Hoe anders is een roze gezin?

‘Voorkom valkuilen in de begeleiding van niet-hetero gezinnen’
artikel - 31 oktober 2014
Homo-ouders

Één papa en één mama: veel professionals verwachten dat dit beter is dan andere gezinsvormen. Bij kinderen van lesbo’s, homo’s, bi’s en transgenders hebben zij meer zorgen over de ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt echter dat het welzijn van kinderen uit ‘roze gezinnen’ even goed - of zelfs beter - is dan die van leeftijdsgenoten. En dat bijvoorbeeld jongens niet perse een mannelijk rolmodel nodig hebben.

Hanneke Felten, auteur van de handreiking Roze Ouderschap: ‘Nu steeds meer mensen hun kinderwens vervullen op niet traditionele wijze, is het belangrijk dat dit soort vooroordelen verminderen.’

Van kind naar kinderwens: veel mogelijkheden

Voor lesbische vrouwen, homomannen, biseksuelen en transgenders is het vaak een heel proces om een kind te krijgen. Zij moeten goed nadenken over alle mogelijkheden: adoptie of pleegzorg, draagmoederschap of co-ouderschap, een donor via de spermabank of een donor uit de eigen omgeving? De nieuwe handreiking Roze Ouderschap biedt daarom een overzicht van de verschillende mogelijkheden om van kinderwens naar kind te komen.

Auteur Hanneke Felten: ‘Uit onderzoek blijkt dat het inschakelen van een donor in een heterorelatie kan leiden tot spanningen, omdat de ouders hier niet of pas op late leeftijd met hun kinderen over praten. Bij vrouw-vrouwkoppels is dit meestal niet aan de orde. Zij informeren hun kind doorgaans wél over de donor, want het bestaan van een kind is anders ook moeilijk te verklaren.’

Mark (transman): ‘Een verlangen om moeder te worden heb ik nooit gehad. Het ouderschap is pas een wens geworden op het moment dat ik zelf als man ging leven en rond me heen vaders met kinderen zag. Ik denk dat ik het hele kinder-idee verwierp omdat zwanger zijn me vreselijk leek. Inmiddels woon ik samen met mijn vriendin en hebben we twee kinderen: een kind is geboren via donorinseminatie bij mijn vriendin en een kind via binnenlandse adoptie.’


Kwaliteit ouderschap belangrijker dan sekse

Zowel nationale als internationale onderzoeken van onder meer dr. Henny Bos laten zien dat de emotionele en gedragsontwikkeling van kinderen uit roze gezinnen nauwelijks verschilt van leeftijdsgenoten. Hetzelfde geldt voor hun intelligentie en voor de sekserol die kinderen ontwikkelen. Felten: ‘Opvallend is dat uit onderzoek blijkt dat jongetjes helemaal geen mannelijk rolmodel nodig hebben om zich gezond als man te kunnen ontwikkelen. Het gaat om de kwaliteit van ouderschap en het lijkt weinig uit te maken of de ouder man, vrouw, homo of hetero is’.

Jongeren van twee moeders blijken minder sociale en psychische problemen te hebben dan leeftijdsgenoten. En de kwaliteit van de ouder-kindrelatie is hoger bij lesbische moeders die het kind niet gebaard hebben dan bij vaders in vrouw-manrelaties. Hoe kunnen deze positieve onderzoeksresultaten verklaard worden? Felten: ‘Roze ouder word je niet zomaar, het is nooit een ongelukje. De kinderen van roze ouderen zijn daarom meer dan gewenst’.

Pepijn (co-ouder): ‘Als mensen horen van ons vieroudergezin zijn ze meteen enthousiast en willen ze weten hoe het zo gekomen is. Regelmatig volgt dan de vraag: wie is de vader van jullie twee? Mijn antwoord is steevast: de kinderen hebben twee vaders en twee moeders. Dan volgt de in mijn ogen nog indiscretere vraag: maar wie is de echte vader? Als ik vraag waarom ze dat willen weten volgt er meestal geen duidelijk antwoord.’


Omgaan met negatieve oordelen

Wat een roze gezin vooral anders maakt, is de stigmatisering van de buitenwereld. Zij weten dat een nieuwe docent, huisarts of buur een oordeel over hen kan vormen. Hierdoor zijn ze bang voor discriminatie en kan zogenaamde ‘minderheidsstress’ ontstaan. Vaders die te maken kregen met negatieve reacties uit hun omgeving op hun ouderschap, voelen zich bijvoorbeeld onzekerder en minder competent dan andere vaders.

Hoe kunnen roze ouders en hun kinderen zich weren tegen negatieve oordelen van anderen? Felten: ‘Ouders kunnen bijvoorbeeld een school zoeken met aandacht voor seksuele diversiteit, contact leggen met andere roze gezinnen en kinderen weerbaar te maken tegen LHBT-fobie. En professionals die roze gezinnen begeleiden moeten leren niet uit te gaan van rolpatronen van hetero’s en niet-transgenders, maar goed in kaart brengen welke rol ieder gezinslid heeft in het roze gezin.

Martine (meemoeder): ‘Veel mensen gaan ervan uit dat mijn vrouw meer zorgt voor onze dochter dan ik, omdat mijn vrouw de zwangerschap heeft gedaan. Maar in werkelijkheid besteden we evenveel tijd aan de opvoeding en zorg voor onze dochter. Bij de man-vrouwkoppels om mij heen is het vaak anders: daar is het meestal de vrouw die minder werkt en de kinderen uit de crèche haalt. Bij ons is dat gewoon gelijk verdeeld.'
 

Meer praktische tips, wetenschappelijke kennis, informatie over wetswijzigingen en ervaringen van roze ouders staan samengevat in de nieuwe handreiking Roze Ouderschap.

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 10 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.