Groot Europees onderzoek naar ervaringen van LHBTI personen van start

In gesprek met Juul van Hoof, werkzaam bij de European Union Agency for Fundamental Rights

17 juni 2019

Hoe staat het ervoor met de acceptatie en (sociale) veiligheid van LHBTI personen in Europa? Zijn er nationale of regionale verschillen? Is er een verbetering zichtbaar ten opzichte van een aantal jaar geleden? De Europese Unie hoopt deze vragen te kunnen beantwoorden aan de hand van een grootschalig onderzoek naar de ervaringen van LHBTI personen in alle achtentwintig EU-lidstaten plus Servië en Macedonië.

Een soortgelijk onderzoek is in 2012 voor het eerst uitgevoerd – in 2013 verscheen dit rapport op basis van de resultaten. Juul van Hoof, eerder werkzaam als projectleider op het gebied van LHBTI-emancipatie bij Movisie, is nu als seconded national expert gedetacheerd bij het European Union Agency for Fundamental Rights, het EU-orgaan dat dit LHBTI-onderzoek uitvoert. Ze werkt hard aan het bereiken van zoveel mogelijk respondenten. ‘Dit onderzoek staat of valt echt met het aantal respondenten. De vorige keer, in 2012, vulde een kleine honderdduizend mensen de vragenlijst in. Maar ook een zo divers mogelijke samenstelling van de groep respondenten is van belang, qua seksuele oriëntatie of genderidentiteit, maar ook andere kenmerken zoals handicap, etnische achtergrond of huidskleur, wat sommige LHBTI-personen nog kwetsbaarder maakt voor discriminatie.’

Naar de vragenlijst

Diversiteit

Met ‘divers’ doelt Van Hoof niet alleen op een goede spreiding qua nationaliteit en/of het land waar iemand woont, maar op tal van (identiteits)kenmerken. ‘We proberen  de survey per land bewust uit te zetten, bijvoorbeeld ook bij kleinere grassroots organisaties, een divers samengestelde groep respondenten te bereiken.’

Van Hoof benadrukt dat de vragenlijst dit keer door jongeren vanaf 15 jaar kan worden ingevuld, vorige keer was de minimumleeftijd 18 jaar. ‘Zo proberen we onder andere ook inzicht te krijgen in discriminatie en geweld op school.’ De vorige keer dat de survey werd afgenomen, vulden relatief weinig ouderen de online vragenlijst in. Daar wordt dit keer ook extra op ingezet.

‘Verder gaan we er natuurlijk voor dat elke letter in LHBTI goed is vertegenwoordigd in ons onderzoek. Als we werkelijk iets over specifieke ervaringen van biseksuele mensen of trans personen willen zeggen, dan moeten we daar natuurlijk wel genoeg gegevens over hebben verzameld.’

Intersekse

Een toevoeging dit jaar is dat er ook specifiek naar de ervaringen van intersekse personen wordt gevraagd. ‘Dat is uniek, er is nog niet eerder op zo’n grote schaal onderzoek gedaan dat intersekse meeneemt. Sinds 2012 is er veel veranderd op dit vlak, er is steeds meer internationale aandacht voor de mensenrechten van intersekse personen en wereldwijd zetten allerlei organisaties zich actief in voor deze groep. Wat vaak nog ontbreekt, is onderzoek naar de ervaringen van intersekse personen met discriminatie en uitsluiting.’

En het belang van zulk onderzoek moet niet worden onderschat. Voor de mensen om wie het gaat kan het van levensbelang zijn. Kwantitatief onderzoek dient niet zelden als basis voor het maken van nieuw beleid of het wijzigen van wet- en regelgeving. Zo gaan de resultaten van dit onderzoek in ieder geval gebruikt worden door de Europese Commissie om hun LHBTI-beleid vorm te geven. Het kan ook nationale overheden op scherp zetten. ‘Landen willen immers liever niet dat hun buurland het ‘beter’ doet dan zij’, denkt Van Hoof. ‘Bovendien kan het voor academici en andere onderzoekers aanknopingspunten bieden voor verder verdiepend onderzoek in een nationale of regionale context.'

Rond april 2020 wordt het rapport met de resultaten verwacht. De enquête kan, in het Nederlands of elke andere Europese taal, nog tot en met zondag 7 juli worden ingevuld.

Europees-onderzoek-lhbti