Hoe kunnen gemeenten scholen ondersteunen bij het creëren van veiligheid voor LHBTI-leerlingen?

In gesprek met Marinus Schouten van Stichting School & Veiligheid

17 december 2018

Afgelopen vrijdag was het Paarse Vrijdag, de actiedag waarbij leerlingen en docenten op scholen hun steun kunnen tonen voor gender- en seksuele diversiteit door paars te dragen. Zo'n jaarlijks moment is waardevol, maar scholen hebben het hele schooljaar een rol in het (onder)steunen van hun LHBTI-leerlingen. Wat kunnen zij doen om een veilige sfeer op school te bevorderen, en hoe kunnen gemeenten hen daarbij helpen? Marinus Schouten van Stichting School & Veiligheid geeft tips.

Veel scholen kleurden afgelopen vrijdag paars in het kader van Paarse Vrijdag: aula's werden versierd, leraren en leerlingen gingen gehuld in paarse kleding naar de les. Hoewel zo'n dag een krachtig signaal en een belangrijke boodschap afgeeft, blijft steun voor LHBTI-leerlingen natuurlijk ook na de tweede vrijdag van december van belang. Recent onderzoek van Columbia University in samenwerking met het COC laat zien dat bijna driekwart van de LHBT-leerlingen met opzettelijke uitsluiting te maken krijgt. Ook bijna driekwart krijgt vaak tot zeer vaak denigrerende opmerkingen te horen.

Gelukkig is er ook hoop: zo gaat het gemiddeld beter op scholen die actief en op een positieve manier aandacht besteden aan genderdiversiteit en seksuele diversiteit. Paarse Vrijdag is dan een mooi begin. Maar hoe kunnen gemeenten het contact met scholen het beste insteken? Wat werkt? Marinus Schouten van Stichting School & Veiligheid heeft een aantal concrete aandachtspunten en handvatten.

Waar moeten we beginnen?

Volgens Schouten is de eerste stap naar een sociaal veiliger klimaat voor LHBTI-leerlingen op school er een van bewustwording. En die bewustwording heeft voor een groot gedeelte te maken met het besef dat het regenboogthema een thema is dat raakvlakken heeft met sociale veiligheid in de breedste zin. 'Problemen die leerlingen rond gender en seksualiteit ervaren, leiden vaak terug naar eenzaamheid, sociale uitsluiting, pesten, en fysiek geweld.' Het idee dat een gesprek over seksuele diversiteit ook een gesprek is over veiligheid op school in het algemeen, moet volgens Schouten soms nog een beetje landen bij scholen. 'Maar mijn indruk is ook dat er bij leerkrachten zelden grote weerstand is om te zorgen voor de sociale veiligheid van leerlingen', zegt Schouten. 'Wel heerst er soms een gevoel van 'er móet al zo veel'. Scholen ervaren druk om op tal van maatschappelijke thema's iets te doen. Juist daarom is het zo belangrijk om schoolleiders ervan te overtuigen dat het regenboogthema kan en moet worden geïntegreerd in een breder geheel.'

En dat vergt energie. Een keer een mailtje sturen naar een schoolleider of een keer langsgaan voor een gesprek met de leerlingen is mooi, maar het levert niet altijd voldoende op. Volgens Schouten heeft dat niet alleen met kwantiteit te maken, maar vooral ook met kwaliteit. Op welke manier steek je het contact in als gemeenteambtenaar? Hoe vind je de gevoelige snaar van een school? En hoe ontwikkel je sensitiviteit voor het kader waarbinnen schoolbestuurders en -onderwijzers opereren? 

Breng behoeften in kaart

Wat essentieel is volgens Schouten, is het in kaart brengen van de behoeften van scholen. Waar zit de energie van een school op een bepaald moment? Welke expertise heeft het onderwijspersoneel zelf in huis? Welke themadagen- of weken staan er op het programma? En als vervolgstap: wat mist er eventueel nog? Dit moet eigenlijk helder zijn vóórdat je scholen vraagt om iets te 'doen'.

Concreet zouden gemeenten initiatief kunnen nemen in het organiseren van een werksessie waarvoor ze het personeel van meerdere scholen tegelijk uitnodigen. Organiseer plenaire sessies en werk met kleinere thematafels, zorg voor goede professionele begeleiding, en vergeet de inwendige mens niet. 'Maak er een cadeautje van voor de deelnemende scholen', benadrukt Schouten. 'Zorg dat zo'n bijeenkomst vraaggestuurd begint. Ontdek gezamenlijk wat er allemaal al is, en probeer daarna de dieperliggende behoeften en wensen op de verschillende sociale thema's boven tafel te krijgen.'

Laat leraren onderling ook ervaringen uitwisselen. 'De meeste leerkrachten ervaren handelingsverlegenheid wanneer in de klas met 'homo' wordt gescholden; ervaringen uitwisselen met collega's kan dan helpen. Belangrijk is wel dat deskundigen de leerkrachten helpen hun ervaringen te duiden en de scholen helpen te vertalen naar wat ze kunnen doen.' Bovendien, stelt Schouten, is het belangrijk om de stap te maken van reageren op 'incidenten' naar het ontwikkelen van een breder perspectief op sociale veiligheid - inclusief preventie. Een lespakket is relatief snel gevonden. Maar hoe voer je nu een gesprek over sociale veiligheid met je leerlingen? En hoe open je in je team een gesprek over ongemakken die je als leerkracht ervaart?

Smeed allianties, opereer gezamenlijk

Een volgende stap is om - liefst samen met scholen - te kijken welke uitvoerders betrokken kunnen worden voor bepaalde projecten, themadagen, of gastlessen. In sommige gemeenten gebeurt dit al. 'Vaak heeft een school goede banden met de lokale COC, of met bijvoorbeeld een antidiscriminatie-organisatie', zegt Schouten. Maar ook dan is het goed om de connecties die er al zijn, te onderzoeken en wellicht uit te breiden of te intensiveren. Waar het vooral om gaat is dat scholen zelf de regie houden, dat samenwerking gericht is op het versterken van de kwaliteit van schoolteams, en dat er slim wordt gekeken naar welke 'allianties' van uitvoerders er kunnen worden gesmeed. 'Verbindt sociale thema's ook aan de aanbodkant met elkaar, dan hoeven scholen niet telkens het wiel opnieuw uit te vinden. Aanbieders kunnen dan beter naar elkaar doorverwijzen en komen dichter bij de vraag van scholen te staan.'

Ook tussen beleidsmedewerkers en -adviseurs binnen de gemeentelijke organisatie kunnen zinvolle verbanden worden gelegd. Zo is de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het regenboogbeleid van een gemeente, niet altijd degene die ook op het thema onderwijs zit. Hetzelfde geldt voor het onderwerp veiligheid. Terwijl deze thema's duidelijk wel veel raakvlakken hebben. Het is daarom raadzaam om de banden aan te halen tussen de beleidsmakers met het regenboogthema, onderwijs, en veiligheid in hun portefeuille, stelt Schouten. Gemeenten kunnen effectief regenboogbeleid in samenwerking met het onderwijs trouwens als een win-winsituatie zien: want een sociaal veiliger klimaat op scholen in de gemeente, is op den duur ook een sociaal veiliger klimaat op straat.

'Wat gunnen jullie je leerlingen?'

Tot slot benoemt Schouten de mogelijkheid van het organiseren van een soort conferentie, waarbij de gemeente het voortouw neemt, en zowel scholen als uitvoerders een rol geeft. 'Scholen zijn steeds meer geïnteresseerd in conferenties in eigen regio of stad, in plaats van landelijk. Zo'n conferentie zou een heel mooi moment kunnen zijn om als gemeente te laten zien: 'wij zetten ons sámen in voor een accepterend en veilig schoolklimaat voor LHBTI-leerlingen'.'

Maar voordat zoiets van de grond komt en een succes wordt, moeten eerdergenoemde stappen zijn gezet. En voor Schouten staat bij dit hele proces één vraag centraal: 'Wat gunnen jullie je leerlingen?'