Hoe een buurttuin de sociale cohesie versterkt

Kippen, eieren en een hekje

16 november 2021

Arend Wesdijk is een van de initiatiefnemers van buurttuin Kempenaar in Barendrecht. Wat een saai gemeenteplantsoen was in een rustige buurt, is nu een groene oase waar mensen elkaar ontmoeten. Zijn tip voor andere initiatiefnemers: ‘Ga het gewoon doen. Als je wacht op de overheid, ben je zo een paar jaar verder.’

Hoe is buurttuin Kempenaar ontstaan?

‘Dat is organisch gegaan. We hadden helemaal geen plannen om een buurttuin op te zetten. Er lag op een andere plek in het dorp een stuk grond braak voor woningbouw. Dat gebied ging snel achteruit. De woningbouwvereniging deed een oproep: wie wil dat terrein onderhouden? Nou, dat wilden wij wel. We betrokken lokale vluchtelingen bij het initiatief, kinderen hielpen mee en er liepen kippen rond. Toen dat project stopte, hebben we de kippen meegenomen naar onze eigen buurt en daar los laten lopen.’

En dat werd een tuin?

‘Die kippen leverden reacties op. De meeste buurtbewoners vonden het leuk en gezellig. Anderen waren bang dat de kippen overreden zouden worden. Weer anderen hadden last van de uitwerpselen. Op verzoek van omwonenden hebben we een hek om de tuin gemaakt. Eigenlijk wilden we dat niet, want een hek sluit de tuin af. Het hek is neergezet in overleg met de gemeente. Door dat hek kreeg het een vastere vorm. Hoewel de buurttuin gemeentegrond is, hebben wij ons met buurtgenoten over het groenbeheer ontfermd. We zijn nu een aantal jaar bezig met de tuin. We beheren het groen, maar uiteindelijk is ons doel dat de tuin bijdraagt aan het buurtwelzijn.’

De tegenwerking van de woonstichting haalde de energie uit het initiatief

In wat voor buurt ligt jullie buurttuin?

‘De buurttuin ligt in de groenste wijk van Barendrecht. Er is sprake van een gemêleerd gezelschap: sociale huurwoningen en koopwoningen in het hogere segment. Dat is mede aan mijn opa te danken. Hij was de eerste directeur van de woonstichting. Onder zijn leiding is hier gestart met gemengd bouwen. De wijk is in ontwikkeling. De eerste generatie bewoners valt weg, er komen jongeren en jonge gezinnen voor terug. In het seniorencomplex, grenzend aan de buurttuin, komen ook jongeren, soms met een behoorlijke rugzak. En gezinnen met jonge kinderen.’

Brengt de buurttuin wat je hoopte?

‘Veel meer! Ik zie mooie dingen in de buurttuin ontstaan. Ik denk aan een jongen met een lichte verstandelijke beperking. Zijn moeder vertelde dat hij sinds hij bij ons actief is, nog nooit zoveel heeft gepraat. Hier is iedereen gelijkwaardig. Wij zeggen: je bent welkom, doe mee. Buurtbewoners komen graag langs, vooral voor de dieren. Er is altijd iets te doen, het is nooit af. We maken praatjes met mensen. Mensen ontmoeten elkaar hier. ‘Hé, woon jij ook hier?’ Ik zag laatst een oudere bewoner met een jonge moeder praten. Daarna lieten ze elkaars huis zien. Barendrecht krijgt vaker te maken met stedelijke problematiek. Vroeger kende iedereen elkaar hier. Dat verandert.’

Wat vind jij de meerwaarde?

‘Het is fijn dat je weet wie je buren zijn, daar draagt de buurttuin aan bij. Buurtbewoners ontmoeten elkaar hier. Het hoeft niet meteen tot hechte vriendschappen te leiden, maar het bevordert wel de sociale cohesie. Kinderen leren hier ook. Er komt een kip uit het ei. Hoe kan dat? Een jongen vroeg verbaasd: ‘Zijn dat dezelfde eieren als in de supermarkt?’ Kinderen mogen eieren rapen. En ze weten inmiddels dat ze de kip tijdens het broeden niet moeten storen en dat ze het hekje dicht moeten doen. Voor een oudere dame was de coronatijd zwaar. Ik was bang dat ze aan eenzaamheid zou overlijden. De buurttuin zorgde voor leven in de brouwerij. Ze zag vanuit haar huis dat er mensen in de tuin werkten, ze zag kinderen spelen, we zwaaiden naar elkaar. Iedereen wordt hier gezien. Je doet er toe, je mag er zijn. Ik heb het idee dat we door corona de kleine praatjes met de buren weer meer zijn gaan waarderen.’

3 gouden tips uit Barendrecht

  1. Ga het gewoon doen en hou vol. Als je wacht op de overheid, ben je zo een paar jaar verder.
  2. Houd rekening met de professionals met wie je te maken krijgt. Al zeggen de gemeente en organisaties dat ze participatie belangrijk vinden, de praktijk is soms weerbarstig.
  3. Denk in mogelijkheden en kansen. Dat geldt ook voor de overheid: denk na hoe je als de overheid kunt aansluiten bij het initiatief van inwoners in plaats van andersom.

Hoe gaan de gemeente en woonstichting met de buurttuin om?

‘Dat is een lang verhaal. Waar het op neer komt: het systeem bepaalt hoe je als inwoner mag participeren. Maar hier ontstaat iets en daar moet je je als overheid naar voegen. Dat is lastig, dat begrijp ik ook wel. Dit is een spannend project. Het gaat om de verbinding tussen mensen met verschillende achtergronden. Hoe kan je als gemeente gelijkwaardig samenwerken? Blijkbaar vinden de gemeente en de woonstichting dat ingewikkeld. Ik snap ook wel dat het afhandelen van een klacht of vergunning overzichtelijker is dan deze organisch ontstane buurttuin in een complexe sociale dynamiek.’

Wat voor tegenwerking merk je?

‘De kippen moeten voorlopig weg. Ik vind dat flauw. De gemeente en woonstichting willen of kunnen gewoon niet met ons meedenken en vinden de echte problematiek te lastig. Terwijl het zo simpel is: stap op de fiets, kom naar de buurttuin, maak een praatje en we verzinnen samen een oplossing. De tegenwerking van met name de woonstichting haalt energie uit het initiatief. We neigden ernaar om te stoppen. Gek genoeg is er door de commotie en media-aandacht wel iets positiefs gebeurd. Er komen veel mensen langs, ze verzetten zich tegen een systeem dat tégenwerkt, net als wij. En dat versterkt de sociale cohesie in de buurt. Maar leuk is anders, die energie kan de woonstichting ook positief inzetten. Ze zijn nog steeds welkom.’    

Foto: Buurtkinderen graveren hun naam in een bankje voor de buurttuin, door Arend Wesdijk