De huidige inrichting van cliënten- en burgerparticipatie

Deel 2 van 'De toekomst van cliëntenparticipatie'
artikel - 14 juli 2014
De huidige inrichting van clienten- en burgerparticipatie

We kennen in Nederland een uitgebreid stelsel van adviesraden, cliëntenorganisaties, bewonersplatforms et cetera. Dit geldt voor zowel de Wmo als de AWBZ, de jeugdzorg en het veld van werk en inkomen. Via deze formele weg worden cliënten en burgers betrokken bij de kwaliteit van het beleid en de dienstverlening. Maar cliënten- en burgerparticipatie is meer dan dat.

Onderzoek toont aan dat via de formele structuren veel groepen mensen, zeker die in kwetsbare posities, maar weinig worden bereikt. Terwijl dit juist de mensen zijn die het meeste belang hebben bij kwalitatief goed beleid en dienstverlening. Daarom investeren gemeenten en raden ook steeds meer – zij het nog mondjesmaat – in informele vormen van participatie, zoals themacafés, focusgroepen, wijkschouwen en digitale polls. In dit artikel leest u in grote lijnen hoe cliënten- en burgerparticipatie momenteel is ingericht, zowel formeel als informeel.

De wettelijke kaders

De Wmo is een wettelijk kader dat veel ruimte geeft aan de wijze waarop cliënten- en burgerparticipatie wordt vormgegeven: cliënten en burgers moeten betrokken worden, maar hoe, dat mag een gemeente zelf weten. Op de terreinen van de WWB, de WSW, de AWBZ en de jeugdzorg geven de betreffende wetten, zoals de WMCZ, meer (verplichtende) kaders aan. Denk bijvoorbeeld aan de instelling van een cliëntenraad.

Het formele stelsel van cliënten- en burgerparticipatie

In Nederland zijn al decennia lang belangenorganisaties actief, zowel landelijk als regionaal en lokaal. Lokaal zijn ouderenbonden, gehandicaptenraden, migrantenplatforms, wijk- en dorpsraden actief om knelpunten in hun directe woon- en leefomgeving en in de zorg- en dienstverlening die zij ontvangen te agenderen en aan te pakken. Die betrokkenheid van cliënten- en belangenorganisaties is met de komst van de Wmo meer gebundeld in de vorm van een Wmo-raad. Diverse cliënten, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van belangen- en cliëntenorganisaties hebben destijds zitting genomen in de Wmo-raad om met elkaar de gemeente te adviseren.

De betrokkenheid van cliënten- en belangenorganisaties is met de komst van de Wmo meer gebundeld in de vorm van een Wmo-raad

Verschuivingen

De laatste jaren is een verschuiving te zien in de samenstelling en focus van de Wmo-raad, van cliëntenparticipatie naar burgerparticipatie. Het zijn steeds meer burgers op persoonlijke titel die via een Wmo-raad of anderszins worden betrokken bij het gemeentelijk beleidsproces om doelgroepoverstijgend te adviseren. De Wmo-raadsleden hebben op hun beurt weer contact met lokale cliëntenorganisaties en -platforms. In dit getrapte model zijn de cliënten en hun organisaties als het ware de achterban, die op diverse plekken geen rechtstreeks contact meer heeft met de gemeente.

Meer over cliëntenparticipatie

Dit in tegenstelling tot het terrein van de AWBZ, maar ook de Participatiewet en de Jeugdwet. Op deze terreinen gaat het veel meer over cliëntenparticipatie. Cliënten zijn via cliëntenraden rechtstreeks betrokken bij het beleidsproces. Op het terrein van werk en inkomen zijn dat bijvoorbeeld de WWB- en de WSW-raden en de cliëntenraden van de Werkpleinen. In de AWBZ en de jeugdzorg gaat het bijvoorbeeld om cliëntenraden die functioneren binnen de betreffende instellingen.

Rol- en cultuurverschillen

Er zijn dan ook verschillen tussen Wmo-raden, cliëntenraden en belangenorganisaties te constateren: in cultuur, maar ook in het moment waarop ze betrokken zijn in het beleidsproces. In de Wmo is dat steeds meer in een vroegtijdig stadium en staat de rol van meedenker centraal. Dat dit samen kan gaan met de formele adviesfunctie van een raad bewijst bijvoorbeeld de Wet op de Ondernemingsraad, waarin formeel adviesrecht en toch vroegtijdig meedenken goed geregeld zijn. In veel gevallen is beleidsdeskundigheid in ruime mate aanwezig in de Wmo-raad, ervaringsdeskundigheid steeds minder. Samenwerking typeert de relatie tussen de raad en de gemeente.

Beleidsdeskundigheid is in ruime mate aanwezig in de Wmo-raad, ervaringsdeskundigheid steeds minder

De rol van belangenbehartiger

Dit is anders bij belangenorganisaties en cliëntenraden op het terrein van de Wmo, AWBZ, werk en inkomen en jeugdzorg. Zij zijn meer betrokken bij de uitvoering van het beleid, dus aan het einde van het beleidsproces. De vraag hoe het beleid feitelijk uitpakt voor cliënten is een belangrijke voor cliëntenraden en belangenorganisaties. De rol van belangenbehartiger staat centraal. Ervaringsdeskundigheid is in ruime mate aanwezig, beleidsdeskundigheid vaak veel minder. Een ‘luis in de pels’ of ‘gezonde tegenkracht’ typeert vaak de relatie met de gemeente of instelling. De afhankelijkheidsrelatie die cliënten hebben ten aanzien van de instelling of gemeente, maakt cliëntenparticipatie wel kwetsbaar.

Het informele circuit van cliënten- en burgerparticipatie

Zoals gezegd is cliënten- en burgerparticipatie meer dan alleen het systeem van raden, organisaties en platforms. Het kent ook een diversiteit aan informele en alternatieve vormen om mensen te betrekken, want niet alle groepen cliënten/burgers maken gebruik van formele cliënten- en burgerparticipatie. Gemeenten, Wmo-raden en cliëntenorganisaties zijn daarom op zoek naar andere, meer creatieve en informele vormen van cliëntenparticipatie. Zeker nu met de decentralisaties meer doelgroepen naar de Wmo komen die via de formele structuren moeilijk te betrekken zijn. Meer over informele vormen is te vinden in het artikel Participatieladder ordent praktijkvoorbeelden cliëntenparticipatie.

Inbedding informele vormen

Er zijn diverse onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van formele vormen van cliënten- en burgerparticipatie. Hieruit blijkt dat o.a. representativiteit, verbinding met de achterban/samenleving en samenwerking met de beleidsmakers belangrijke elementen zijn die de mate van effectiviteit bepalen. Een recent onderzoek naar de effectiviteit van informele vormen, in dit geval focusgroepen, wijst uit dat hiermee een meer diverse groep met meer ervaringskennis bij het beleid wordt betrokken. Deze groep voelde zich ook daadwerkelijk betrokken en gehoord.

Een adviesraad heeft een plek in het besluitvormingsproces, een informele vorm van participatie niet automatisch

Wel is een belangrijke vraag bij de inzet van informele vormen in hoeverre deze het beleid gaan beïnvloeden. Met andere woorden: hoe zorgen we ervoor dat informatie en ervaringskennis van mensen uit zo’n focusgroep niet onder in de la belandt, maar meegenomen wordt in het beleid en de dienstverlening van de gemeente of instelling? Een adviesraad heeft een plek in het besluitvormingsproces, een informele vorm van participatie niet automatisch.

Informele en formele vormen van cliëntenparticipatie noodzakelijk

Als gevolg van de transities gaan veel onderdelen van de AWBZ en de jeugdzorg richting de gemeente en liggen verbindingen tussen doelgroepen van de Participatiewet, de Jeugdwet en die van de Wmo voor de hand. Het huidige systeem van Wmo- en cliëntenraden staat daarmee onder druk. Sommige gemeenten ontwikkelen brede participatieraden. Andere gemeenten zoeken naar combinaties, samenwerking en nieuwe vormen.

Tips en handvatten voor Wmo-raden en lokale belangenbehartigers

  • Alternatieve en meer informele, ad hoc vormen zijn belangrijk. Hierin kunnen burgers en cliënten meedoen in de beleidsvorming en vinden ontmoetingen plaats. Continuïteit en een formele stem van cliënten en burgers in het beleidsproces blijven eveneens van belang. Denk samen met uw gemeente na over hoe de gemeente burgers en cliënten ten eerste op diverse manieren betrekt bij het beleid en ten tweede vertegenwoordigd ziet in raden, ook in de gemeenteraad.
  • Wees u bewust van de verschillen in wettelijke kaders, rollen en cultuur tussen de verschillende advies- en cliëntenraden in de diverse sectoren. U zult met elkaar te maken krijgen. Door met elkaar in gesprek te gaan zijn verschillen in visie en aanpak beter te plaatsen. Neem ook de tijd om die verschillen met elkaar uit te wisselen. Dit vergroot het wederzijds begrip en vergemakkelijkt de communicatie.
  • Wanneer u informele vormen toepast, zoek vooraf naar de inbedding van die vorm in uw adviesproces. Bijvoorbeeld als middel om een goed gefundeerd, gevraagd advies te kunnen geven. Of als middel om een belangrijk onderwerp uit de samenleving te agenderen via ongevraagd advies. Verlies dit laatste ook zeker niet uit het oog onder de druk van nota’s en gevraagde adviezen. Maak keuzes, zodat u tijd genoeg heeft om uw oor te luister te leggen in de samenleving.

Meer lezen:

Deze artikelenserie is samengesteld door Marjoke Verschelling, Karin Sok, Anne Lucassen en Renee Gunst (Movisie) in samenwerking met Henk Beltman en Nienke van der Veen (Aandacht voor iedereen). Lees ook deel 1: 'Nieuwe artikelenserie: de toekomst van cliëntenparticipatie'.

 

Reacties

Reageer op dit artikel

1 + 4 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.