Gespecialiseerde en langdurige hulp bij partnergeweld

Duurzame veiligheid vergt lange adem
artikel - 8 juli 2014
Afbeelding bij Gespecialiseerde en langdurige hulp bij partnergeweld

Het stoppen van ernstige partnermishandeling is een kwestie van lange adem. Voordat mensen hulp zoeken kent het gezin vaak al een lange geschiedenis van huiselijk geweld. Alleen intensieve en gespecialiseerde hulp zorgt voor duurzame veiligheid. Dat leidt op korte termijn tot meer kosten, op lange termijn echter tot een kostenbesparing. Dit is relevante informatie in het kader van de transities.

Dit blijkt uit het rapport ‘Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp’ van het Verwey Jonker Instituut. In opdracht van de vier grote steden onderzochten zij de effectiviteit van de integrale aanpak van huiselijk geweld voor gezinnen waarin partnergeweld voorkomt.

Ernstig psychisch en fysiek geweld

211 ouders en 396 kinderen zijn gedurende anderhalf jaar gevolgd vanaf het moment dat ze aangemeld waren bij een Steunpunt Huiselijk Geweld of een hulpverleningsinstelling. Er was sprake van veelvuldig ernstig psychisch en fysiek geweld in de partnerrelatie. De aanpak van huiselijk geweld blijkt te werken, maar is niet effectief genoeg. Belangrijkste boodschap aan de gemeenten is de realisatie dat er langdurige en gespecialiseerde hulp nodig is om ernstig partnergeweld echt te stoppen.

Tijd en gespecialiseerde hulp nodig

Doorbreken van een geweldspatroon valt niet in korte tijd te bereiken. Voordat mensen hulp zoeken, kent het gezin al vaak een lange geschiedenis van huiselijk geweld. Om de geweldsspiraal te doorbreken, is tijd nodig. In de anderhalf jaar dat de onderzoekers de gezinnen hebben gevolgd, is het geweld bij 50% van de gezinnen niet gestopt, ook niet na hulp- en zorgverlening. De hulp werkt wel, maar onvoldoende: de helft van de respondenten zegt dat de partner na anderhalf jaar nog steeds fysiek gewelddadig is.  De conclusie is dat een langdurig geweldspatroon alleen doorbroken kan worden met gespecialiseerde professionals. Professionals die weten hoe macht en controle ook na het verbreken van een relatie werken. Dit is een belangrijke bevinding met het oog op de komende transities in het sociale domein. Wijkteams krijgen een belangrijke rol, maar er zijn dus specialisten bij de voordeur nodig om de geweldsproblematiek goed aan te kaarten en de juiste hulp in te zetten. Professionals in wijkteams werken vanuit een generalistische blik, maar hebben soms wel specialismen. Dit rapport suggereert dat een professional met een speciaal aandachtsgebied rond huiselijk geweld kan helpen. Al was het maar bij het voorkomen van de inzet van te lichte hulp.

Onvoldoende integraal en systeemgericht aanbod

De onderzoekers concluderen ook dat het integraal en systeemgericht hulpaanbod nog onvoldoende ontwikkeld is. Zo wordt nog steeds met name hulp aan de moeder aangeboden. De moeders hebben het gevoel dat de partner zich kan onttrekken aan de hulpverlening en voelen zich verantwoordelijk gesteld voor de veiligheid haar kinderen.

Kinderen krijgen in 59% van de gevallen geen enkele vorm van hulp aangeboden.

Hulpverleningstraject niet vanzelfsprekend

Een opvallende conclusie uit het onderzoek is dat bij partnergeweld niet altijd vanzelfsprekend een hulp of ondersteuningstraject op gang komt. Een op de twaalf gezinnen geeft aan dat zij geen hulpaanbod hebben ontvangen. Dit betreft de groep met lichtere vormen van partnergeweld. Redenen daarvoor kunnen zijn dat het niet gemakkelijk is om toe te geven dat hulp nodig is. Schaamte, de geleidelijke gewenning aan geweld, de hoop dat het nu toch anders zal gaan, ontkenning van de gevolgen voor henzelf en de kinderen en angst maken dat zij niet snel om hulp vragen. Verder is opvallend dat kinderen in 59% van de gevallen geen enkele vorm van hulp aangeboden krijgen. Ook wanneer Bureau Jeugdzorg betrokken is, geldt dat kinderen niet altijd de gespecialiseerde hulp krijgen die nodig is. Er blijkt te weinig specifiek aanbod voor de kinderen te zijn, alle opgedane kennis van de afgelopen jaren over intergenerationele overdracht van geweld ten spijt. Het eerder deze maand verschenen rapport ‘Op Goede Grond’ van de Nationaal rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld (NRM) concludeert: de beslissing of er geen hulpverleningstraject (meer) plaatsvindt, moet in ieder geval op goede gronden (voldoende deskundigheid bij de hulpverlening) genomen zijn.

Aanbevelingen

Het rapport noemt een aantal aanbevelingen die van belang zijn voor de  AMHK vorming en samenwerking met het sociale domein.

  1. Aandacht voor veiligheid in het gezin moet voorop staan; het doel is duurzame veiligheid. Daar is lange adem voor nodig.
  2. AMHK moet laagdrempelig zijn voor advies en zou ook proces- en casusregie moeten oppakken en verbinding moeten leggen met de lokale hulpverlening. Hamvraag in deze is of de gemeenten ook zulke bovenwettelijk taken bij het AMHK willen beleggen?
  3. Er is een hoge kwaliteit aan de poort nodig met diepgaande kennis over achtergronden en gevolgen van partnergeweld; voorkomen moet worden dat te lichte vormen van hulp worden ingezet voor deze zware problematiek.
  4. Hulpverlening behoeft duidelijkheid in regie, en één zorgcoördinator, één gezin, één plan.
    • Hulp afstemmen op behoefte en probleemdefiniëring van het gezin
    • Professionals moeten het sociale netwerk erbij betrekken en ondersteunen
    • Kind centraal: hulpverlening gericht op kinderen
  5. Knelpunten in het familierecht vragen om een oplossing. (o.a. de plicht tot omgang, de vereiste toestemming van beide ouders voor hulpverlening voor het kind)

De aandachtspunten sluiten goed aan bij de uitganspunten van het handelingsprotocol van de nieuw te vormen  AMHK’s (conceptversie 4 juni 2014) dat als richtsnoer geldt voor het handelen. Het laatst genoemden knelpunt wat betreft het familierecht is daarmee echter nog niet opgelost en verdiend de nodige aandacht.

Betekenis van de resultaten

Het onderzoek is van belang voor alle gemeenten, zeker nu zij staan voor de transformatie van het sociale domein. Maar ook professionals en kenniscentra worden er door deze resultaten op gewezen dat het beter kan en moet.

Meer informatie

Reacties

Reageer op dit artikel

5 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.