Hardnekkige vooroordelen beperken biseksuelen

artikel - 2 juli 2015

Veel biseksuelen vertellen niet dat ze biseksueel zijn. Als ze dat wel doen, krijgen ze vaak negatieve reacties, ook van homoseksuelen. Er is kennis nodig om die vooroordelen te doorbreken. Daarom schreven Movisie en het Landelijk Netwerk Biseksualiteit (LNBi) een feitelijke handreiking.

Voor de handreiking Biseksualiteit: 10 keer vraag en antwoord verzamelden de auteurs, Hanneke Felten van Movisie en Emiel Maliepaard van het LNBi studies om antwoord te geven op tien vragen. Feitelijke vragen zoals: wat is biseksualiteit, zitten biseksuelen vaak in de kast?, en: hoe staat het met hun veiligheid? Maar ook praktische vragen voor gemeenten en maatschappelijke organisaties. Wat kunnen zij doen om vooroordelen te verminderen en de positie van biseksuelen te versterken?

Emiel Maliepaard is onderzoeker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Wat is volgens hem het grootste probleem rondom biseksualiteit? ‘Er bestaan veel vooroordelen over biseksualiteit. Dat biseksuelen niet betrouwbaar zouden zijn, bijvoorbeeld. De vraag is dus of biseksuele jongens, meiden en anderen wel uit kunnen komen voor hun seksuele identiteit. In onderzoek geven jongeren bijvoorbeeld aan dat biseksuele jongens niet bestaan, en dat biseksuele meisjes vooral meelopen met de hype, dus niet echt biseksueel zijn en dat ze helemaal geen biseksuelen kennen, terwijl zo’n 10 procent van de gemiddelde schoolklas gevoelens heeft voor meer dan één sekse. Ze moeten er dus zijn, maar ze komen niet uit de kast. Om vooroordelen te verminderen hebben we voor deze handreiking op een rijtje gezet wat er bekend is, bijvoorbeeld over discriminatie en bi-fobie.’

'Die tegenstellingen zijn niet zo streng'

Zich voordoen

Zo’n 3 procent van de mannen en 3 procent van de vrouwen noemt zich biseksueel. Maar de groep die zich aangetrokken voelt tot meer dan één sekse is meer dan 10 procent van de bevolking. Er zijn dus veel mensen die zich niet biseksueel noemen, maar wel relaties aangaan of seks hebben met mensen van meer dan een sekse.

De auteurs van de handreiking beperken hun definitie van biseksualiteit echter tot de mensen die zichzelf bi noemen: iemand is pas bi als hij of zij zichzelf zo noemt. Het zijn mensen die ‘zich ervan bewust zijn dat ze zich aangetrokken kunnen voelen – romantisch of seksueel – tot meer dan één sekse’, zo citeren ze een Noord-Amerikaanse activist. Dit hoeft niet op hetzelfde moment te zijn. En het is ook zo dat biseksuelen niet altijd in dezelfde mate op mannen als op vrouwen vallen. Feit is dat een heel groot deel van de bi’s er niet voor uitkomt. Er zijn dan ook weinig goede rolmodellen die probleemloos biseksueel zijn. Waarom? Emiel Maliepaard: ‘Uit een studie in de Verenigde Staten blijkt dat biseksuelen niet uitkomen voor hun seksuele identiteit omdat er te veel vooroordelen leven over biseksualiteit. Ze doen zich daarom voor als hetero of homo en worden daarmee als biseksueel onzichtbaar. Ik ben nu aan het onderzoeken hoe dat precies zit in Nederland.’

Net als ieder ander

Vooroordelen over biseksuelen komen zowel onder hetero’s als onder homo’s voor. Van twee walletjes eten, niet kunnen kiezen, aandacht trekken. Uit het Pink Panel, een Amsterdams onderzoek uit 2014 onder ruim 800 respondenten, bleek dat veel homo’s en lesbo’s niet willen daten of een relatie willen met een biseksueel. Ze denken dat de ander onbetrouwbaar is, niet loyaal of het andere geslacht zal blijven missen.

Een veel voorkomende misvatting is dan ook dat biseksuelen per se tegelijkertijd seksuele of romantische relaties met mensen van beide seksen willen. Dat hoeft niet zo te zijn. Biseksuelen kunnen net als ieder ander monogame, open of polyamoureuze relaties aangaan. In de handreiking schrijven de auteurs: ‘Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen parallelle en seriële biseksualiteit. Parallelle biseksualiteit betekent dat iemand binnen een relatie seksuele relaties wil met mensen van meer dan één sekse. Terwijl seriële biseksualiteit aangeeft dat iemand exclusief voor één partner kiest binnen een relatie (Kuppens, 1996).’

Gezondheid en werk

Of het nu door vooroordelen komt of niet, de verschillen op het gebied van gezondheid zijn frappant. Biseksuelen hebben gemiddeld een slechtere fysieke en psychische gezondheid dan de rest van de bevolking, in veel gevallen ook slechter dan homoseksuelen. Ze roken en drinken meer, scoren hoger op gevoelens van eenzaamheid en depressie, en doen vaker een suïcidepoging bijvoorbeeld. Ook komen hiv en soa niet zelden voor onder biseksuele jongeren. Emiel Maliepaard: ‘Dat zijn ernstige gegevens als je ze op een rijtje zet. Er worden echter nog geen oorzaak-gevolg verbanden gelegd in bestaand Nederlands onderzoek. Daarbij besteden we in de handreiking ook aandacht aan de veiligheid van biseksuelen en hun positie op de werkvloer. Zo blijkt dat veel biseksuelen ook op hun werk niet uit de kast zijn, en relatief veel arbeidsconflicten hebben.’

Expliciet aandacht

Wat moeten gemeenten met deze gegevens? ‘Gemeenten voeren de regie in het voorkomen van uitsluiting en discriminatie en de zorg voor kwetsbare burgers, ongeacht hun seksuele voorkeur.’, zo staat in de handreiking. Waar veel gemeenten aandacht besteden aan de positie van LHBT’s (lesbische vrouwen, homomannen, biseksuelen en transgenders), gaan de biseksuelen vaak kopje onder in die afkorting. Emiel Maliepaard: ‘Tegelijkertijd rechtvaardigen de onderzoeksgegevens extra aandacht, juist omdat biseksuelen vaker in de kast zitten en met meer problemen worstelen.’ Gemeenten kunnen bijvoorbeeld in monitors rondom gezondheid expliciet toetsen onder de bevolking hoe het staat met biseksuelen in de gemeente. Ook kunnen ze in hun veiligheidsbeleid specifieke aandacht vragen voor discriminatie en geweld tegen biseksuelen. En als regisseur of subsidiegever kunnen ze uitvoerders die zich richten op voorlichting over seksuele diversiteit, vragen om expliciet aandacht te besteden aan biseksuelen.

Goede mensen

Op de lange termijn moet die aandacht de eenzijdige beeldvorming doorbreken, aldus onderzoeker Maliepaard. ‘Onzichtbaarheid van biseksuelen heeft te maken met de uitsluitende tegenstellingen tussen man en vrouw, hetero en homo. In die strikte indeling kun je niet allebei zijn, of allebei leuk vinden. Maar in het echte leven is ieder mens anders, en zijn die tegenstellingen niet zo streng.’ Emiel is zelf openlijk bi, en heeft ook wel eens rare reacties gehad. ‘Dat ze verbaasd reageerden, zo van: hè, ik dacht dat je homo was.’ Maar hij ervaart ook dat het anders kan: ‘Gelukkig heb ik hele goede mensen om me heen.’

Artikel geschreven door Mariette Hermans: freelance journalist en tekstschrijver.

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 10 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.