'Huisarts heeft sociaal werk hard nodig'

Goede ouderenzorg staat of valt met samenwerking
artikel - 8 juni 2016
 3814 keer gelezen

Huisarts Annet Wind merkt het in haar praktijk in Hoorn: de van oudsher gescheiden werelden van zorg en welzijn komen steeds meer samen. En dat is ook hard nodig bij de complexe problematiek die ouderenzorg vaak kent. ‘Deze zorg is niet te vangen in protocollen en vraagt om goede samenwerking tussen huisarts en het sociaal werk, maar ook wijkverpleegkundigen, paramedici en vele anderen. Dat is ook juist wat ik er zo boeiend aan vind.’

Annet Wind (zie foto rechts) heeft een volle agenda: ze is niet alleen huisarts, maar werkt ook bij de afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde van het LUMC en de NHG-kaderopleiding ouderengeneeskunde. Daarnaast is ze bestuurslid van Laego, het landelijk netwerk van kaderhuisartsen ouderengeneeskunde. Zo ziet en spreekt ze veel andere huisartsen. ‘Veel huisartsen hebben het gevoel dat ze bezig zijn met brandjes blussen, terwijl het huis zelf op instorten staat. En dat moet aangepakt worden. Het besef dat je anderen nodig hebt bij de zorg voor ouderen is er echt wel onder huisartsen. Daar is veel in veranderd in de afgelopen tien jaar.’

Medisch en sociaal

Het medische plaatje hangt altijd samen met psychische en sociale factoren. Iemand komt met fysieke klachten op het spreekuur, maar de oplossing kan meer in de sociale hoek liggen. ‘We kijken veel breder. Een oudere kan in een sociaal isolement terecht zijn gekomen en daardoor ook medische klachten ontwikkelen. Vaak is het dan zo dat de praktijkondersteuner een afspraak maakt bij de oudere thuis. Samen gaan ze na hoe het gaat op verschillende vlakken. Hoe functioneert iemand thuis? Hoe ziet het sociaal leven van een oudere eruit en wat vindt hij of zij belangrijk?’ Hierin is de sociaal werker een belangrijke samenwerkingspartner.

Een voorbeeld uit de praktijk
Mevrouw Huisman* is 86 jaar, alleenwonend en komt steeds minder buiten de deur. Ze heeft ernstige artrose en hartfalen waardoor ze snel uitgeput is. Ook het koken wordt haar teveel. Ze eet weinig en is wat afgevallen. Ze komt graag onder de mensen, maar de afstanden zijn te groot en ze is bang om te vallen. Haar kinderen wonen niet in de buurt.

De gezamenlijke aanpak:
Via een sociaal werker is geregeld dat ze elke week twee keer naar het buurtcentrum gaat, waar ze andere mensen ontmoet en ook warm eten kan. Op twee andere dagen komt een vrijwilliger bij haar thuis om samen te koken en te eten. Haar kinderen verdelen onderling wie boodschappen doet in het weekend.
*Deze naam is gefingeerd.

Investeringstijd

De hobbels op de weg die Wind ziet, zijn vooral praktisch van aard. ‘Het bord van de huisarts is overvol. En deze samenwerking vraagt om investeringstijd. Je hebt er overleg voor nodig binnen je praktijk en met betrokken instanties.’ Ook moeten de huidige systemen financieel en organisatorisch doorontwikkeld worden, zodat de verschillende disciplines op een efficiënte manier met elkaar kunnen samenwerken.

De eerste stap

De samenwerking tussen de huisarts en het welzijnswerk komt niet altijd even goed van de grond. Soms blijft het steken op verschillen in werkwijze en taalgebruik. Wind ziet dat veel huisartsen openstaan voor de samenwerking, maar niet goed weten waar te beginnen. Het helpt als hulpverleners wijkgericht werken en elkaar kennen.

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 11 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.