Hoe statushouders hun plek vinden in een inclusieve arbeidsmarkt
Van pionieren naar systeemverandering
Hoe zorgen we ervoor dat statushouders niet alleen meedoen, maar ook echt hun plek vinden in de samenleving? De transitie naar een inclusieve arbeidsmarkt vraagt om meer dan beleid. Het vraagt om lef, samenwerking en het erkennen van talenten. Niet praten over mensen, maar mét mensen. De verhalen die aan bod kwamen tijdens de transitiearena Waardevol Werk op 5 november 2025 laten zien dat verandering mogelijk is, als we ruimte maken voor kleine stappen en grote dromen.
Veranderen is nooit eenvoudig. Transitiekunde leert ons dat grote verschuivingen vaak beginnen met small wins: kleine, haalbare stappen die samen een beweging op gang brengen. In het verleden was arbeidsparticipatie voor mensen met een beperking geen vanzelfsprekendheid; nu zien we een vergelijkbare uitdaging voor statushouders. Hoe zorgen we dat zij niet alleen ‘mee mogen doen’, maar ook echt kansen krijgen? Professionals, ervaringsdeskundigen en initiatiefnemers gingen hierover op 5 november in gesprek. Het was een zoektocht naar wat wél werkt in een complexe werkelijkheid. Drie praktijkvoorbeelden presenteerden zich: Meedoenbalies, Zelfie en De Werkmakers.
Meedoenbalies: kansen creëren en eigen regie stimuleren
Eén van de initiatieven die presenteerde waren twee Meedoenbalies light van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Wat begon als een focus op vrijwilligerswerk, groeide uit tot een plek waar sport, recreatie én betaald werk samenkomen. Sinds 2023 is er structurele financiering voor de reguliere Meedoenbalies van het COA en VrijwilligerswerkNL (voorheen Vereniging NOV), maar pionieren blijft nodig: elke locatie werkt anders, en de realiteit is vaak weerbarstig. ‘Het is roeien met de riemen die je hebt’, zoals een werknemer het verwoordde. Onderbezetting en complexe regels maken het lastig, maar de impact is zichtbaar, soms via formele trajecten. Soms via mond-tot-mond, zoals jongeren die elkaar in de supermarkt aansporen om stappen te zetten.
Zelfie: ruimte om te dromen
Bij Zelfie, een project voor de arbeidstoeleiding van laagopgeleide vrouwelijke statushouders, durven vrouwen voor het eerst hardop te zeggen wat ze willen worden. Voor velen is dat nieuw: in hun jeugd was dromen geen optie. Zelfie gebruikt creatieve werkvormen om stappen richting participatie flexibel en laagdrempelig te maken. De verhalen van Rania, Eli en Muna laten zien hoe belangrijk een veilige plek is om talenten te ontdekken. Zo vertelde Eli tijdens de transitiearena: ‘Door Zelfie heb ik ontdekt wat ik wil. Mijn doel is liefde geven, dus ik kijk nu naar zorgopleidingen.’ Het gaat bij Zelfie niet alleen om werk, maar om zelfvertrouwen, taal en het gevoel ergens bij te horen. Rania vult aan: ‘Zelfie gaf mij ruimte om te groeien. Ik had veel angst, maar dat is wel minder nu. Ik ontdekte dat ik graag werk met computers en ik doe ook nu de opleiding voor ICT.’
De Werkmakers: van individueel naar systeemverandering
Ook bij het Zutphense bewonersinitiatief De Werkmakers zien we hoe persoonlijke verhalen de basis vormen voor verandering. Deelneemster Sara, kunstenaar en ondernemer, vertelt hoe ingewikkeld het systeem kan zijn: ‘Ik wilde vooruitgaan, maar het voelde vaak als straf in plaats van steun. Regels maken kleine stappen spannend en soms eng. Elke euro die je verdient, wordt van je uitkering afgehaald. Dat maakt kleine stappen spannend.’ Haar verhaal raakt een kernpunt: regels die bedoeld zijn om te ondersteunen, werken soms juist ontmoedigend. Hoe kunnen we ruimte creëren voor ondernemerschap en kleine stappen zonder angst?
De spanning tussen waarden en kaders
Tijdens één van de subgesprekken kwam een terugkerend thema naar voren: de frictie tussen werken vanuit waarden en het moeten voldoen aan beleidskaders. Professionals ervaren weinig ruimte om zelf keuzes te maken; zij moeten handelen binnen strikte regels. Van beleidsmakers wordt daarentegen verwacht dat zij sturen op cijfers en resultaten. Aan de hand daarvan poppen vragen op als: waar wordt het geld aan besteed, en waarom aan statushouders in plaats van andere groepen in de bijstand? Deze afwegingen zijn, naast de aantoonbare impactresultaten, vaak afhankelijk van de politieke kleur van een gemeente, wat leidt tot een wrange realiteit: de kansen van een statushouder hangen sterk af van de plek waar diegene wordt geplaatst. Sommige gemeenten nemen verantwoordelijkheid voor alle asielzoekers, terwijl andere pas investeren als duidelijk is dat zij er iets voor terugkrijgen. Als niet vaststaat of iemand in de gemeente blijft, blijft de inzet minimaal. Het gevolg? Een systeem dat niet alleen complex is, maar ook kwetsbaar voor willekeur.