Homo’s en sport: hebben we een probleem?

artikel - 17 december 2012
Afbeelding bij Homo’s en sport: hebben we een probleem?

Op 21 november 2012 overhandigde topatleet Rens Dekkers aan een tiental Noord-Hollandse wethouders en raadsleden het eerste exemplaar van ‘Naar een homovriendelijk sportklimaat in de gemeente’. In deze handreiking van de Alliantie Gelijkspelen en MOVISIE staan ideeën hoe gemeenten uitsluiting van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele mannen en vrouwen en transgenders (LHBT’s) in de sport kunnen tegengaan.

Sport en homoseksualiteit: het thema is hot. In oktober 2012 presenteerde KNVB-voorzitter Michael van Praag een stappenplan tegen homofobie in het voetbal. Voetbalvereniging De Dijk uit Amsterdam organiseerde een ‘gay sport café’ over homoseksualiteit in het voetbal. Congressen worden gewijd aan wat gemeenten, verenigingen, bonden en landelijke overheden kunnen doen om homofobie in de sport tegen te gaan. Ministers spreken zich duidelijk uit. En steeds meer topsporters komen uit de kast. Is er dan nog wel een probleem? Ja en nee.

Topsporters komen uit de kast

Nee, er lijkt geen probleem meer. Want steeds meer mensen en organisaties durven zich uit te spreken tégen homofobie in de sport en vóór een veilig sportklimaat voor iedereen. Topsporters komen uit de kast en vertellen in de pers over hun ervaringen, sportbonden stellen richtlijnen op, verenigingen melden openlijk dat iedereen welkom is, dus ook homo’s. De ervaring van tophandballer Bernard Broekman is illustratief. Met een wit gezicht en het zweet in de handen vertelde hij zijn teamgenoten over zijn homo-zijn. De reactie van de aanvoerder: 'Is dat alles? Ik dacht dat je ging vertellen dat je naar een andere vereniging zou gaan’. Michael van Praag roept niet alleen op tot het tegengaan van homofobie in het voetbal maar durft daar ook nog sancties aan te verbinden. En als iemand van zijn statuur en invloed dat doet, dan is het probleem toch al bijna opgelost? 

Homoseksualiteit blijft een taboe

En ja, toch is er nog altijd een probleem. Want het thema blijft taboe, met name in het voetbal. Ongeveer zes procent van de bevolking is lesbisch, homo of biseksueel. Statistisch gezien zou er dus in elk voetbalelftal één LHBT moeten zijn, als je de reserves, trainer, coach en scheidsrechter meerekent. De werkelijkheid is anders: in het hele topvoetbal is er geen enkele speler die uit de kast durft te komen. En ook van de Nederlandse Olympische sporters in Londen was slechts 0,22% openlijk homo of lesbisch. Jammer; zowel voor de sporters zelf als voor de sport in het algemeen. Want de topsporters die wél uit de kast zijn benadrukken dat ze beter in hun vel zitten, en daardoor ook beter zijn in hun sport. Vooral in de topsport komt het immers aan op details en nuances, en door jezelf te kunnen zijn vergroot je de kans om de top te bereiken. En ook jammer voor al die amateurverenigingen die zeggen: ’bij ons speelt dit niet; er zijn geen homo’s binnen de vereniging’. Zonde, vooral als ze een ledentekort hebben. Ze laten namelijk een potentieel van zes procent leden liggen.

Gegniffel

De mensen en organisaties die zich uit durven spreken tegen homofobie in de sport moeten sterk in hun schoenen staan. Want reken maar dat er binnen voetbalverenigingen en in de bestuurskamers is gegniffeld om de stellingname van Michael van Praag. Maar juist hij, en met hem al die bonden, verenigingen en topsporters geven nu het goede voorbeeld en hebben het lef om hun nek uit te steken. Nu de rest nog: sporters - homo én hetero - , ouders, trainers, coaches en verenigingen. Wie durft?
 

 

Reacties

Reageer op dit artikel

10 + 5 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.