Hulpverlener: Ga in gesprek over seksueel geweld

artikel - 26 oktober 2017

Twee jaar na #zeghet is het weer raak. Naar aanleiding van diverse incidenten in de VS rondom machtige Hollywoodbazen die over de grens zijn gegaan, waart er opnieuw een golf van verontwaardiging door de media die zich een weg baant via #metoo.

Opnieuw blijft de cruciale rol van hulpverleners in de media onderbelicht, terwijl zij een sleutelrol kunnen vervullen in het verdere herstel. Handelingsverlegenheid speelt hen nog steeds parten. Wanneer slachtoffers willen praten over hun ervaringen, maar ze worden daarin niet gehoord of zelfs geblokkeerd door professionals of andere vertrouwenspersonen, verergeren de klachten, zo blijkt uit onderzoek. Onthullen leidt dus niet altijd tot adequate hulpverlening, tenzij de professional aan wie onthuld wordt géén handelingsverlegenheid kent.

Onthullen is complex en lastig

Hoe eerder slachtoffers onthullen, hoe groter de kans op adequate hulpverlening. Uit het onderzoek ‘Hulpverlening na seksueel geweld’ (Van Beek & Tan, 2016) blijkt dat het onthullen van slachtofferschap complex en lastig is voor slachtoffers. Met name voor mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld door een bekende (in heden of verleden). Dit heeft te maken met schaamte- en schuldgevoelens, angst voor repercussies door de pleger en angst om het gezin te ontwrichten.

Door het geweld en het zwijgen dat daarop volgt, ontwikkelen veel slachtoffers klachten en problemen waar zij hulp voor zoeken. Zo maken zij soms jarenlang gebruik van de hulpverlening voor (trauma gerelateerde) klachten, zonder dat het trauma van het seksueel geweld ter sprake komt en wordt behandeld. Hulpverleners zouden er dus expliciet naar moeten vragen. Snelle en effectieve hulp kan veel persoonlijk leed en maatschappelijke kosten voorkomen. 

Drempelverlaging

Uit onderzoek blijkt dat slechts een beperkt aantal hulpverleners slachtoffers vraagt naar een eventueel misbruikverleden. De meeste slachtoffers geven echter aan dat het wel wenselijk is als hulpverleners routinematig vragen naar misbruik, om de drempel voor het slachtoffer te verlagen. Vrouwen blijken gemiddeld 16 jaar te wachten voordat ze er met iemand over praten; mannen zelfs nóg langer. Hulpverleners kunnen veel betekenen in het bespreekbaar maken van ervaringen met seksueel geweld, ook als mensen in eerste instantie met een andere vraag binnenkomen. Zij kunnen slachtoffers stimuleren hun ervaring met seksueel geweld te onthullen: Wat vertel je als slachtoffer, wanneer en aan wie, wat zijn ervaringen van andere slachtoffers?

Handelingsverlegenheid professionals

Veel hulpverleners voelen zich niet goed toegerust om het gesprek met slachtoffers aan te gaan. Een gebrek aan goede kennis en vaardigheden van zorgprofessionals kan leiden tot onderdiagnose en meer schadelijke gevolgen voor cliënten. Daarom zijn verschillende initiatieven in gang gezet om die handelingsverlegenheid te verminderen. Er wordt gewerkt aan betere scholing en er zijn trainingen die ingaan op het bespreekbaar maken van seksueel geweld in heden en verleden.

Movisie heeft in 2017 het Wat Werkt Dossier 'Hulp aan vrouwen bij de late gevolgen van seksueel misbruik' uitgebracht. Onderdeel van dit Wat Werkt Dossier is een reflectietool om hulp en hulpverleningsbeleid te verbeteren.

RelatieWijs

Hoe weet je als hulpverlener of seksueel gedrag in een relatie over een grens gaat? Wat te doen als er sprake lijkt te zijn van (ex-)partnergeweld? De methode RelatieWijs ondersteunt professionals in het tijdig signaleren, bespreekbaar maken en beoordelen van relationeel (grensoverschrijdend) gedrag. En helpt om hierop adequaat te reageren.

RelatieWijs heeft een dubbele functie. ‘De methode helpt je als professional om je onderbuikgevoelens concreet te maken en als team consensus te krijgen over wat oké is en wat niet oké is. Daarnaast is het een hulpmiddel in contact met cliënten om relationeel geweld te signaleren, bespreekbaar te maken, te beoordelen en in lijn daarvan adequaat te handelen.  

Vlaggensysteem

Het Vlaggensysteem is een methode die helpt om te gaan met seksueel grensoverschrijdend gedrag van kinderen en jongeren. Het Vlaggensysteem stimuleert gezond seksueel gedrag en draagt bij aan het voorkómen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Uit onderzoek naar praktijkervaringen blijkt dat het Vlaggensysteem door professionals wordt gewaardeerd en dat ze beter kunnen aangeven of gedrag bij de seksuele ontwikkeling hoort.

17% van de meisjes en 5% van de jongens geven aan dat ze minstens één keer in hun leven zijn gedwongen om seksuele dingen te doen die ze eigenlijk niet wilden.

Impuls

De golven van ervaringsverhalen, campagnes, egodocumenten en autobiografieën die de laatste jaren op gang komt, kan een goede impuls zijn voor slachtoffers om met hun verhaal naar buiten te komen. En dat is de eerste stap. En nu hopen dat #metoo ook een trending topic gaat worden onder hulpverleners.

In november 2015 startte de promotiecampagne van de Hulplijn Seksueel Misbruik ‘Verbreek de stilte’ met als doel fysiek en psychisch geweld en seksueel misbruik bespreekbaar te maken.

Wat is seksueel grensoverschrijdend gedrag?

Seksueel contact kan om verschillende redenen over een grens gaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om uit de hand gelopen experimenteergedrag van jongeren, of om seks met iemand die dronken is en niet kan aangeven of hij of zij wil. Maar ook om seks met een kind, of om seks waarbij iemand met fysiek geweld of bedreiging wordt gedwongen. Het ongewenste seksuele contact kan bestaan uit aanrakingen, seks via de webcam of verkrachting. Voor al deze verschillende vormen en situaties gebruiken we de overkoepelende term seksuele grensoverschrijding. Hieronder vallen een aantal vormen, waaronder seksueel geweld.

Cijfers

Naast de talloze losgekomen ervaringen zijn er de cijfers uit onderzoek: 17% van de meisjes en 5% van de jongens geven aan dat ze minstens één keer in hun leven zijn gedwongen om seksuele dingen te doen die ze eigenlijk niet wilden.

Update oktober 2017

 

Reacties

Reageer op dit artikel

1 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.