Hanny Heuvelink en de stofzuigeraffaire

17 december 2021

In ‘De stofzuiger van Hanny’ analyseert socioloog Thomas Kampen, scherp en aangrijpend, wat er mis kan gaan in de bijstand. Hanny is de Tilburgse uitkeringsgerechtigde Hanny Heuvelink, die na een ontwapenend optreden bij het TV-programma Op1 het symbool werd van hoe de menselijke maat in de bijstand uit beeld kan raken. Movisie interviewde Hanny over ‘haar’ boek.

Hoe vind je dat er een boek naar je genoemd is?

Hanny Heuvelink: ‘Bizar. Sinds april, toen dit begon te spelen, is mijn leven een rollercoaster.’

Wat was de aanleiding?

‘Mijn stofzuiger ging kapot en ik belde met de sociale dienst. Die zeiden: “Je kunt toch ook gewoon vegen.” Maar dat werkte helemaal niet. Dus nam ik weer contact op met de gemeente. Twee personen zouden bij mij thuis komen kijken, maar toen dat niet lukte omdat een persoon had afgebeld, kwam het voorstel om dan maar naar hen te komen, met de stofzuiger, om te zien of ie wel echt kapot was. Dus die heb ik achter op mijn fiets meegenomen. Toen kwam die man naar beneden en heeft in de wachtruimte waar allemaal mensen bij zaten, de stekker in het stopcontact gedaan, en zei: “Maar hij doet het niet.” Waarop ik zei: “Ik had je ook wel door de telefoon kunnen laten horen dat ie kapot was.” Nou, toen mocht ik gaan. Maar de beveiliger kwam achter me aan dat ik de kapotte stofzuiger wel weer moest meenemen, dus die heb ik weer achter op de fiets gebonden. Op de terugweg ging ik echt door mijn hoeven en zat ik huilend op mijn fiets. Ik dacht: Zie je wel, je hebt niks, je bent niks. Toen kreeg ik een brief thuis en daarmee mocht ik naar een elektronicazaak met een gigantisch logo van de gemeente Tilburg. Op de afdeling stofzuigers mocht ik er een uitzoeken. De verkoper weet dan al gelijk dat je via de gemeente komt en dan mag je met diezelfde brief ook nog eens langs de kassa… Zo vernederend. Het was dat ik die stofzuiger echt nodig had, anders had ik gezegd: “Stop hem maar ergens waar het heel donker is.”’

Het ging me om het systeem dat zo krom is als een hoepel

Hoe kwam je terecht bij Op1?

‘Onze wethoudster, Esmah Lahlah, heeft een maand lang op bijstandsniveau geleefd, gewoon om te ervaren hoe dat was. Toen wilde het Brabants Dagblad een dubbelinterview doen, met haar en iemand die al langdurig in de bijstand zat. Daarvoor hebben ze mij gevraagd en dat heeft toen in de krant gestaan. Op die dinsdag belde Op1 of ik op woensdag in de uitzending wilde komen. Ze zeiden: “Je mag ook nee zeggen”, maar ik heb ja gezegd tegen dat interview in de krant en ik vond dat ik het nu ook moest afmaken. Dat gesprek is op 14 april uitgezonden en wat er toen gebeurde, half Nederland ontplofte. Ik kreeg wel 28 stofzuigers aangeboden. Esmah kreeg de vraag wie bij de dienst Werk en inkomen die persoon was geweest die had voorgesteld om met mijn stofzuiger op het stadhuis te laten komen. Daar kon ze geen antwoord op geven omdat dat er niet toe doet. Daar ging het me niet om, het ging om het systeem dat zo krom is als een hoepel. Dit gebeurt dus gewoon.

Er kwam ook een reactie van GroenLinks uit Den Haag. Die hadden contact gezocht met de woordvoerder van de gemeente en die belde me daarna op. We mochten naar Den Haag komen voor een gesprek. Dat was met Senna Maatoug. Dat was gewoon zo overweldigend. We hebben toen anderhalf uur gesproken, en ik ben ook nog per ongeluk premier Rutte tegen het lijf gelopen.’

Heb je ook nog met de premier gesproken?

‘Ja. Van tevoren had ik tegen mijn omgeving gezegd: “Joh, als ik hem tegenkom, dan ga ik voor hem staan en zeggen: Sorry, ik heb helemaal geen actieve herinnering aan u.” Maar ja, ik durfde niet alleen naar het Binnenhof. Ik heb wel Twentse humor maar je moet je natuurlijk wel aan Den Haag aanpassen en alles netjes verwoorden. Dus Ralf Embrechts (van Stichting Quiet) is met mij meegegaan. En wij lopen daar op het Binnenhof en hoorden: “Daar komt ie.” Maar we konden niet zien wie het was. En toen kwam Rutte opeens de hoek om. En hoe ik het gedaan heb, weet ik serieus waar niet, maar ik stond voor hem en we hebben geëlleboogd en ik heb toen daadwerkelijk tegen hem gezegd: “Sorry meneer, maar ik weet eigenlijk niet wie u bent want ik heb eigenlijk helemaal geen actieve herinnering aan u.” Hij zei tegen mij: “Ik herken u wél.” Ik dacht dat zeg je ook maar zo, maar later bij Groen Links bleek dat dat televisiefragment is vertoond in de Eerste en de Tweede Kamer toen de Participatiewet werd behandeld. Dus’, - lachend - ‘als het in Den Haag nu gaat over de Participatiewet gaat het over de stofzuiger van Hanny.’

Hanny met een stofzuiger

Later in het gesprek komt Hanny op haar ontmoeting met premier Rutte terug: ‘Kijk, Rutte durfde in 2017 glashard, met droge ogen te zeggen: “Armoede bestaat niet. Naar het inkomen gekeken is er geen reden tot armoede.” En als daar later naar gevraagd wordt, zegt hij: “Daar heb ik geen actieve herinnering aan.”  Dan denk ik: zo zal de armoede in Nederland nooit veranderen!’

Wat heb je de Kamerleden gezegd?

‘Ruim een uur hebben we gepraat, onder andere over de Jeugdzorg. Dat die niet menselijk is. Vanuit Den Haag roepen ze dat mensen toeslagen laten liggen, terwijl ik denk: Belastingdienst, jullie laten mensen stikken. Jullie weten dat ze er recht op hebben. De meeste belastingen zijn gekoppeld aan de gemeente, dus de gemeente kan zo zien: Wij hebben hier iemand met een uitkering en we zien dat die geen toeslagen aanvraagt, die gaan we eens even bellen. En dat gebeurt dus niet terwijl dat toch eigenlijk heel simpel is. Ze weten alles van je bij de gemeente. Koppel dat en nodig zo’n meneer of mevrouw uit voor een gesprek. Dan is het met een paar muisklikken voor elkaar.’

Hoe reageerden ze?

‘Dan kijken ze je aan of je net het wiel hebt uitgevonden. Ik heb ook gezegd: “Als ik een krop sla nodig heb, weet ik waar ik moet zijn. Maar als ik bij de gemeente iets nodig heb dan moet ik naar zes loketjes en bij de zevende krijg ik dan eindelijk een kropje sla, maar die is dan allang verlept. Dat kan toch veel sneller.

Ik heb veel reacties gehad van mensen die nooit met een uitkering te maken hebben gehad en die zeiden: “We wisten niet dat dit zo erg was. Wat vernederend.” Die kijken nu met andere ogen naar mensen met een uitkering en wat die moeten doorstaan. Dus ik heb wel wat bereikt, ook al sta ik nu bekend als de jankende stofzuigster. Dat boeit me helemaal niks. Als het wat verandert wil ik best nog een keer met een stofzuiger jankend door de Tweede Kamer lopen.’

Wat voor vrijwilligerswerk doe je bij Quiet?

‘Dat is een stichting in Tilburg die doet aan armoedeverzachting. Die is vijf jaar geleden opgericht door Ralf Embrechts en meneer Lips, de directeur van Safaripark de Beekse Bergen, eigenlijk als een tegenhanger van de Quote. In oktober kwam het derde nummer van de Quiet 500 uit vol foto’s en verhalen. Het is in Tilburg begonnen. Zij zijn de horeca, de winkeliers, de kappers gaan vragen: “Kunnen jullie ons sponsoren?” Bijvoorbeeld door een keer per maand of een keer per week een tafeltje vrij te houden voor iemand met een uitkering, zodat die ook eens een avondje uit kan. Inmiddels is dat heel groot en heel breed geworden, nu op zo’n 12, 13 plekken in Nederland. Daar ben ik vier jaar geleden begonnen als vrijwilligster.’

Wat doe jij precies?

‘Op dinsdag is er inloop met de members om elkaar te ontmoeten. Met een kopje koffie of thee en wat lekkers erbij. Dat verzorg ik met een team. Daarnaast zit ik in het Belteam. We bellen de “members”, zoals onze deelnemers heten, op, bijvoorbeeld over een verloting van 50 kaartjes voor een concert of een theater. Dan bel ik: “Goh mevrouw, gefeliciteerd! U heeft gewonnen.” Taak 2 is bellen om members eraan te herinneren dat ze nog twee dagen hebben om hun aanbieding te verzilveren. Lukt dat of lukt dat niet? De derde taak is om mensen te vragen waarom ze een aanbieding hebben laten verlopen. Is er iets gebeurd? Of kunnen we ergens mee helpen? En dan zit ik nog in het poetsteam dat op vrijdag de ruimtes van Quiet schoon maakt. We zijn met 20 tot 30 vaste vrijwilligers.

Bij de gemeente moet je van alles bewijzen, bij Quiet niet

Bij de gemeente moet je van alles bewijzen. Bij ons niet. Natuurlijk moet er wel ergens een grens zijn. De eerste voorwaarde is dat je bij de voedselbank of Stichting Leergeld bekend bent. We hebben nu al zo rond de 1800 members en we begonnen met 200. Dat is natuurlijk eigenlijk diep triest. Natuurlijk hebben we ook members die op een bepaald moment zeggen: “Ik heb weer een baan gevonden en ik hoef die aanbiedingen niet meer”, en laten zich uitschrijven. Maar vanuit Quiet zeggen we niet: “Je hebt nu een baan en je mag niet bij Quiet blijven.” Dat is aan de members zelf. Want je kunt dan wel een baan hebben maar als je vijf euro boven het minimumloon zit heb je nog niets te besteden.’

Welke tips zou je gemeenten of consulenten willen geven om beter met situaties zoals waarin jij terecht kwam om te gaan?

‘Weet wie er op uw spreekuur komt. Weet wie je voor je hebt. Spreek die persoon aan met “Welkom meneer Jansen. Goedemorgen mevrouw Pieterse. Ik weet waarvoor u komt en ik heb al het een en ander voor u opgezocht. We gaan even zitten.” Het gaat om dossierkennis en menselijkheid. Weet je hoe vervelend het is om elke keer weer van voren af aan je verhaal te moeten vertellen. Op een gegeven moment weet je ook niet meer wat je moet vertellen want dan komt er zoveel informatie op iemand af. Die valt dan helemaal in katzwijm en denkt: “Mijn god, wat is dit?” Daar heb ik helemaal geen zin meer in en ik doe dat ook niet meer.’

De stofzuiger van Hanny - Naar meer menselijkheid in de bijstand

De Participatielezing 2021 door Thomas Kampen is op veler verzoek ook als essay in boekvorm gepubliceerd. Kampen, specialist op het terrein van de bijstand, gaat op zoek naar situaties waarin cliënten van de bijstand zich aangetast voelen in hun waardigheid. Aan de hand van concrete gevallen laat hij zien wat er misgaat, bijvoorbeeld wanneer regelgeving de voorrang krijgt boven primaire levensbehoeften of wanneer regels basale hulp van familie en vrienden onmogelijk maken. Angst en eenzaamheid zijn het gevolg. Naast regels die verkeerd uitpakken, heeft Kampen ook oog voor de professionals die werkzaam zijn bij de sociale diensten. Zijn zij in staat tunnelvisies te vermijden en de menselijke maat steeds toe te passen? Prijs: € 5,00. Dit essay is te koop in de webshop van Movisie.

Tekst: Paul van Yperen

Portretfoto: MacSiers Imaging