Het herstelproces van mannen die seksueel misbruik hebben meegemaakt

Wat werkt?

9 september 2014

Wat moeten hulpverleners én mannen die seksueel misbruik hebben meegemaakt, weten over het herstelproces? Dit artikel is een eerste aanzet om deze vraag te beantwoorden vanuit publicaties van vier praktiserende hulpverleners. Drie onderwerpen keren in alle publicaties terug: voorlichting en informatie (over wat seksueel misbruik is en wie welke verantwoordelijkheid heeft), overleven en overlevingsgedrag en verwerken.

Informatie over de fasen in het herstelproces van mannen die seksueel misbruik hebben meegemaakt is van groot belang. Hulpverleners kunnen daarmee hun interventies afstemmen op de fase waarin de cliënt zit, zodat hij beter wordt geholpen. Mannen die misbruikt zijn, weten waar ze aan toe zijn en in welke fase ze verkeren.

 

Voorlichting en informatie

Veel plegers misleiden hun slachtoffers met verkeerde informatie. Omdat veel mannelijke slachtoffers in hun kindertijd misbruikt zijn, geloven ze vaak (ten dele) nog steeds wat hen toen is wijsgemaakt. Ze geloven dat ze het zelf wilden (ze raakten opgewonden) en/of dat ze zelf mede verantwoordelijk waren. Het belangrijkste doel van de hulpverlening is, wat er gebeurd is in het juiste perspectief plaatsen. Dit houdt in het slachtoffer duidelijk maken dat zij:

  • als kind werden misleid;
  • de situatie en gevolgen niet konden overzien;
  • nooit schuldig kunnen zijn aan wat een volwassene hen aandeed.

Als hulpverlener is het goed om op de hoogte te zijn van de verschillende fasen bij verwerking en je cliënt te helpen met het doorlopen ervan.

Overleven en overlevingsgedrag

Seksueel misbruik is in de kern misbruik van vertrouwen. Mensen die als kind misbruikt zijn, vertonen daarom wantrouwend gedrag, ook wel ‘overlevingsgedrag’ genoemd. Hulpverleners moeten weten welk overlevingsgedrag typisch mannelijk is:  

  • Herdefiniëren van opvattingen over mannelijkheid. Sommige mannen worden enorm kwetsbaar, anderen juist erg agressief en dominant in hun opvattingen en gedrag.
  • Gevoelens van schaamte voor de eigen kwetsbaarheid. ‘Een man is geen slachtoffer’ en/of sterk bagatelliseren van wat er is gebeurd.
  • Verwarring over seksuele voorkeur. Mannen worden vaak door mannen misbruikt en hebben tijdens het misbruik lichamelijke opwinding (erectie, orgasme) ervaren.
  • Gevoelens beheersen door sterk te rationaliseren.

Daarnaast gebruiken mannen - net als vrouwen die seksueel misbruikt zijn – dissociëren als overlevingsstrategie. Dissociëren is de emotionele beleving van het misbruik loskoppelen van wat er fysiek gebeurt. Later kan dit leiden tot herbelevingen en problemen met intimiteit en seksualiteit. Overlevingsstrategieën gaan op de lange termijn tegen het slachtoffer werken. Dit is een reden waarom veel mannen er zo lang over doen om hun ervaringen te verwerken. Ze moeten eerst op een punt komen dat ze zich realiseren dat er maar één weg overblijft: de rechtstreekse confrontatie aangaan met de pijn, en de illusie van controle via andere wegen loslaten. Dat punt vormt het uur van de waarheid, het moment waarop mannen een beslissing nemen om ‘iets’ te doen met hun ervaringen. Mannen – zo is bekend – wachten vaak veel langer met hulp zoeken dan vrouwen, soms tot ze met hun rug tegen de muur staan.

Verwerken

De weg naar verwerking is niet snel en gemakkelijk, terwijl mannen dat wel graag zouden willen. Onderweg komen mannen obstakels tegen die deels te maken hebben met manieren die de pleger heeft gebruikt om het slachtoffer te laten zwijgen en die lang doorwerken: dreigementen (angst), omkopen, leugens, misbruik van de loyaliteitsgevoelens van de jongen en van andere betrokkenen.

Fasen of stappen

In de vier publicaties worden fasen in de verwerking genoemd en processen die van belang zijn. Schouten (2013) is daarin het meest expliciet.

Erkenning

Schouten en Hutsebaut noemen de eerste stap ‘Erkennen wat je hebt meegemaakt en de gevolgen’. Schouten stelt dat het belangrijkste obstakel daarbij bagatelliseren is. Veel mannen blijven maar tegen zichzelf zeggen dat het allemaal niet zo erg was, dat het toch maar een enkele keer plaatsvond etc. Pas later in het leven komen mannen er achter dat ze veel moeite hebben met relaties door het misbruik. Hutsebaut zegt dat mannen aan het begin van het verwerkingsproces nog heen en weer geslingerd kunnen worden tussen weten en geloven dat het gebeurd is en ontkennen of bagatelliseren. Achtergronden van dit proces zijn: het is te pijnlijk om er aan te denken; ze willen geen familieleden beschuldigen of iemand waarvan ze dachten dat ze ‘ervan hielden’ verliezen; ze willen liever niet aan die boot schudden en alles de ogenschijnlijke kalme zee laten die het nu lijkt te zijn. (Hutsebaut, 2011, pag. 15). Hierin klinkt door dat wanneer de pleger een familielid is, loyaliteit en relatieve gemoedsrust belangrijke krachten zijn die slachtoffers ervan weerhouden om het gebeurde onder ogen te zien. Gartner (2005) noemt de start van het verwerkingsproces verantwoordelijkheid nemen om zichzelf te helpen, waarbij hij een onderscheid maakt tussen ‘verantwoordelijkheid nemen voor je gedrag, je volwassen verantwoordelijkheden, je overtuigingen, je herstel, je vertrouwen en je relaties met anderen’.

Het zwijgen doorbreken

‘Het doorbreken van het zwijgen’ is de volgende stap, waarmee de obstakels voor het eerst worden overwonnen. Lew (2004) adviseert mannen om te blijven zoeken en vertellen totdat er echt naar hen geluisterd wordt, omdat dat helend werkt. Voor hulpverleners is het belangrijk om de eerste voorzichtige onthullingen serieus te nemen en er op door te vragen. Want daarbij kunnen nog steeds de twijfels over misbruik en de consequenties ervan aanwezig zijn. Vertrouwen speelt daarbij een grote rol. Wat geeft de cliënt prijs, wat niet en wanneer? Schouten noemt dit voor de mannelijke cliënt een oefening om zijn zelfvertrouwen weer terug te krijgen: ‘Maak van je verhaal iets kostbaars, iets wat van jou is.’ ‘Vertellen’ kent vele creatieve vormen: schrijven, beeldende kunst, film (Lew, 2004). Hulpverleners kunnen dit proces ondersteunen en stimuleren.

Verbreken innerlijke relatie met pleger

Een onderwerp dat alle auteurs noemen als stap in het herstel is ‘Het verbreken van de innerlijke relatie met de pleger’. De pleger en zijn gedrag hebben dan namelijk geen (symbolische) macht meer over je. Schouten noemt dit ‘het loskomen van je verhaal, je ervaring’. Hutsebaut verwoordt dit met de uitspraak dat mannen slachtoffer geweest zijn, maar nu geen slachtoffer meer zijn. Lew geeft aan dat je dan de innerlijke vastberadenheid voelt om nooit meer je te laten onderwerpen en dat je respect verdient. Lew tekent daarbij aan dat de levensechte confrontatie met de pleger niet het doel is van herstel, maar een middel kan zijn. Hulpverleners kunnen dit proces ondersteunen door na te gaan op welke momenten en in het contact met wie dit nu speelt en hoe daar verandering aan te brengen.

Betekenis geven

Verwerken is een langdurig proces. 'Betekenisgeving aan de ervaring' is de laatste fase ervan. Op orde zijn met de dader/pleger en het besluit of je de dader kan vergeven of niet. Deze fase maakt de ervaring eigenlijk pas af. Leer een antwoord te vinden op de vraag: ‘Dit heeft mij moeten overkomen omdat…..’ of: ‘Als ik dit niet had meegemaakt dan had ik niet….’. Eigenlijk geef je na alle verwarring en pijn een positieve wending aan de ervaring, geef je er zin en betekenis aan. (Schouten, 2010). Lew maakt in het hoofdstuk ‘Moving on’ duidelijk dat dit process nooit eindigt: ‘There is no specific moment when recovery ends (…) you begin a journey of exploration and education’.

Geraadpleegde bronnen

  • Lew, M. (2004). Victims no longer. New York: Harper, tweede herziene editie.
  • Gartner, R. (2005). Beyond betrayal: taking charge of your life after boyhood sexual abuse. Hoboken: Wiley.
  • Hutsebaut, C. (2011). Gekwetste jongens, heldhaftige mannen. Carine Hutsebaut.
  • Schouten, P.J. (geraadpleegd in 2013. Seksueelmisbruik.info.