Gun mensen hun gelijkwaardigheid

12 maart 2019

Erik Dannenberg begon ooit als hulpverlener van daklozen. Nu is hij voorzitter van Divosa, de vereniging voor gemeentelijke leidinggevenden in het sociaal domein. Hij werd zich gedurende zijn loopbaan steeds meer bewust van uitsluitingsmechanismen. Een vraaggesprek over anders kijken en anders handelen en wat daarvoor nodig is.

‘Dat filmpje blijft me achtervolgen’, zegt hij lachend. Ruim drie jaar geleden is het alweer dat Erik Dannenberg een bijzonder staaltje van anders kijken - en anders bekeken worden - aflevert. Voor de start van het jaarcongres van Divosa staat hij voor de ingang van het congrescentrum geposteerd als straatnieuwsverkoper. Capuchon op, sjaal om, incognito. Verbazing alom bij de congresdeelnemers als hij even later spreker is op de bühne, hun nieuwe voorzitter, dezelfde man die ze net passeerden bij de ingang. Een filmpje op zijn eigen website (zie kader) herinnert nog aan zijn bijzondere entree bij Divosa. Waarom hij dat deed? ‘Om te weten hoe het is. Hoe het voelt dat mensen je anders bejegenen, soms langs je heen kijken. Het is zo goed om dat te ervaren. Omdat het je helpt om vanuit
mensen te redeneren.’

Kansarmoede

Hij is een bestuurder die in kalme, weldoordachte zinnen spreekt. Zijn levensmotto, zo stelt hij op zijn website: iedereen hoort erbij, iedereen doet ertoe, iedereen moet mee kunnen doen. Erik Dannenberg daagt mensen graag uit met oneliners om de werkelijkheid eens van een andere kant te bekijken, met andere woorden dan gebruikelijk. Want ook in de taal, juist in de taal, loert de uitsluiting, betoogt hij. ‘Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Waarom niet een arbeidsmarkt met afstand tot bepaalde mensen? Nog zoiets: het Nederlandse woord kansarmen legt het probleem bij bepaalde mensen. Het Vlaamse woord kansarmoede legt het probleem bij ons allen.’

Wie is Erik Dannenberg?

Erik Dannenberg (1964) is momenteel onder meer: voorzitter van Divosa, de vereniging voor gemeentelijke leidinggevenden in het sociaal domein; voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en welzijn NVTZ; voorzitter van de raad van toezicht van Viattence, wonen, zorg en welzijn tussen Zwolle en Apeldoorn. Hij was negen jaar wethouder in Zwolle met portefeuilles in het sociale en fysieke domein. Dannenberg startte zijn loopbaan als hulpverlener in de verslavingszorg en crisisopvang. Lees hier meer.

Een bewoner tegen een hulpverlener: Werk jij op mijn woonplek of woon ik op jouw werkplek?

Absolute uitvallers

Dat het zijn leidend motto is geworden om zich tomeloos in te zetten voor mensen die de dupe zijn van die kansarmoede, ‘is diep gevormd’ door twee dingen. Allereerst het werk dat hij twintig jaar deed in verschillende geledingen: van stagiair tot hulpverlener tot leidinggevende bij het Leger des Heils. ‘Ik werkte daar met de absolute uitvallers van de samenleving. Mensen met drie levensgrote problemen: geen onderdak, geen netwerk en geen geld. En daarnaast hadden ze met tal van andere problemen te kampen, zoals een verslaving en een laag IQ.’

Dadendrang

Hij gebruikt een metafoor: ‘Als hulpverlener was ik bezig het zeilbootje waarmee deze mensen aan lager wal waren geraakt, weer het water op te krijgen. Later kreeg ik steeds meer oog voor de uitsluitende mechanismen in de samenleving. Je kunt een slechte zeiler zijn maar het kan ook de harde wind zijn die jou op het strand doet aanspoelen.’ Als tweede reden van zijn dadendrang om zich in te zetten voor inclusie noemt Dannenberg zijn eigen lastige tienerjaren. ‘Mijn vader werd vrijwel blind, kreeg een hartaanval en overleed jong aan longkanker. Ik was zestien. Ik heb heel veel instabiliteit ervaren maar liep gelukkig aan tegen mensen die mij toen erg geholpen hebben. Uitnodigende handen om me heen. Ik heb aan den lijve ervaren wat het belang daarvan is.’

Gelijkwaardig

Dannenberg over anders kijken in het sociaal domein: ‘Waar ik scherp op let in de hulpverlening is gelijkwaardigheid. In de zorg hebben we heel veel bekostigd op behandelaar-patiëntrelaties en hulpverlener-cliëntrelaties. Daar zit iets onevenwichtigs in: ‘ik behandel jou, ik help jou’. We kunnen leren van de medische
wereld waarin shared decision making steeds normaler wordt. ‘Dokter, ik wil eerst weten of er andere mogelijkheden zijn. Zijn er meer ziekenhuizen en doen die andere dingen dan hier?’

Dus wij zijn een ander soort mensen?

Collega’s

Dus taal is een belangrijke impuls om in het sociale domein die gelijkwaardigheid te bevorderen? ‘Ja. We moeten uitkijken voor taal die vernederend is. Jij en ik verhuizen maar iemand die verstandelijk gehandicapt is, wordt geplaatst. En er is meer dan taal nodig om het anders kijken gemeengoed te laten worden. Een filmpje laatst, op ons eigen congres notabene, ik kon wel door de grond zakken. Een trotse werkgever die naast een groep werknemers staat met mutsjes op, werkzaam in de voedselproductie. ‘Kijk hier werken mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt!’ Je kunt ook zeggen: ‘Kijk, dit zijn mijn collega’s!’ Dat voorkomt dat je je verheft boven die ander.’

Toilet

Wat maakt dat we het anders gaan doen? Om in Cruyff-termen te spreken: je gaat het pas zien als je het doorhebt. Ik heb er het meest van geleerd als mensen knalhard teruggeven wat het met ze doet. Een voorbeeld: de cliëntenraad in het opvangcentrum waar ik ooit werkte, wees me fijntjes op het bestaan van een bewonerstoilet en een personeelstoilet. ‘Dus wij zijn een ander soort mensen?’ Zo’n opmerking komt aan. Mijn vrouw heeft me er ook eens op gewezen toen we met ons gezin kerst vierden in een opvang voor daklozen. Mijn dochter moest naar het toilet en ik gaf haar de sleutels waarmee ze in de personeelsruimte kon komen. ‘Dat moet je nooit meer doen’, zei
mijn vrouw en ze had gelijk. Die sleutels illustreerden dat er een plek is waar anderen geen toegang toe hebben. Ik had beter even mee kunnen lopen.’

Erik Dannenberg

Omklapwoningen

Het is complex en niet altijd gemakkelijk om het anders te organiseren, nuanceert hij. ‘Er zijn dossiers en soms zijn die afgesloten ruimten nodig. Het is inherent aan het systeem, je kunt het dus niet altijd voorkomen. Maar je bewust zijn van bejegening en het verschil in macht is een enorme pre.’ Nog een voorbeeld van iets dat scheef is. Een paar jaar geleden was Dannenberg voorzitter van de commissie Toekomst beschermd wonen. Hij sprak met veel mensen in beschermde woonvormen. ‘Ik hoorde dan: ‘Als het goed met mij gaat dan moet ik hier weg. Maar het gaat goed met me omdat ik met de buurvrouw kan praten, omdat ik mijn vaste loopje heb naar de Albert Heijn,  omdat ik mijn zaakjes eindelijk op orde heb. Waarom kan ik hier niet blijven en gaat de hulpverlener niet weg?’ We hebben als commissie toen het begrip ‘omklapwoningen’ benadrukt. De hulpverlener trekt zich steeds meer terug en mensen krijgen steeds meer zelfstandigheid. Laten we het vloerkleed niet onder iemand vandaan trekken op het moment dat het goed gaat.’

Wapperende vlag

Nog een rake opmerking die hij in die tijd optekende. ‘Iemand vertelde dat een bewoner peinzend aan een hulpverlener vroeg: ‘Woon ik op jouw werkplek of werk jij op mijn woonplek?’ Het was niet verwijtend bedoeld, zegt Dannenberg maar een existentiële vraag: ben jij er voor mij of ben ik er voor jou? De anekdotes over hoe het niet moet, blijft hij moeiteloos uit zijn mouw schudden. Over de wapperende vlag met het logo van de gehandicaptenzorgorganisatie op de stoep bij een appartementencomplex bijvoorbeeld. Gewone woonhuizen met een bel naast de deur. Maar die vlag maakt dat deze mensen als anders worden bestempeld en geen uitnodiging krijgen voor de buurtbarbecue, betoogt Dannenberg. ‘Ik heb mensen zien opbloeien toen ze vanuit de werkvoorziening bij een echt bedrijf gingen werken. Het jasje met het bedrijfslogo droegen ze met trots, ook in hun vrije tijd. Dat zou met het jasje van de werkvoorziening nooit gebeuren. We moeten toe naar het normaliseren van het gewone in zorg en arbeid. Gun mensen hun gelijkwaardigheid. Gun mensen hun beroepstrots. We zijn daar
als land zwak in.’

Transformatie

We zijn al een tijd onderweg met de transitie, de transformatie en de decentralisatie. Heeft dat tot grote verbetering geleid voor bijvoorbeeld dat normaliseren van het gewone? Dannenberg: ‘Het is een van de expliciete doelen geweest, onder meer het de-medicaliseren. Hulpverleners moeten meer de community als geheel ondersteunen. De scoop moet breder zijn dan enkel de persoon aan wie je hulp verleent. Tegelijkertijd: gras gaat niet harder groeien door eraan te trekken. Het nieuwe stelsel heeft het mogelijk gemaakt om anders te werken. Frappant genoeg gaat dat in een aantal kleinere gemeenten sneller dan in grotere.’ Wat minder denken vanuit instituties zou een belangrijke stap voorwaarts zijn, zegt hij aan het einde van het vraaggesprek. Hij beweegt zich veel in de wereld van toezichthouders van zorginstellingen. Hen stelt hij regelmatig een existentiële vraag. ‘Zit de waarde nu in onze organisatie, in onze rechtsvorm of in onze professionals? En zouden we de vorm waarin we hen ondersteunen niet eens moeten veranderen? Het gaat niet om het overleven als tent. Het gaat om het ondersteunen van je werkers.’

Dit artikel is verschenen in Movisies.