In Haarlem is waardevol werk het devies

10 juli 2019

In Haarlem hebben inwoners, professionals en ambtenaren samen het thema ‘waardevol werk’ uitgediept.

Zes ervaringsdeskundigen hebben in Haarlem gesprekken gevoerd met inwoners over de betekenis van werk. Een van de uitkomsten: het woord dagbesteding associëren we traditioneel gezien met dagverveling, met een gebrek aan perspectief en met het ontbreken van geloof in ontwikkelmogelijkheden van mensen. Als we willen dat inwoners volop participeren, dan gaan ze naar hun werk, ongeacht beperking, achtergrond, plek of inkomen uit uitkering dan wel indicatie. De zes ervaringsdeskundigen pleiten ervoor dat werk breed wordt opgevat: werk kan overal zijn en heel veel vormen van meedoen kun je werk noemen. Het uitgangspunt is: al het werk heeft waarde. Het is van belang om van dat werk banen te creëren.

Zeer plekje

Ook manager Hubert-Jan de With van Werkdag BV vindt dat iedereen die de handen uit de mouwen steekt het verdient om als werknemer gezien te worden. ‘Met bepaalde termen druk je steeds op een zeer plekje’, vindt hij. ‘Steeds bevestig je dat iemand geen normale baan kan vinden. Terwijl ze in feite gewoon werk verrichten.’ Werkdag BV noemt arbeidsmatige dagbesteding nu werk, cliënten zijn medewerkers en de cliëntenraad is de medezeggenschapsraad. ‘Werken is deel uit maken van de maatschappij met een doel en een goed gevoel. Ons ideaalbeeld is dat alle inwoners waardevol werk hebben.’

Alles is werk

Anna van Deth, adviseur Participatie van Movisie, begeleidde de doorontwikkeling van dagbesteding in Haarlem. ‘We mogen ervan uitgaan dat mensen bijdragen. Aan de samenleving, aan anderen, aan het milieu, aan de economie. Of dat nou via betaald werk gaat, via dagbesteding, via een beschutte werkplek of beschut bij een reguliere werkgever. Niet langer staat het aanbod centraal, maar iemands ontwikkeling en zijn of haar waardevolle bijdrage.’

Geld gekanteld

Als je de ontwikkeling van mensen voorop stelt, dan heeft dat gevolgen voor de organisaties die deze mensen ondersteunen, vonden ze in Haarlem. ‘Voorheen was ondersteuning een Wmo-maatwerkvoorziening,’ vertelt Anne-Ruth Leenman, projectleider transformatieprogramma sociaal domein bij de gemeente Haarlem. ‘Dat hebben we in 2017 gekanteld door een andere manier van financieren. Aanvankelijk ging het om zo’n vijftien organisaties die subsidie krijgen. Maar vanwege de gunstige resultaten willen we nu het complete aanbod op het gebied van groepsbegeleiding kantelen. We willen ook reintegratie in het kader van de Wmo en van de Participatiewet met elkaar verbinden. Voorheen waren dat gescheiden afdelingen. Daarvoor is ook een andere manier van aanbesteden nodig.’

Slimme aanbesteding

Beleidsadviseur Jan-Willem Duker bedacht een aanpak die in 2020 van kracht wordt: alleen netwerken van organisaties mogen aan de aanbesteding meedoen. ‘Zo garanderen we dat ze met elkaar samenwerken in plaats van elkaar beconcurreren, wat vaak het gevolg is van de traditionele manier van aanbesteden.’ Bovendien kiest Haarlem in de aanbesteding voor thema’s uit het dagelijks leven waarvoor de partijen gezamenlijk een programma kunnen indienen. Duker: ‘Dan hebben ze elkaar nodig en dan krijg je samenwerking.’ De uitkomsten van de doorontwikkeling dagbesteding zijn benut voor deze nieuwe subsidiesystematiek. Waardevol werk is nu een van de zeven thema’s in de sociale basis.

Afstandelijker

Sander Griek is een van de ervaringsdeskundigen die meepraatte over waardevol werk. Na twaalf jaar in de bijstand werkt hij nu in het team Participeren naar Vermogen van Movisie. ‘Een geweldige en positieve stap’, vindt hij het. Zelf woont hij niet in Haarlem en in zijn eigen woonplaats ervaart hij een andere benadering van de gemeente. ‘Nu ik niet meer onder de Wmo maar onder de Participatiewet val, is de benadering door de gemeente opeens een stuk afstandelijker’, vertelt hij. ‘Je moet alles bewijzen en overal formulieren voor invullen. Ik heb hier grote moeite mee. Hier valt nog veel winst te behalen.’

Wil je meer informatie? Neem dan contact op met Anna van Deth.

Tekst: Stan Verhaag