Hoe kan wederkerigheid mens en buurt zorgzamer maken?

artikel - 27 november 2014
Hoe kan wederkerigheid mens en buurt zorgzamer maken?

In de nieuwe Wmo ligt de nadruk meer dan ooit op iemands mogelijkheden in plaats van beperkingen. Daarbij hoort zelfredzaamheid, maar ook wederkerigheid. Hoe kan wederkerigheid een bijdrage leveren aan zorgzamere mensen en buurten?

Wederkerigheid is een patroon van geven en ontvangen van materiële en immateriële ‘giften’, zoals hulp en ondersteuning tussen mensen. Dat patroon is vanzelfsprekend anders tussen mensen die elkaar goed kennen, bijvoorbeeld leden van een hechte familie, dan tussen relatieve vreemden, zoals ad hoc contacten op het web. Tussen mensen die elkaar kennen en vertrouwen, is vaker sprake van uitgestelde wederkerigheid. Daarbij wordt het geven niet direct beantwoord door een tegengift en is dat gezien het vertrouwen ook niet noodzakelijk. Door emoties als dankbaarheid en schuldgevoel, komt er uiteindelijk wel een tegengift tot stand, en zo kan een cyclus ontstaan (of blijven voortbestaan) van geven en ontvangen.

Wederkerigheid kan ook onmiddellijk zijn: dan is sprake van ruilverkeer, bijvoorbeeld op basis van geld of een ander ruilmiddel. Hieraan kunnen economische regels ten grondslag liggen. Deze vorm van wederkerigheid heeft meer weg van kortstondige transacties in de context van een markt. Er is weinig ruimte of aanleiding voor het ontstaan van sociale relaties – in tegenstelling tot uitgestelde wederkerigheid. Wederkerigheid kan een vrijwillig of juist een meer dwingend karakter hebben. Iemand die iets ontvangt, kan morele druk voelen om iets terug te geven. Ook kan een tegenprestatie formeel en expliciet geëist worden – denk bijvoorbeeld aan (een rigide invulling van) de tegenprestatie naar vermogen voor bijstandsgerechtigden.

In onderstaande tabel staan nog meer mogelijke dimensies van wederkerigheid. Er is geen standaard ‘mix’; het hangt er maar vanaf welke context en eventuele doelstellingen aan de orde zijn.

Tijdspanne Onmiddellijk Uitgesteld
Waarde van gift en tegengift Gestandaardiseerd (valuta) Persoonlijk, situationeel, naar vermogen
Ervaren druk Verplicht (expliciet door regels, impliciet door moreel appèl)  Vrijwillig
Bereik Beperkt tot direct contact (‘ik doe iets voor jou, jij iets voor mij’) Gegeneraliseerd naar breder sociaal verband (‘ik doe iets voor jou, jij doet iets voor mijn familie / vriend / voetbalclub’)
Formeel of informeel Organiseren en begeleiden van 1-op-1 koppeling (individuele contacten) of faciliteren van collectieve ontmoeting Spontane ontmoeting
Exclusief of inclusief Beperkt tot bepaalde doelgroe-pen (bijv. 55+’ers, leden) Toegankelijk voor iedereen

Waarom is wederkerigheid ‘populair’?

Er zijn aanwijzingen dat wederkerigheid de informele zorg versterkt: er lijkt meer hulp tot stand te komen als er sprake is van ervaren wederkerigheid. Dit blijkt uit recente wetenschappelijke inzichten over de betekenis van wederkerigheid voor informele zorg. Deze onderzoeken belichten vooral hoe wederkerigheid helpt om schuldgevoelens bij mensen te beperken en hun onafhankelijkheidsideaal in stand te houden. Als mensen verwachten dat er sprake zal zijn van balans in de relatie cq. het contact, nemen ze eerder het initiatief tot het vragen van hulp. Dat geldt met name voor informele zorg die buiten familieverband tot stand komt, bijvoorbeeld tussen vrienden en buurtgenoten.

Ervaringen van mensen met beperkingen

Er is specifiek onderzoek gedaan naar de ervaringen van mensen met verstandelijke en psychiatrische beperkingen bij het geven van en vragen om hulp. Dit onderzoek laat zien dat het zelfbeeld van mensen met beperkingen positiever wordt, wanneer zij in contacten niet alleen ‘ontvangen’, maar ook iets ‘geven’. Mensen die doorgaans in de rol van patiënt en hulpbehoevende zitten, kunnen het als zeer prettig ervaren als ze zich voor een ander kunnen inzetten: voor even maken ze zich ‘los’ van hun beperkingen. Het welbevinden van deze mensen kan dus toenemen dankzij wederkerigheid, maar ook het beeld dat mensen zonder beperkingen hebben van deze groep ‘kwetsbare’ burgers, wordt positiever. Aangenomen wordt, dat dit een gunstig effect heeft op deelname van mensen met beperkingen aan de samenleving.

Beroep op vrijwillige hulpdiensten

Uit onderzoek is ook gebleken dat mensen minder geneigd zijn hulp te vragen uit hun eigen netwerk, als er diensten in de omgeving beschikbaar zijn die dezelfde hulp bieden tegen aanvaardbare kosten. Dat betekent dus dat sommige mensen wel regelmatig een beroep doen op de burenhulpdienst, maar niet hun eigen buren of vrienden om (dezelfde) hulp vragen. Immers, de hulp van buren of vrienden kan weer schuldgevoelens in de hand werken, of afbreuk doen aan het eigen onafhankelijkheidsideaal. Dit beroep op vrijwillige hulpdiensten kan ertoe leiden dat vrijwilligers overvraagd worden door mensen die eigenlijk voldoende netwerk hebben om hulp uit te genereren, terwijl vrijwillige hulpdiensten doorgaans vooral bedoeld zijn voor mensen die zowel een gebrek hebben aan financieel als aan sociaal kapitaal.

Zoektocht naar een passende vorm

De paradox is hier dus, dat een al te ‘succesvolle’ burenhulpdienst juist de ontwikkeling van een cultuur van zorgzaamheid in de weg kan zitten. Het hanteren van een vorm van wederkerigheid als onderdeel van de betreffende hulpdienst kan dit voorkomen. Dan gaat het bij voorkeur om ‘iets terugdoen’ in immateriële zin. De één helpt de ander met de boodschappen, terwijl de ander de één helpt met het repareren van de deurbel. Overigens wordt deze wederkerigheid, in de context van vrijwillige hulpdiensten, vaak gemakkelijker voorgesteld dan ze is. Het volgende voorbeeld van een Amsterdamse ouderenwerker, betrokken bij een buurthulpproject, illustreert de zoektocht naar passende vormen:

‘Wederkerigheid vind ik wel een uitdaging hoor. Ik probeer het wel. Zo heb ik een vrijwilliger die het Nederlands moest oefenen gekoppeld aan een oudere vrouw die gevraagd had om iemand die met haar naar buiten kon in de rolstoel. Dat werd geen succes. De ouderen vrouw was hardhorend en bleek nogal ongeduldig en vergeetachtig. En de vrijwilliger zei overal ja op. Dat gaf allerlei misverstanden en irritaties.’ (zie ook: Buurthulp in 2014)

Wederkerigheid en uitsluiting

Wederkerigheid heeft ook een keerzijde. Mensen zijn selectief in wie zij wel en niet informele zorg bieden: deels wordt dit bepaald door de ‘aantrekkelijkheid’ van degene aan wie zorg geboden wordt. Iemand die op enig moment iets terug kan doen voor de geboden zorg, lijkt een aantrekkelijker partij om hulp te bieden, dan iemand die niets terug kan doen. Mensen die door ziekte of beperkingen het gevoel hebben weinig te kunnen geven, anticiperen hierop. Ze gaan sociale contacten eerder uit de weg omdat er mogelijk een ‘tegengift’ gevraagd zal worden in de loop van het contact. Als men hier niet aan tegemoet kan komen, wordt dit als falen ervaren en tast dat het zelfbeeld aan. Hierbij kan nog onderscheid worden gemaakt in het soort ziekte of beperking dat iemand heeft, iemands sociale status voordat hij of zij beperkingen had en de redenen waarom de beperkingen zijn ontstaan. Zo kan het gebeuren dat iemand die als gevolg van een heldendaad invalide is geworden, vele malen meer informele hulp uit de buurt ontvangt, dan een onzichtbare buurtgenoot die lijdt onder schizofrenie en angststoornissen.

Het ‘productief’ maken van wederkerigheid

Hoe kun je nu wederkerigheid op gang brengen en benutten bij het zorgzamer maken van een buurt? En dan zodanig dat er zoveel mogelijk sprake is van sociale insluiting? Wederkerigheid kan een organiserend principe vormen van een methode of systeem gericht op het faciliteren van hulpuitwisseling in een buurt (‘buurthulp’). Denk aan zorgruilsystemen en zorgcoöperaties die werken met lidmaatschap, community currency en (kleine) vergoedingen. Ook zijn er Buurthulpprojecten waarin wederkerigheid op een ‘zachte’ manier is ingebouwd: coördinatoren, die hulpvrager en bieder koppelen, attenderen deelnemers op de mogelijkheid zelf ook hulp te vragen of te bieden, of noteren zelfs concrete wensen en mogelijkheden op dit vlak. Ook Buurthulpprojecten waarin meer ‘klassiek’ met een vrijwilligerspool wordt gewerkt, kunnen baat hebben bij zo’n werkwijze waarbij van de hulpvragers nadrukkelijker iets terug wordt gevraagd. Tot slot zijn er vormen van Buurthulp, waarin bijstandsgerechtigden een ‘tegenprestatie’ vormgeven voor hun uitkering door hulp te bieden aan ouderen en mensen met beperkingen. Tegelijkertijd doen ze positieve werkervaring op.

Bouwen aan Buurthulp
Hoe organiseer je als actieve buurtbewoner of professional onderlinge hulpverlening in je buurt? En hoe stimuleer je buurtgenoten om (nog) meer naar elkaar om te zien en voor elkaar van betekenis te zijn? Het nieuwe handboek Bouwen aan Buurthulp van Movisie biedt handvatten, tips en aandachtspunten aan iedereen die wil bouwen aan een buurtnetwerk en die zoekt naar manieren om hulp- en dienstuitwisseling in de buurt te stimuleren.

Ontwikkel je eigen kijk op wederkerigheid

Wie op een gerichte manier meer wil doen met wederkerigheid, met als doel mens en buurt zorgzamer te maken, zal daar eerst een eigen idee over moeten ontwikkelen dat toepasbaar is in de praktijk van dorp en wijk. Het begint bij het besef dat in elk vrijwilligerswerk en elke vorm van maatschappelijke betrokkenheid eigenlijk iets van wederkerigheid te vinden is. In die zin is het niet simpelweg een actueel moreel appèl of modewoord: het ís er al. Alleen: we zouden er meer mee kunnen doen. Verken welke voorbeelden je inspireren: LETS, TIME-banking, ZorgRuil en WeHelpen, de vormen van tegenprestatie die in het verenigingsleven worden gevraagd, TijdvoorElkaar en BUUV. Waarom zijn juist die voorbeelden interessant? Wat voor soort wederkerigheid kennen ze precies en welke functie vervult het? Waar liggen grenzen en beperkingen? Wat vraagt het van deelnemers, betrokken professionals en vrijwilligers? Door je te oriënteren op bestaande voorbeelden en hierover met anderen van gedachten te wisselen, ontdek je waar jij zinnige aanknopingspunten ziet maar ook (morele, praktische grenzen). Maak gebruik van de ervaringen van anderen én inzichten uit onderzoek. Zo kunnen we wederkerigheid productief maken en de zorg voor elkaar versterken.

Kitty van den Hoek is onderzoeksmedewerker Sociale Zorg. Ton van Elst is senior adviseur en coach bij Movisie. Met dank aan Wilco Kruijswijk en Anita Peters voor hun bijdrage aan eerdere versies van dit artikel. De genoemde onderzoeken en literatuur vindt u in het oorspronkelijke artikel in WMO Magazine.

 

Reacties

Een belangrijke andere vorm van wederkerigheid komt in dit artikel helaas niet niet aan de orde, terwijl die voor de duurzaamheid van het wijkproject van groot belang is:
Wederkerigheid op termijn, zodat een gever met uitgestelde compensatie er ook van op aan kan dat er voldoende gevers zijn als hijzelf ontvanger is geworden.
Zolang dat op de langere termijn niet is ingevuld zal dat de bereidheid voor vrijwilligerswerk flink beperken.

Beste Ton Vermeulen,

Dank voor deze aanvulling! Deze vorm van wederkerigheid staat maar heel summier genoemd in het schema bij de factor 'tijdspanne'. Maar is zeer de moeite waard om eens uitgebreider over te schrijven.

Een goed voorbeeld van dit type wederkerigheid is terug te vinden in de Seniorengenossenschaften die in het zuiden en zuidwesten van Duitsland operationeel zijn. Zie bijvoorbeeld https://www.movisie.nl/praktijkvoorbeeld/seniorengenossenschaften voor meer informatie. In dit soort netwerken kun je credits verdienen door hulp te bieden - later, als je zelf hulpbehoevend bent geworden, wissel je die credits weer in voor hulp en ondersteuning. Tussen het geven van hulp en het ontvangen ervan kan dan maar zo 15 of 20 jaar zitten: een hele generatie eigenlijk. Interessante vraag is, of deze systematiek geschikt is om grootschalig op te zetten. Willen mensen dat wel op die manier? Of is hulp daarmee te sterk gemonetariseerd? En hoe functioneert het onder de druk van demografische veranderingen? In de seniorengenossenschaften zijn er nu nog genoeg babyboomers actief die hulp bieden aan 80+'ers. Maar de generatie na hen is kleiner in omvang, kan die voldoende hulp genereren als de babyboomers eenmaal de 80 zijn gepasseerd en die hulp nodig hebben?

ik ben voor het afstuderen op zoek naar literatuur omtrent de rol van het netwerk binnen de transitie van de zorg naar de wmo maar kan geen concrete informatie vinden. Kitty heb je hier ook iets over geschreven/ onderzocht of heb je evt tips? Heb zo onderhand al je artikelen wel gelezen rond om de wmo. je schrijft erg prettig :D

Dag Elke,

Dank voor je compliment! Ik ben momenteel nog met verlof, vandaar mijn verlate reactie. Je vraag is heel breed, misschien kun je mij een mailtje sturen met een specifiekere vraagstelling? Als je op onze site het trefwoord netwerk intikt, vind je ook al het nodige, bijvoorbeeld de publicatie 'Aan de slag met sociale netwerken': https://www.movisie.nl/publicaties/aan-slag-sociale-netwerken. Als je vraag meer ligt op het vlak van de betekenis van sociaal kapitaal, dan zou je meer richting sociologische theorie kunnen zoeken. Mail me anders even op k.vandenhoek@movisie.nl.

beste mensen
tijdens mijn voorbereiding op een bijeenkomst met aantal mensen uit deze wijk om te kijken of we voor mensen met beperkingen in de wijk iets moeten organiseren kwam ik dit stuk tegen.
Met name de verschillende manieren hoe je elkaar (dubbel) kunt helpen helpt mij bij die voorbereiding.
met dank
piet kroft

Graag gedaan! Leuk om deze terugkoppeling te krijgen.

Reageer op dit artikel

5 + 12 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.