Ook vertelt ze hoe ze ‘in het moment’ zit, om daar wat van te maken. ‘Daar hoef je niet voor naar India.’ En er zijn kleine geluksmomenten bijvoorbeeld als ze kan fietsen met haar oudste zoon op een fiets met een rolstoel. En hoe gaat ze om met de herindicaties: telkens weer haar verhaal vertellen? ‘Ik zie het als beren op de weg. Je ontwijkt ze maar je voorkomt nooit dat er soms toch weer eentje op je motorkap ligt. Daar moet je mee omgaan.’ En vrijdagavond heeft ze oppas en gaat ze de kroeg in. ‘De telefoon gaat uit en ik neem een borrel. Dat moet af en toe, daar word je ook makkelijker in.’ Tegelijkertijd vertelt ze dat je goed op je gezondheid moet letten, en dingen moet delen met vriendinnen. Een laatste tip die ze geeft, is om mantelzorgers te begeleiden bij het formuleren van een hulpvraag. ‘Veel mantelzorgers weten niet wat er mogelijk is.’

Nieuw land

Jona Knoop, beleidsadviseur van de Gemeente Dronten, organiseerde sessies met inwoners, aanbieders, Wmo-consulenten en andere partners om de toegang te organiseren. Ze vertelt over de Dronter Koers, de visie van de gemeente Dronten op zorg en ondersteuning.
Dronten bestaat nog geen 50 jaar en vormt samen met Biddinghuizen en Swifterbant een gemeente met vijf wijken. Dronten maakt deel uit van een provincie van maar zes gemeenten, met allemaal een andere identiteit, zoals Almere en Urk.

In Dronten spreekt men niet over een keukentafelgesprek, maar ‘een gesprek’. In de sociale teams werken ‘gidsen’. Zij zijn het vaste gezicht in de buurt en gebruiken geen ambtelijke taal, spreken niet in afkortingen. En ze luisteren goed naar bewoners, wat werkt en wat niet. ‘Uiteindelijk hebben we hetzelfde doel, namelijk dat gezinnen het goed volhouden en niet meer van het kastje naar de muur gestuurd worden.’

Om het netwerk centraal te stellen heeft de gemeente Dronten de methode Familiezorg centraal gesteld. Daarbij is het eerste gesprek cruciaal. ‘Als je erachter komt wat er echt aan de hand is, is heel veel zorg niet meer nodig. Zo had in een gezin een kind begeleiding op school, moeder had een psycholoog en opvoedingsondersteuning, terwijl het gezin in rouw was, en niet meer samenkwam.’ Daarbij noemt Knoop expliciet dat de gemeente ‘langs de randen van wet- en regelgeving’ gaat: ‘de prioriteit is de vraag van het gezin en budgetten zijn niet interessant’. Ze stelt ook dat de mensen aan de toegang geen enkele financiële verantwoordelijkheid zouden moeten hebben: ‘Zij moeten het gesprek zo goed mogelijk voeren.’

Over elkaar heen buitelen

De improvisaties van Theater Draad relativeren de ernst deze ochtend. Zo raken twee acteurs verstrikt onder een groot net, op zoek naar de vraag achter de vraag. En ze houden de deelnemers een spiegel voor; bijvoorbeeld over hun eigen taalgebruik en het perspectief van een kind in de knel. Het is aangrijpend hoe geloofwaardig een oudere man het jongetje speelt dat onder het tafelkleed wegkruipt.

Aan het einde vat Theater Draad met een verbale bijdrage de ochtend samen. De drie acteurs staan op een rij. De eerste herhaalt het woord ‘tafel’ afgewisseld met ‘keukentafel’. De tweede zegt op montere toon: ‘Meer informatie vindt u in bijlage 3.’ De derde zegt enthousiast: ‘Hé joh, kom effe lekker een bakkie doen.’ Langzaam nemen ze tekst en toon van elkaar over, ze mengen woorden en intonatie. En zo wordt het een verrassende rap waarin de elementen van de bijeenkomst over elkaar heen buitelen.

Effectief keukentafelgesprek?

Movisie organiseerde op 11 juni 2015 de bijeenkomst ‘Gek op het keukentafelgesprek’, voor iedereen die keukentafelgesprekken voert, zoals Wmo-consulenten en professionals uit wijkteams. Doel was het uitwisselen van ervaringen, delen van kennis en het opmaken van de stand van zaken rondom het keukentafelgesprek.
Wilt u leren hoe u op effectieve wijze een keukentafelgesprek voert? Movisie biedt een incompany training ‘effectief keukentafelgesprek’. In twee dagdelen komt uw rol als gespreksvoerder aan bod. De inhoud van de training wordt op maat aangepast aan uw organisatie en uw leerwensen. Lees meer

 

Reacties

Reageer op dit artikel

5 + 5 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.