Grenzen aan de verantwoordelijkheid van vrijwilligers?

(Ervarings)deskundigen aan het woord
artikel - 13 november 2014
Grenzen aan de verantwoordelijkheid van vrijwilligers?

Waar ligt de grens van de verantwoordelijkheid van vrijwilligers? En hoe strikt moeten we die grens vastleggen? De meeste stemmen gaan op voor bewegingsruimte en zelfstandigheid, maar mét goede onderlinge afspraken. Want vrijwilligers zijn nu eenmaal geen belastingconsulenten, therapeuten, schuldhulpverleners of medicijnverstrekkers. Vier professionals aan het woord.

André Hudepohl, beleidsadviseur Humanitas

De vrijwilligers van Humanitas, ongeveer dertienduizend in getal, ervaren dagelijks de gevolgen van een terugtredende overheid en de roep om meer zelfredzaamheid. Gemeenten en zorg- en welzijnsorganisaties doen in groeiende mate een beroep op hen, bijvoorbeeld bij de schuldhulpverlening en opvoedondersteuning. Dat is goed, omdat vrijwilligers een brug kunnen slaan naar beroepsmatige hulp wanneer kwetsbare mensen zich hebben afgesloten, zegt André Hudepohl, beleidsadviseur van de directie van Humanitas.

‘Vrijwilligers zijn in staat een relatie op te bouwen. Ze kunnen ervoor zorgen dat mensen weer gaan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.’ Maar het komt ook voor dat vrijwilligers neigen naar de rol van ‘reddende engel’: ze willen te veel doen voor degene met wie ze een persoonlijke band hebben opgebouwd. Andersom kan van diegene een sterk appèl uitgaan om zijn verantwoordelijkheden over te nemen. Vrijwilligers zijn tegen dergelijke verzoeken niet altijd voldoende gewapend.

Vrijwilligers neigen soms naar de rol van 'reddende engel': ze willen te veel doen voor degene met wie ze een persoonlijke band hebben opgebouwd

‘Onze vrijwilligers helpen bijvoorbeeld mensen bij de thuisadministratie,’ zegt Hudepohl. ‘Het is voorgekomen dat men zich op verzoek van de klant met ingewikkelde belastingzaken ging bemoeien. Dat willen wij niet, onze vrijwilliger zijn geen belastingconsulenten.’ Evenmin zijn ze therapeuten, schuldhulpverleners, medicijnverstrekkers of persoonlijke verzorgers. Zo helpen de vrijwilligers van Humanitas niet bij toiletgang en wassen ze geen haren. ‘Andere organisaties hebben daar andere opvattingen over en zijn minder strikt dan wij.’

Dat roept de vraag op waar de grens ligt. In de verpleging bestaan zogenaamde voorbehouden handelingen, zoals het geven van injecties, die wettelijk zijn verboden voor vrijwilligers. Maar een ander, groot deel van vrijwilligershulp valt in een grijs gebied. De vraag waar de grens ligt is ook relevant voor de verhouding tussen vrijwilliger en beroepsmatig zorgverlener, zegt Hudepohl. ‘Vrijwilligers doen steeds meer. Beroepskrachten vrezen dat hun werk wordt uitgehold. Of dat de zorg niet goed gebeurt.’ Hij vraagt zich overigens af of we gebaat zijn bij scherp afgebakende grenzen. ‘Die zullen voortdurend in beweging blijven. Het is vooral belangrijk erover in gesprek te zijn.’

De verhouding tussen overheid en burger is sterk in beweging. Op allerlei terreinen moeten burgers meer het heft in eigen hand nemen. In drie artikelen geven (ervarings)deskundigen antwoorden op vragen uit de praktijk:

Bij ieder artikel is een download gemaakt met een overzicht van relevant onderzoek. Bekijk de download Samenwerking tussen beroepskrachten en vrijwilligers voor dit artikel.

 

Jolanda Elferink, deskundige vrijwilligerszorg Movisie

Deze vraag speelt niet alleen bij vrijwilligers aan huis, maar ook in verzorgings- of verpleeghuizen, zegt Jolanda Elferink, projectleider sociale zorg bij Movisie. Daarnaast zijn er steeds meer websites die direct bemiddelen tussen individuele hulpvrager en vrijwilliger, zonder tussenkomst van een organisatie als Humanitas.

Er is geen algemene grens in de verantwoordelijkheid van de vrijwilliger te trekken, zegt Elferink. De grens hangt af van individuele cliënt, vrijwilliger, afgesproken taak, verbonden organisaties. ‘Koffie schenken in een verzorgingshuis is wat anders dan maatje zijn bij iemand thuis. Het is belangrijk dat maatwerk maatwerk kan blijven.’
Elferink adviseert om bij aanvang duidelijke afspraken te maken en om passende richtlijnen te publiceren, bijvoorbeeld op internet. Ook is het goed om een proefperiode aan te houden en bijvoorbeeld jaarlijks een evaluatie te doen – een telefoontje naar de vrijwilliger en de cliënt kan voldoende zijn om een vinger aan de pols te houden.

De spanning tussen vrijwilligerswerk en professionele zorg is er altijd al geweest

Ten tweede is het van belang dat zowel cliënt als vrijwilliger een duidelijk meldpunt hebben – binnen de vrijwilligersorganisatie of bij een steunpunt vrijwilligerswerk – waar ze met vragen of klachten terecht kunnen. Elferink vindt dat in verpleeghuizen en bij de thuiszorg één absolute grens geldt: vrijwilligers dienen geen taken te verrichten die aan de beroepsmatige zorgverleners zijn voorbehouden. ‘Vrijwilligerswerk moet geen verdringing worden van professionele zorg.’ De toenemende inzet van vrijwilligers kan tot spanning leiden tussen vrijwilligers, die meestal werken vanuit een intrinsieke motivatie, en professionals, die soms hun positie bedreigd zien. ‘Al is die spanning er altijd geweest.’

Marianne van Bochove, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, project 'Kunnen we dat (niet) aan vrijwilligers overlaten'?

In de zorg is de taakverdeling tussen professional en vrijwilliger duidelijker afgebakend dan in het welzijnswerk in bijvoorbeeld buurthuizen of speeltuinen, zegt postdoctoraal onderzoeker Van Bochove, die op beide terreinen onderzoek deed. Zo is het niet de bedoeling dat vrijwilligers in een verpleeghuis voor demente ouderen zorgtaken verrichten als wassen of aankleden. Maar ook hier verschuiven de grenzen. ‘Sommige vrijwilligers komen op de kamer van cliënten, terwijl gebruikelijk is dat zij alleen de gezamenlijke huiskamer bezoeken.’

In het welzijnswerk worden veel taken de ene keer door een vrijwilliger gedaan, de andere keer door een professional, constateerde Van Bochove ter plaatse. Dat kan tot spanningen leiden. ‘Vrijwilligers vinden het heel vervelend als een professional ingrijpt terwijl dat volgens hen niet nodig was.’

Begeleiding kost veel tijd, maar het is een investering die zich terugbetaalt

Evengoed vindt Van Bochove niet dat de grenzen van verantwoordelijkheid strikt moet worden vastgelegd. Vrijwilligers zoeken naar een vorm van voldoening, en daarvoor is bewegingsruimte en zelfstandigheid belangrijk. Wel benadrukt ze het belang van onderlinge afspraken, toegesneden op individuele vrijwilliger en taak.
Zorg- en welzijnsorganisaties doen er verstandig aan te controleren of hun werknemers openstaan voor vrijwilligers, en waar nodig de openheid te stimuleren, meent Van Bochove. Het zijn de professionals die vrijwilligers goed kunnen begeleiden en moeten ingrijpen als ze te zeer betrokken raken. Als vrijwilligers zich genegeerd of miskend voelen, is hun inzet gedoemd te mislukken. ‘Begeleiding kost veel tijd, maar het is een investering die zich terugbetaalt. Op deze manier houd je vrijwilligers langer vast.’

Elke Haanraadts, Beleidsadviseur Vrijwilligers, gemeente Venlo

We keren dezer jaren terug naar vroeger, toen de verzorgingsstaat kleiner was en mensen meer voor elkaar zorgden, zegt Elke Haanraadts. In samenwerking met zes andere gemeenten in Noord-Limburg zet Venlo in op ‘zelfsturing’. Ze laten de (ouderen)zorg en buurtactiviteiten voor een belangrijk deel over aan burgers, en dus aan vrijwilligers.

Venlo kent sinds enkele jaren ‘huizen van de wijk’: buurthuizen nieuwe stijl. Enkele ervan worden al gerund door stichtingen, opgezet en bestuurd door buurtbewoners. ‘Overheid en zorgprofessionals hebben jarenlang min of meer gedicteerd wat goed was. Zo sprak ik eens iemand die een scootmobiel had, die hij zelf nooit had gewild. Die was hem min of meer opgedrongen. Wij moeten ons als gemeente anders leren opstellen. Dat moet ruimte geven aan initiatief en verantwoordelijkheid van burgers.’

Het betekent dat de rol van vrijwilligers belangrijker wordt. In de huizen van de wijk vindt bijvoorbeeld dagbesteding plaats voor (oudere) mensen uit de wijk, zoals knutselen. ‘Het is de bedoeling dat vrijwilligers deze activiteiten begeleiden en pas de hulp van beroepskrachten inroepen als dat nodig is.’

Ik sprak eens iemand met een scootmobiel die hij zelf nooit had gewild. Die was hem min of meer opgedrongen.

Enerzijds kunnen professionals zich verdrongen voelen, anderzijds voelen vrijwilligers zich soms overvraagd, zegt Haanraadts in navolging van André Hudepohl. De voorbije maanden organiseerde ze discussieavonden met zo’n dertig vrijwilligers en mantelzorgers. Daar keerde de vraag over de reikwijdte van de verantwoordelijkheid van vrijwilligers steeds terug. ‘Als groep kwamen we er niet uit. Mensen spreken elkaar, en zelfs zichzelf, tegen op dit onderwerp: ze willen duidelijkheid en tegelijkertijd vrijheid van handelen.’

Haanraadts merkte dat de startpositie vaak doorslaggevend is. Vrijwilligers die altijd bij een zorgaanbieder hebben gewerkt en gewend zijn te opereren ‘in dienst’ van de professional, willen niet plotseling de verantwoordelijkheid krijgen over bijvoorbeeld de invulling van de dagbesteding. Vrijwilligers van een nieuw ‘huis van de wijk’ daarentegen zijn begonnen met het idee dat zij bepalen wat er gebeurt. ‘Mijn conclusie is: je moet geen harde grenzen trekken, want daar wordt niemand blij van. Je moet uitgaan van maatwerk.’

Reacties

vrijwilligerswerk moet wel vrijwillig en geen verplichting worden.
Wij zijn een vrijwilligersorganisatie die NED. les geeft aan buitenlanders,die geen duren school kunnen financieren.Vind wel dat je als vrijwilliger vaak een sociaal luistert oor moet hebben. De drempel is vaak lager om het tegen de vrijwilliger te zeggen dan naar een instantie moeten gaan. Wij fungeren daarom vaak met een doorverwijsfunctie hebben hele goede contacten met politie en gemeente.

Vaak is er geen beleid voor vrijwilligers. Men denk wel aan een financiële tegemoetkoming en soms aan een verzekering maar daar blijft het vaak bij. Ook denkt men dat de Activiteiten Begeleiders in een verzorgingstehuis wel weten wat er moet geregeld worden en is geregeld maar de praktijk wijst uit dat dit helaas niet zo is en zij, de AB-ers, afgerekend worden aan het aantal activiteiten die ze daadwerkelijk hebben gedaan. Door de toegenomen participatiedruk in de samenleving gebeuren er steeds meer activiteiten door vrijwilligers die voorheen door goed opgeleide professionals werden gedaan. Gevolg hiervan is dat er meer schade ontstaat bij hulpvrager en hulpverlener dan men oplost.
Kortom een dure bezuiniging.

Belangrijk om vinger aan de pols te houden m.b.t. de tijdsinvestering

belangrijk om de vinger aan de pols te houden.

Reageer op dit artikel

5 + 6 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.