Hoe verbind je zwakke met sterke krachten in een wijk?

(Ervarings)deskundigen aan het woord
artikel - 13 november 2014
Sterke en zwakke mensen verbinden

Er bestaan verschillende meningen over het stimuleren van samenwerking tussen weerbare en kwetsbare burgers in een wijk. Moeten we vooral zorgen dat verschillende wijkbewoners elkaar ontmoeten of moet er wat meer sociale dwang aan te pas komen om mensen in beweging te krijgen? Vier professionals vertellen.

Hans Krikke, directeur stichting Samenwonen-Samenwerken

In Amsterdam groeit een tweedeling van mensen die het op eigen kracht redden en een groep die daarvoor niet de kennis en vaardigheden bezit. Hans Krikke, directeur van de stichting Samenwonen-Samenwerken, ziet het met lede ogen aan. De stichting beoogt ‘de samenredzaamheid’ in kwetsbare wijken te stimuleren. Sw-SL wil de kracht van sterke bewoners aanspreken voor buurtbewoners die dat het meest nodig hebben. Alleen, hoe verbind je die twee groepen met elkaar?

Zelf bemenst de stichting (twaalf betaalde krachten en 45 gecontracteerde vrijwilligers) onder de naam Hulp in de buurt her en der een ‘sociale help desk’. Dat gebeurt op locaties waar veel buurtbewoners komen, zoals moskeeën, kerken, buurthuizen en wijkondernemingen. Buurtbewoners kunnen er terecht met vragen variërend van ‘Mijn man sluit me op, wat moet ik doen?’ tot ‘Wat betekent deze tekst?’. De help desk wordt gerund door relatief sterke buurtbewoners, veelal door Sw-SL opgeleide buurtvertrouwenspersonen en ervaringsdeskundigen die ook actief zijn in andere verbanden, zoals in vrouwen- of migrantenorganisaties. Daarnaast is Samenwonen-Samenwerken permanent op zoek naar nieuwe sterke krachten. ‘Dat doen we door de bestaande informele structuur van een wijk zo goed mogelijk in kaart te brengen en daarbij aan te sluiten,’ zegt Krikke. ‘Wij proberen vooral lijntjes te leggen.’

Een mooi voorbeeld van hoe belangen verbonden worden: in de wijk Slotervaart kunnen studenten tegen een aantrekkelijke prijs een woning huren, mits zij zich 8 tot 24 uur per maand beschikbaar stellen voor het geven taalles, huiswerkbegeleiding of een zelfhulpgroep van alleenstaande moeders.

'Het principe van wederkerigheid is cruciaal'

Onlangs organiseerde de stichting ook een literaire revue, waar onbekende Tunesische, Marokkaanse en Turkse dichters en schrijvers optraden met  dak- en thuislozen én grote literaire namen als Vonne van der Meer, Christine Otten. ‘Daar komt een gemêleerd publiek op af, dat elkaar anders niet ontmoet,’ zegt Krikke. ‘Een van de gevolgen is dat de gevestigde schrijvers workshops gaan geven aan Turkse, Marokkaanse en Tunesische jongeren. De cursisten kunnen niet alleen gebruik maken hun kwaliteiten, maar ook van hun netwerken.’

In Nieuw-West exploiteert de stichting sinds kort ook een groot pand, waarin behalve bewonersorganisaties ook maatschappelijke instellingen en sociale ondernemers gehuisvest zijn. Deelnemende partners krijgen tegen een aantrekkelijke huurprijs onderdak, onder de voorwaarde tegenprestaties te leveren. Zo verricht de accountant de administratie van de bewonersorganisatie en biedt de advocaat stagiaires een plek in zijn kantoor.

Het principe van wederkerigheid is cruciaal, meent Krikke. ‘Wederkerigheid heeft naast een maatschappelijk rendement ook een economisch rendement. SW-SL gebruikt als slogan: 1+1=3.’

De verhouding tussen overheid en burger is sterk in beweging. Op allerlei terreinen moeten burgers meer het heft in eigen hand nemen. In drie artikelen geven (ervarings)deskundigen antwoorden op vragen uit de praktijk:

Bij ieder artikel is een download gemaakt met een overzicht van relevant onderzoek. Bekijk de download voor dit artikel.

 

Femmianne Bredewold, onderzoeker Centrum voor Samenlevingsvraagstukken

Het ideaal dat weerbare burgers kwetsbare burgers ondersteunen, wordt tegengewerkt door het sociologische principe ‘soort zoekt soort, oftewel de neiging van mensen om like me‘s op te zoeken, zegt Femmianne Bredewold. In eigen onderzoek in verschillende buurten constateerde Bredewold dat er meer uitwisseling van hulp en zorg bestaat in een buurt waar de relaties gelijkwaardig zijn.

'Vooral zorgen dat mensen elkaar ontmoeten, zodat vooroordelen kunnen worden weggenomen'

Bredewold zag ook dat een kleine groep wel degelijk de neiging heeft om kwetsbare omwonenden te helpen. Mensen die in de zorg werken, zelf een problematisch verleden hebben gehad of een kwetsbaar familielid hebben, zijn eerder geneigd tot empathisch gedrag. Ook buurtbewoners met een vrij, creatief beroep en sociale stijgers uit de eigen (migranten)groep blijken soms goede ‘verbinders’ te zijn. Helaas vormen zij samen maar een kleine groep. Hoe krijg je de anderen in beweging?

Je moet vooral zorgen dat mensen elkaar ontmoeten, zodat vooroordelen kunnen worden weggenomen, zegt Bredewold. ‘Het werkt beter wanneer je inzet op een gezamenlijke activiteit, naar ieders plezier of belang. Dus niet expliciet de zwakken met de sterken in contact brengen. Maar wel: we gaan de buurt opruimen, wie doet er mee?’

Over het opleggen van wederkerigheid is Bredewold sceptisch. ‘Verschillende onderzoeken van sociologen en antropologen tonen aan dat een contractgerichte voor-wat-hoort-wat-cultuur geen empathie kweekt. Juist vertrouwen is belangrijk.’ Evengoed is een lichte druk noodzakelijk, want anders gebeurt er te weinig. ‘Dat studenten een tegenprestatie moeten leveren voor een aantrekkelijke huurprijs vind ik een spannend initiatief. Dat zou goed kunnen uitpakken. Ze moeten zelf wel gemotiveerd zijn om het te doen.’

Anne-Marie van Bergen, senior adviseur Sociale Zorg bij Movisie

Stimulering van hulp door sterke bewoners kan zinvol zijn, al zijn er ook genoeg gevallen bekend waarbij het niet werkte, weet Anne-Marie van Bergen. Haar advies: ga op zoek naar een bindende factor. Dat kan een gemeenschappelijke interesse zijn, een natuurlijke bondgenootschap of een gedeeld belang. ‘Vrouwelijke ondernemers die zich ontfermen over vrouwen in een kwetsbare positie bijvoorbeeld. Vaak doen ze dat graag.’

Enige (sociale) dwang kan werken, meent Van Bergen. Op voorwaarde dat de helpers zelf kunnen bepalen wat ze doen. ‘Veel mensen zijn bereid zich in te zetten, mits ze die inzet makkelijk kunnen inpassen in hun leven en als die maar in hun interessegebied ligt. Tegen persoonlijke motivatie in hulp afdwingen – dat gaat nooit werken.’

'Bindende factor? Dat kan van alles zijn. Van een gedeelde hobby tot een zelfde gevoel voor humor'

Een goede strategie: individuen persoonlijk en direct benaderen met een concrete vraag. ‘Iedereen heeft een sociaal netwerk, ook de allerzwaksten. Al ken je maar één persoon, die persoon kent weer anderen. Als je samen gaat brainstormen over de vraag wie je kunt benaderen, komt daar altijd iets uit. Luister vervolgens goed naar de wensen en voorkeuren van degene die je benadert.’

Van Bergen wijst op het project ‘De baan op’ waarbij werkloze jongeren een dag als caddie meelopen op de golfbaan met een ondernemer. ‘Het belangrijkste is ten eerste het contact. Als vervolgens een gevoel van verbondenheid ontstaat, kan er iets moois uit groeien. Er zijn veel jongens die een stageplek en zelfs een baan hebben overgehouden. Dat er een klik ontstaat kun je niet regisseren, maar een match maker zou moeten zoeken naar een bindende factor. Dat kan van alles zijn. Van een gedeelde hobby tot een zelfde gevoel voor humor.’

Hugo de Jonge, wethouder onderwijs, jeugd en zorg van Rotterdam

Rotterdam is de kraamkamer van ‘opzoomeren’, een gevleugeld begrip inmiddels dat is opgenomen in de Van Dale: ‘op eigen initiatief de openbare ruimte opruimen en netjes houden’. In 1989 vonden enkele actieve bewoners van de Opzoomerstraat in Delfshaven het de hoogste tijd voor een collectieve schoonmaakactie. Inmiddels telt Rotterdam ongeveer 1.800 straten die jaarlijks meedoen aan ‘opzoomeren’. Daarbij gaat het niet alleen om schoonmaken, maar ook om straatdiners of spelletjesdagen. De gemeente steunt elke buurt of straat die een plan indient met een bijdrage van maximaal 175 euro voor onkosten.

Nieuwere initiatieven zijn Hotspot Hutspot (dat braakliggende terreinen en lege panden wil benutten voor stadslandbouw en restaurants, waar tieners leren koken) en Even Buurten (dat zich richt op ouderen boven 70 jaar, die zelfstandig willen blijven wonen, maar hulp nodig hebben bij boodschappen doen of een schilderijtje ophangen). Het eerste is een initiatief van een creatief ondernemer, het tweede loopt via zorgorganisaties en een buurtorganisatie.

'Vaak kunnen en doen buurtbewoners meer dan je tevoren denkt.'

Maar wat is de rol van de gemeente? Heeft de overheid überhaupt een rol bij het samenbrengen van mensen in een wijk? ‘Daar denken verschillende politieke partijen natuurlijk anders over,’ zegt Hugo de Jonge (CDA). ‘Al zijn de verschillen in de praktijk niet groot. De gemeente heeft er nu eenmaal belang bij dat mensen gezond zijn, een buurt samenhang heeft, en dat inwoners minder afhankelijk zijn van professionele hulp. Het is onze taak goede initiatieven te versterken of ervoor te zorgen dat die van de grond komen.’

Hoe kun je dat doen als gemeente? ‘Allereerst door ervoor zorgen dat je alle initiatieven kent. Je kunt dan een pand beschikbaar stellen of een subsidie geven. We zijn vorig jaar gestart met een Fonds sociale infrastructuur. Daarmee roepen we wijkorganisaties en sociaal ondernemers op een initiatief in te dienen, dat wij financieel steunen.’ Steunen en uitlokken dus. Niet initiëren? ‘Niet direct, we streven ernaar dat het eigenaarschap bij mensen uit de wijk zelf ligt.’

Maar wat nu als er weinig of niks gebeurt? ‘In het kader van de nieuwe WMO tuigt Rotterdam 42 wijkteams op (met expertise op gebied van jeugd- en gezinscoaching, werk, geestelijke zorg en het ondersteunen van zelfstandig wonende ouderen en mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking). Waar een wijk te weinig sterke schouders telt, kan een wijkteam meer initiatieven ontplooien. Maar je moet niet te snel concluderen dat er niks van de grond komt. Vaak kunnen en doen buurtbewoners meer dan je van tevoren denkt.’

In Rotterdam-Zuid overigens kunnen studenten, net als in Amsterdam-Slotervaart of in Groningen, tegen een gereduceerd tarief woonruimte huren, op voorwaarde dat ze zich inzetten voor de wijk. De Jonge is een voorstander van dergelijke opgelegde wederkerigheid. ‘Verplichting kan iets moois op gang brengen. Een groot deel van de scholieren die verplicht een maatschappelijke stage heeft gedaan, is daarna maatschappelijk actief gebleven. Per 2015 stopt het Rijk met die maatschappelijke stage. In Rotterdam zijn we van plan die stage te behouden.’

Kennisdossier
Trefwoorden

Reacties

Het denken in 'tweedelingen' is weer in: rijk en arm, sterk en zwak, weerbaar en kwetsbaar, hoog opgeleid en laag opgeleid, etc. Dit soort denken is niet alleen gemakzuchtig, maar ook niet realistisch: de samenleving bestaat nu eenmaal niet uitsluitend uit polen, zij bevat zeer veel mensen (de meesten) die zich ergens tussenin bevinden. Bovendien heeft ieder mens op het ene continuüm weer een andere positie dan op het andere (bijvoorbeeld: arm en sterk, hoog opgeleid en kwetsbaar). Polair denken maakt blind, voor de (uitstekende) initiatieven en projecten die in dit artikel worden genoemd hebben we het ook helemaal niet nodig. Laten we er dus maar mee stoppen.

Helemaal met Martin eens, dat een polariserende tweedeling hier weinig toevoegt. Het mooie van deze voorbeelden is nu juist dat beide partijen eraan winnen, het is 1+1=3! Dat is ook de kern van het betoog: iedereen heeft iets te bieden.

Reageer op dit artikel

14 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.