Gezond en sociaal moeten meer samenwerken

artikel - 5 juni 2015

Het gezondheidsdomein en het sociaal domein zijn de laatste decennia uit elkaar gegroeid. Dit zeggen de adviseurs van kenniscentrum Movisie in het juni-nummer van Zorg + Welzijn. Ze doen daarom een appèl op de medische én de sociale professional.

Zorg + Welzijn zit rond de tafel met Marjoke Verschelling (afdeling participatie en burgerschap), Sonja Liefhebber (adviseur vakmanschap) en Aletta Winsemius (onderzoeker effectiviteit en vakmanschap). Het gaat over preventie, voorzorg en de verbinding tussen sociaal en gezond. Aletta Winsemius heeft een fascinatie voor die verbinding (of het gebrek eraan) tussen sociaal en gezond. Die fascinatie begon bij de eerste Wmo in 2007. ‘Die Wmo beoogt dat mensen langer zelfstandig en thuis wonen. Dan zou je denken dat er in die wet ook aandacht is voor preventie en gezondheid, maar dat was helemaal niet zo. Een goede gezondheid is een van de belangrijkste factoren om ervoor te zorgen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen. Hoe kun je daar dan geen aandacht voor hebben? Dat heeft me al vanaf het eerste moment verbijsterd. En die fascinatie is alleen maar toegenomen met de decentralisaties en de nieuwe Wmo.’

Gezondheid is veel breder: het gaat ook over veerkracht, welzijn en welbevinden

Het gezondheidsdomein en het sociaal domein zijn de laatste decennia uit elkaar gegroeid, vinden Winsemius, Liefhebber en Verschelling. En zij zien daar graag verandering in. ‘Nu is de kans’, benadrukt Marjoke Verschelling. ‘Het hele sociaal domein is bezig zich opnieuw te organiseren  en het is een gemiste kans wanneer je de gezondheidsbranche  nu links laat liggen. Bovendien is gezondheid zo’n belangrijk aspect van het leven van mensen. Dan heb ik het niet alleen over fit zijn en lekker in je vel zitten. Gezondheid is veel breder: het gaat ook over veerkracht, welzijn en  welbevinden.’

Die bredere aandacht gaat twee kanten op volgens de adviseurs. ‘We doen een appèl op de medische én de sociale professional. De sociale professionals zouden meer naar gezondheid moeten kijken en het effect van een slechte gezondheid op de problemen in andere leefgebieden. En gezondheidsprofessionals moeten zich beseffen dat gezondheidsinterventie niet altijd de oplossing is voor alles’, vindt Verschelling. ‘Je ziet in de gezondheidszorg wel dat gezondheid steeds breder wordt opgevat’, weet Liefhebber. ‘Maar het is nog niet gemeengoed. Het gaat nog heel vaak over ziekte en behandeling.’

Sociale kaart

Dat betekent niet dat de sociale professional mensen moet verplichten om een bepaald aantal uur per week te sporten, meent Winsemius. ‘Dat is overmatige bemoeizorg. Maar ik denk wel dat je op een heel lichte manier winst kan boeken. Zonder dat met een opgeheven vinger te doen. Dat je weet hoe belangrijk het is voor mensen is om zich nuttig te voelen, hoe belangrijk het is dat ze een fatsoenlijk inkomen hebben. Dat zijn belangrijke doorslaggevende factoren voor een goede gezondheid. Zoveel kinderen groeien op in armoede, weet dan dat armoede erfelijk is.’ Een sociale professional zou nooit zeggen: je mag niet roken of je moet meer bewegen. Daarvan is Liefhebber overtuigd. ‘Dat gaat veel subtieler, meer aansluitend op het totale leven van iemand. En dat zou hij misschien wel beter kunnen dan een gezondheidswerker. De kennis van de gezondheidswerker in combinatie met de manier waarop de sociaal professional met mensen kan omgaan, zou veel winst kunnen opleveren.’

‘Als je gezondheid niet benadert in samenhang met het hebben van een baan en het aanpakken van bijvoorbeeld schulden, dan zijn mensen niet goed geholpen’, benadrukt Winsemius. ‘Misschien help je zo op een onderdeel van hun leven, maar niet op het geheel.’ Voor gezondheidsprofessionals geldt dat je een goed beeld hebt van de sociale kaart. ‘Als iemand met overgewicht bij een diëtist komt, dan kun je inzetten op gezonder eten en meer bewegen. Maar je kunt ook kijken naar waar de gewichtsproblemen vandaan komen. Of er misschien sociale oorzaken zijn als eenzaamheid of omdat men zich onveilig voelt in de  wijk. In je behandeling kun je dan bijvoorbeeld ook wijzen op een eetclub in de buurt waar bewoners samen gezond eten klaarmaken. Voeg dat eens toe aan wat je te bieden hebt’, spoort Winsemius aan.

Krachtwijk

Een voorbeeld waarbij gezondheid en sociaal meer samenkomen zien de adviseurs in de krachtwijkenaanpak. Onderzoek van hoogleraar sociale geneeskunde Karien Stronks laat zien dat de interventies in deze wijken na 5 jaar al winst voor de gezondheid opleverden. De inwoners voelden zich gezonder, de mentale gezondheid verbeterde en de inwoners gingen meer bewegen. Vooral in wijken waar op meerdere thema’s tegelijk (wonen, werken, leren/opgroeien, integreren en veiligheid) werd ingezet, verbeterde de gezondheid. ‘Die interventies waren helemaal niet gericht op het voorkomen van ziektes’, zegt Winsemius. ‘Het heeft er mee te maken dat door zo’n integrale aanpak mensen meer bewegen, zich lekkerder voelen en dat het mentaal beter met hen gaat. Dat is voor mij de kern van voorzorg.'

Lees het hele artikel van Alexandra Sweers in Zorg + Welzijn magazine, juni 2015.

Reacties

Mooi om in dit artikel te lezen dat vanuit beide domeinen professionals aanvullend aan elkaar kunnen zijn. Dus geen concurrentie, maar samen oog hebben voor elkaars specialisme. Daar wordt de zorgvrager beter van.
In dit kader breek ik een lans voor het meer vermengen van casemanagers: zowel met een verpleegkundige achtergrond, als met een sociaal pedagogische achtergrond (SPH).
Willen jullie dit ook in de dialoog met stakeholders meenemen?

Er lijkt een ontwikkeling te zijn dat de staatssecretaris de taak van Casemanager Dementie uitsluitend wil gaan neerleggen bij (wijk)verpleegkundigen?

Reageer op dit artikel

2 + 16 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.