Gemeente en adviesraad hebben elkaar nodig voor goede inwonersparticipatie

In hoeverre zijn adviesraden sociaal domein in staat om vanuit de leefwereld van inwoners te adviseren? Dat was de hoofdvraag in een traject van Movisie met gemeenten en adviesraden. Het antwoord: dat lukt adviesraden alleen als ze gelijkwaardig kunnen samenwerken met de gemeente.

‘Tijdens het traject hoorden we een breed gedeelde wens van de deelnemers om, meer dan nu het geval is, verbinding te maken met de inwoners’, vertelt Malin Winter van Movisie. Zij begeleidde dit traject, waaraan koepelorganisaties zoals de VNG, Zorgbelang en de koepel van adviesraden meededen, naast een aantal individuele adviesraden en gemeenten. Winter deed de begeleiding samen met Wietske Dekkers. Die stelt: ‘Adviesraden hebben van oudsher een belangrijke rol om de leefwereld naar binnen te halen, maar in de beweging om inwonersparticipatie meer naar voren te halen, zie je dat gemeenten daar ook andere vormen voor willen in gaan zetten, naast de adviesraad.’

‘Adviesraden hebben het idee dat de gemeente van hen verwacht dat zij als adviesraad het volledige inwonersperspectief naar binnen moeten halen. Maar de adviesraadsleden representeren niet dé inwoner.’

Ander daglicht 

Dat kan schuren met de traditionele rol van de adviesraad sociaal domein, die doorgaans bestaat uit het geven van een advies op een conceptnota, aan het einde van het traject. Als de adviesraad ook aan de voorkant mee gaat denken, of als de gemeente zelf inwoners vroeg bij de beleidsontwikkeling betrekt, dan komt het achteraf adviseren in een ander daglicht te staan. Het is in veel gevallen nog zoeken naar hoe de samenwerking op dit vlak tussen gemeenten en adviesraad gestroomlijnd kan verlopen.

Spanningsveld

Sommige adviesraden ervaren volgens Dekkers een zekere druk: ‘Zij hebben het idee dat de gemeente van hen verwacht dat zij als adviesraad het volledige inwonersperspectief naar binnen moeten halen. Maar de adviesraadsleden representeren niet dé inwoner. Aan de andere kant: als de gemeente zelf direct met de inwoner in gesprek gaat, kan dat ook een spanningsveld opleveren. Want hoe verhoud je je als adviesraad tot een nota die al in samenspraak met inwoners is opgesteld?’

Uit de eerste hand

Volgens Winter zijn dit reële vragen, maar tegelijkertijd kan het prima samengaan als de gemeente en de adviesraad allebei het inwonersperspectief naar binnen halen: ‘Zeker gezien de vrijwillige functie die adviesraadsleden hebben. Als je de ervaringen van inwoners echt structureel naar binnen wilt halen, dan is dat voor de adviesraad te veel om helemaal zelf te doen. Los daarvan is het gewoon belangrijk dat de gemeente ook zelf informatie direct uit de eerste hand hoort.’ 

Flexibele schil

De wens om meer in verbinding te komen met inwoners kan op verschillende manieren invulling krijgen. Winter noemt een flexibele schil met mensen die zich op een bepaald thema verbinden. Adviesraden of gemeenten kunnen ook bijeenkomsten voor inwoners organiseren, al dan niet gekoppeld aan een bepaald thema. ‘De term participatiecafés wordt daarvoor wel eens gebruikt, dat klinkt aantrekkelijk. Het is sowieso belangrijk dat je een diversiteit aan mensen om je heen verzamelt.’ Sinds de decentralisaties zijn in veel gemeenten de verschillende platforms voor belangenbehartiging als het ware als een extra laag rondom de adviesraden gekomen. Die diversiteit kunnen adviesraden benutten, vult Dekkers aan. De leden van de adviesraad zijn zelf echter geen belangenbehartigers, benadrukt ze: ‘Zij doen het advieswerk op persoonlijke titel en zetten zich in voor alle inwoners. Ze zijn geen afgevaardigde met een achterban waaraan ze verantwoording af moeten leggen.’

Voldoende facilitering

Welke aanpak de adviesraad ook kiest, het is belangrijk dat de gemeente de raad voldoende faciliteert. ‘Een enkele gemeente doet het goed, maar er is ook nog een hoop gesappel’, analyseert Dekkers. Over het algemeen zouden adviesraden volgens haar meer professionele ondersteuning moeten krijgen. ‘Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld praktische hulp inschakelen bij het organiseren van inwonersbijeenkomsten. Ook de mogelijkheid om een beroepskracht in te huren die de voorzittersrol op zich kan nemen wordt wel eens geopperd. Voorzitters van adviesraden zijn er soms twee volle dagen per week mee bezig. Dat is heel wat anders dan een keer per maand vergaderen.’

‘Bij een goede samenwerkingsrelatie werken ze vanuit vertrouwen met elkaar en bespreken ze samen wat er de komende tijd gaat spelen.’

Werkagenda

In hoeverre het lukt om samen te werken aan de verbinding met inwoners, hangt ook sterk af van of de adviesraad als een gelijkwaardige partner van de gemeente kan opereren, stelt Dekkers. ‘Bij een goede samenwerkingsrelatie werken ze vanuit vertrouwen met elkaar en bespreken ze samen wat er de komende tijd gaat spelen. Dat kan gaan om aanstaande beleidsontwikkelingen, maar net zo goed om signalen uit de leefwereld die de adviesraad inbrengt. Zowel de gemeente als de adviesraad kan aangeven bij welke thema’s ze nog onvoldoende zicht hebben op het inwonersperspectief. Op die manier kunnen ze samen de werkagenda voor de adviesraad bepalen.’ Daarnaast is een gezamenlijke visie op inwonersparticipatie belangrijk, inclusief de concretisering van de rollen en de taakverdeling, vult Winter aan: ‘Daar hoort bij dat je bij elk vraagstuk in een vroeg stadium samen bekijkt hoe de adviesraad daar het beste bij zou kunnen helpen.’ 

Een vraag in plaats van een nota

Als mogelijkheid om de samenwerking tussen gemeente en adviesraad effectiever te maken, noemt Dekkers verder dat de gemeente een concrete vraag kan stellen bij het voorleggen van een nota. ‘Bijvoorbeeld: Zou je specifiek naar die en die paragraaf willen kijken? Kun je inschatten wat daarvan de effecten voor inwoners kunnen zijn? Of: wij hebben als gemeente alleen met deze doelgroep kunnen spreken, zouden jullie als adviesraad misschien met die en die groep kunnen praten?’ Bij een goede samenwerking past ook dat de gemeente de adviesraad kan vragen om mee te denken over de vormgeving en invulling van een nieuw te starten participatietraject.

Onafhankelijkheid

Een vraag die tijdens de bijeenkomsten verschillende keren op popte, was die naar de onafhankelijkheid van de adviesraad, vertelt Dekkers. ‘Sommige adviesraden vragen zich af of een nauwe samenwerkingsrelatie met de gemeente de onafhankelijkheid mogelijk beperkt. Maar vanuit de gedeelde visie dat je verbinding met de inwoner allebei erg belangrijk vindt, kan de adviesraad juist prima een onafhankelijke stem hebben over hoe je dat het beste kunt doen en wie daarin welke taken heeft.’ 

Positionering

Dat brengt de beide experts weer terug bij de positionering van de adviesraad. ‘Dat is wel echt belangrijk, dat adviesraad en gemeente een gelijkwaardige positie hebben’, zegt Dekkers. ‘Deels hebben ze dat in eigen hand. Ze kunnen er zelf actief mee aan de slag gaan. Bijvoorbeeld nu met de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Elke gemeente moet een nieuwe participatieverordening opstellen. Als adviesraad kun je daarbij je vinger opsteken richting de gemeente: Hoe gaan we dat doen? Zullen we daarover in gesprek gaan? Op die manier kan de nieuwe verordening echt overkoepelend worden, met minder versnippering en een duidelijke totaalvisie op hoe het inwonersperspectief naar binnen wordt gehaald.’

‘Ze willen er echt voor de inwoners zijn, en realiseren zich nu dat het nodig is om nog meer de verbinding met hen aan te gaan.’

Aangezet

Nu, aan het einde van het traject, signaleert Dekkers verschillende inzichten en acties bij de deelnemende adviesraden. ‘De eerste is dat een deel van de adviesraden dieper beseft dat zij niet dé inwoner zijn. Ze willen er echt voor de inwoners zijn, en realiseren zich nu dat het nodig is om nog meer de verbinding met hen aan te gaan. Ze willen zich daarvoor op andere manieren inzetten.’ In het verlengde daarvan zijn sommige adviesraden aan de slag gegaan met een heroriëntatie: Waar zijn wij als adviesraad nou precies van? En hoe positioneren we ons ten opzichte van de gemeente? Een van de deelnemers verwoordde het heel treffend, sluit Dekkers af: “Wij zijn als adviesraad echt aangezet’, zeiden zij.’