Genderidentiteit in de tienertijd

22 november 2019

Identiteit, wie ben je, wat kun je, wat wil je? Er is geen fase waarin dat meer speelt dan in de tienertijd. Een tijd waarin je hersenen nog lang niet volgroeid zijn, je afhankelijk bent van ouders of verzorgers en waarin je erg gevoelig bent voor de klei die in je oren wordt gestopt. Op 29 oktober organiseerde de Kennishub Genderdiversiteit de bijeenkomst ‘Genderidentiteit in de tienertijd’. De presentatie was in handen van Graziella Hunsel die, in jurk en op hoge hakken, zoveel vrouwelijkheid en zelfbewustzijn uitstraalde dat het inspirerend moet zijn geweest voor iedereen.

Bij het woord ‘genderidentiteit’ wordt al snel gedacht aan mensen die worstelen met het verschil tussen hun lichaam en hun identiteit, maar ook cisgender mensen hebben een genderidentiteit en Graziella liet zien hoe je die met verve kunt uitdragen. Tegelijk toonde ze zich een goed interviewster die zich verdiept had in het onderwerp en met inlevingsvermogen en respect haar gasten interviewde.

Boodschappen die je zelfbeeld beïnvloeden oftewel, zoals zij zegt: Klei waarmee je je zelfbeeld kneedt.

Klei in je oren

Klei in je oren? Ja, zo noemt Rocky Hehakaija (35) de boodschappen die je van je omgeving krijgt. Boodschappen die je zelfbeeld beïnvloeden oftewel, zoals zij zegt: Klei waarmee je je zelfbeeld kneedt. Als voetballend meisje kreeg ze regelmatig woorden als ‘manwijf’ en ‘voetbalpot’ naar zich toegeslingerd en de vraag of ze een jongen of een meisje was. De vader van een jongen van de tegenpartij wilde zelfs dat ze haar broek naar beneden trok omdat hij niet geloofde dat ze een meisje was. Wat er tegen haar gezegd werd, ging ze zien in de spiegel, vormde haar zelfbeeld. Inmiddels behoort ze tot de beste straatvoetballers van de wereld en is ze de eerste vrouw die een eigen karakter heeft in FIFA Street, maar nog is ze gevoelig voor het woord manwijf. Het lesbisch zijn bleek te kloppen, ontdekte ze rond de tijd dat ze overstapte van een jongensteam naar een vrouwenteam. Een probleem was het niet: ‘Daar waren veel lesbische vrouwen dus dat was wel makkelijk.’

Rolmodellen

Nu creëert ze met haar stichting Favela Street ‘door de kracht van voetbal’ sterke rolmodellen in gemeenschappen waar kinderen negatieve klei in hun oren gestopt krijgen. Klei die hen zegt dat ze nooit iets kunnen bereiken, dat ze crimineel zullen worden, dat ze in drugsbendes zullen belanden. Door hen te laten voetballen en ze alles eromheen zelf te laten regelen, ontwikkelen de kinderen skills en kunnen ze hun zelfbeeld bijstellen. En op hun beurt worden deze kinderen rolmodellen voor jongere kinderen die zien dat je, ook als je uit de sloppenwijken komt, iets anders kunt worden dan drugscrimineel.

Tegen de instructeur die voor haar eerste vliegles zei dat vrouwen niet kunnen vliegen, zei ze: ‘Klopt. Daarom ga jij het me leren.’

Samia Visser had haar zelfbeeld aardig op orde toen ze in opleiding ging bij de Internationale Luchtvaartschool. Ze gebruikte dat zelfbeeld om de mannen daar op te voeden in hun omgang met vrouwen. Tegen de instructeur die voor haar eerste vliegles zei dat vrouwen niet kunnen vliegen, zei ze: ‘Klopt. Daarom ga jij het me leren.’ Ze leerde de mannen dat het niet erg is als zij huilt, als ze daarna maar weer doorgaat. ‘Een vrouw die huilt, toont geen grote emotie. Als een man huilt, dan is er echt iets. Bij een vrouw moet je opletten als ze gaat schelden,’ aldus Samia. De keuringsarts die vroeg of ze met twee treden tegelijk een trap opliep, gedrag dat hoort bij het type man dat geschikt wordt geacht voor de functie van piloot, antwoordde ze: ‘Nee, natuurlijk niet.’

Tienertijd

De tienertijd, Nikki Pennink (16), leerling van het Montessori College waar het event Genderidentiteit in de tienertijd plaats vindt, zit er midden in. Ze is inmiddels twee keer uit de kast gekomen: eerst als transjongen, daarna als non binair persoon. Zoals ze zelf zegt: ‘Je hebt man, je hebt vrouw en je hebt Nikki.’ Ze heeft geen probleem met de pronouns ‘zij’ en ‘haar’. Nikki’s coming outs hebben haar zowel thuis als op school een zware tijd gegeven, een ‘kuttijd’ die ze voor andere lhbti-jongeren op haar school wil voorkomen. Ze heeft een Gender and Sexuality Alliance (GSA) opgericht zodat ‘andere mensen hier op school zichzelf kunnen zijn en weten dat het beter wordt.’

Kennishub genderdiversiteit

In de tijd dat René Strik (30) op school zat, bestonden er tot zijn spijt nog geen GSA’s. In de puberteit voelde hij zich niet lekker maar wist niet wat er aan de hand was. Borsten krijgen vond hij vervelend, maar het leek hem dat geen enkele vrouw dat leuk vond. Uiteindelijk kwam hij erachter dat hij op meisjes viel en dacht dat ‘dat het was.’ Toch wist hij nog lange tijd niet wat hij met zichzelf aan moest. Over zijn gevoelens praten deed hij niet graag, hij kon ook niet echt uitleggen wat er was. Totdat hij op een online forum las over ‘je niet helemaal jongen of meisje voelen’. Hij ging op Youtube filmpjes kijken van mensen die in transitie gingen en kwam in contact met Het Jongensuur, een contactgroep voor mensen die geboren zijn in een vrouwenlichaam maar zich (gedeeltelijk) jongen of man voelen. Vijf jaar geleden begon hij aan zijn transitie en inmiddels is hij er trots op dat hij zijn gevoel heeft gevolgd.

Voor veel transgenders geldt dat ze, net als René, een periode lang niet kunnen uitleggen wat er is. Waar het op genderidentiteit aankomt zijn er eigenlijk maar twee woorden die iedereen kent: vrouw en man. Deze worden meestal een-op-een gekoppeld aan de uitwendige geslachtskenmerken zodat het lijkt dat gender en sekse altijd met elkaar overeenkomen. Komt jouw gender niet geheel overeen met jouw sekse, dan is dit vaak moeilijk onder woorden te brengen omdat je de taal er niet voor hebt. Dat merkte Nikki, dat merkte René.

Taal en safe spaces

Afiah Vijlbrief van Movisie deed onderzoek naar non binaire genderidentiteiten onder jongeren in Amsterdam. Ze kwam tot de conclusie dat voor deze jongeren twee dingen erg belangrijk zijn: taal en safe spaces. Het is dus niet toevallig dat dat precies de dingen zijn die Nikki geregeld heeft. De GSA die ze heeft opgericht is de safe space waar ze zelf zo’n behoefte aan heeft en waarvan ze weet dat die voor anderen ook noodzakelijk is. De zelfgekozen naam Nikki is de taal die ze zichzelf gaf om uit te drukken wie ze is. Als mensen vragen of ze een jongen of een meisje is, zegt ze nu: ‘Ik ben Nikki.’ Wanneer mensen reageren met: ‘Dat is niet mijn vraag’, zegt ze: ‘Maar dat is wel mijn antwoord.’

De GSA die ze heeft opgericht is de safe space waar ze zelf zo’n behoefte aan heeft en waarvan ze weet dat die voor anderen ook noodzakelijk is.

Ook uit de verhalen van de anderen komen ‘taal’ en ‘safe space’ naar voren. Bij Rocky had de taal die tegen haar gebruikt werd, de klei in haar oren, een negatief effect op haar zelfbeeld. Een safe space vond ze in het vrouwenelftal waar ze ging spelen. Nu geeft ze kinderen, vooral meisjes, in sloppenwijken door middel van voetbal een safe space om zich te ontwikkelen en taal om hun skills te benoemen. René vond woorden die zijn gevoel benoemden op een online forum en in Youtube-filmpjes. Het Jongensuur was voor hem de safe space waar hij in real life gelijkgestemden ontmoette. En Samia gebruikte taal om de mannen in de vliegwereld beter om te leren gaan met vrouwen en creëerde zo meer veiligheid voor de vrouwen die na haar kwamen.

Taal en safe spaces, ze worden vaak afgedaan als onbelangrijk als het gaat om genderidentiteit. Wat maakt het uit als de conducteur zegt ‘dames en heren’? Of als je scheldt met ‘manwijf’? Als er geen toilet is waar alle genders welkom zijn? Of als je niemand kent die ook non binair is? Alles. Het maakt alles uit. We hebben woorden nodig om over onszelf na te kunnen denken en plekken waar we ons veilig voelen. Dat geldt voor volwassenen, maar dat geldt nog veel meer voor tieners die gevoelig zijn voor de klei die wij in hun oren stoppen.

Tekst: Robert Witte

Foto's: Alliantie/Hannah Mars